Tom Aelbrecht, voorzitter van de gemeenteraad
De notulen van de zitting van de gemeenteraad van 23.10.2025 worden aan de gemeenteraad ter goedkeuring voorgelegd. Ze vormen samen met de audio-visuele opname tevens het zittingsverslag.
Ontwerpnotulen van de zitting van de gemeenteraad van 23.10.2025.
Audio-visueel verslag van de gemeenteraad van 23.10.2025 zoals te vinden op: https://www.youtube.com/live/Ln4tRB4bv7Q
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, art. 277 & 278 §2
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, art. 285 t.e.m. 287
Eric De Vriendt, Matthijs Verschraegen
Koen Vlassenroot betreedt de vergadering tijdens de behandeling van dit agendapunt.
https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o - tijdsblok audio: 0 min 0 sec - 2 min 08 sec
Enig artikel – De notulen van de zitting van de gemeenteraad van 23.10.2025 - die samen met de audio-visuele opname tevens het zittingsverslag uitmaken - worden goedgekeurd.
Johan De Bleecker, schepen
De administratieve last en complexiteit van het behandelen van meldingen en aanvragen in het kader van de omgevingsvergunning vergt een aanzienlijke inzet van de gemeentelijke middelen. Het is billijk om deze inzet door te rekenen aan degene op wiens initiatief en in wiens voordeel de meldings- en vergunningsprocedures worden doorlopen. Er wordt een basisbelasting geheven op het soort dossier dat wordt ingediend of moet worden behandeld, via gewone of vereenvoudigde procedure. Stijgende kosten van de behandeling (personeel, software) en dergelijke vereist dat de bestaande tarieven worden aangepast.
De index der comsuptieprijzen steeg sedert december 2021 met 17%. De tarieven m.b.t. de contantbelasting op de afgifte van omgevingsvergunningsaanvragen worden derhalve verhoogd met 17% omwille van inflatie. Immers ook onze personeelskosten en kosten voor software stegen de voorbije 4 jaar. Daarnaast werden omgevingsvergunningen van stedenbouwkundige handeling, IIOA en vegetatiewijziging gelijkgesteld omwille van de eigenheid van die vergunningsaanvragen.
Gemeenteraadsbesluit van 27.01.2022 inzake goedkeuring van het reglement met betrekking tot de contantbelasting op de afgifte van omgevingsvergunningsaanvragen
Wetboek Inkomstenbelasting
Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen
Decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
Omzendbrief BB 2008/07 inzake het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Decreet van 25.04.2014 betreffende de omgevingsvergunning
Besluit van de Vlaamse Regering van 27.11.2015 tot uitvoering van het decreet van 25.04.2014 betreffende de omgevingsvergunning
Francia Neirinck, Johan De Bleecker
https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o - tijdsblok audio: 2 min 09 sec - 7 min 07 sec
Art. 1 – Met ingang van 01.01.2026 tot en met 31.12.2031 wordt een contantbelasting op de afgifte van omgevingsvergunningsaanvragen toegepast conform dit reglement.
Art. 2 – De contantbelasting is verschuldigd door degene die de aanvraag doet. Indien de aanvraag uitgaat van een publieke overheid voor werken aan of op openbaar domein is er vrijstelling van contantbelasting. Een aanvraag, dat uitsluitend de aanleg van kleine landschapselementen (KLE’s) betreft, is eveneens vrijgesteld van contantbelasting.
Art. 3 – De contantbelasting moet worden betaald voor zover het dossier ontvankelijk en volledig wordt verklaard, onafhankelijk van de beslissing door het college van burgemeester en schepenen over de aanvraag. Indien het dossier niet ontvankelijk en volledig wordt verklaard, wordt geen contantbelasting gevraagd.
Art. 4 - Als blijkt dat de aanvraag niet bij de juiste overheid is ingediend en door de gemeente wordt doorgestuurd naar de bevoegde overheid, wordt geen contantbelasting geheven.
Art. 5 -
§1. Er wordt een contantbelasting gevestigd op de aanvragen tot omgevingsvergunning/attest voor of de melding van stedenbouwkundige handelingen, het exploiteren van IIOA (ingedeelde inrichtingen of activiteiten) en vegetatiewijzgingen in toepassing van het omgevingsvergunningsdecreet. De contantbelasting wordt als volgt vastgesteld voor dossiers waarvoor de gemeente, de provincie of de Vlaamse overheid vergunningverlenende overheid is:
1° Aanvraag vereenvoudigde procedure voor (aanvragen zonder openbaar onderzoek):
2° Aanvraag gewone procedure voor (aanvragen met openbaar onderzoek):
3° Aanvraag tot verkavelen van gronden (zonder wegenis):
4° Aanvraag tot verkavelen van gronden (met wegenis):
5° Aanvraag tot bijstellen van een verkaveling (zonder wegenis):
6° Aanvraag tot bijstellen van een verkaveling (met wegenis):
7° Aanvraag tot bijstellen van de milieuvoorwaarden op vraag van de exploitant: € 59
8° Melding van:
9° Mededeling met vraag tot omzetting van milieuvergunning naar permanente omgevingsvergunning: € 59
10° Aanvraag van een stedenbouwkundig- of een planologisch attest: € 59
§2 De tarieven vermeld in §1 worden jaarlijks aangepast telkens op 1 januari volgens volgende formule : contantbelasting= startbedrag x index consumptieprijzen december jaar voor aanpassing / index consumptieprijzen december 2025 met afronding naar boven- of onderliggende euro al naargelang het resultaat groter dan of gelijk is aan of kleiner is dan 50 cent.
Art. 6 – De in art. 5 vermelde belastbare feiten dienen te worden geïnterpreteerd zoals beschreven in de vigerende regelgeving.
Art. 7 – De contantbelasting wordt betaald op zicht van een factuur. Bij gebreke aan betaling wordt de contantbelasting ingekohierd en wordt ze een kohierbelasting.
Art. 8 – De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze contantbelasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd. De indiening moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift, een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel directeur.
Art. 9 - Dit besluit treedt in werking op 01.01.2026 en wordt bekendgemaakt conform het decreet lokaal bestuur.
Johan De Bleecker, schepen
De gemeente en de burgers worden voortdurend geconfronteerd met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied.
Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben aldus een impact op het openbaar domein en zorgen voor hinder op het gemeentelijk openbaar domein.
De gemeenteraad heeft in zitting van 21.12.2004 de “code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen” onderschreven die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, ten einde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden.
Deze code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten, de Vlaamse Administratie van Wegen en Verkeer en van Binnenlandse Aangelegenheden.
Op het vlak van onderhoud en herstellingen moeten ook geregeld dringende werken worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en daarnaast zijn er een aantal werken zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein.
Door het aanrekenen van een retributie aan de eigenaars van nutsvoorzieningen, ontvangt de gemeente een compensatie voor de hinder, de administratieve en eventuele technische tussenkomst bij nutsvoorzieningswerken binnen de gemeente.
Gelijkaardige retributiereglementen werd reeds vastgesteld door de gemeenteraad voor de jaren 2005 tot en met 2022 en 2023 tot en met 2025. Er wordt voor de periode van 01.01.2026 tot 31.12.2028 een nieuw retributiereglement ingevoerd. De tarieven stijgen licht maar de opbrengst blijf gelijk.
De opbrengst kan geraamd worden op € 25.000 op jaarbasis en komt van de nutsmaatschappijen Fluvius en FARYS.
Gemeenteraadsbesluit van 22.12.2022 houdende vaststelling van een retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein (voor de periode 2023-2025)
Brief van 26.09.2025 van Fluvius met betrekking tot de verlenging van het retributiereglement werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein
Toelichtende nota inzake de berekening van de retributiebedragen
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
Eric De Vriendt, Johan De Bleecker
https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o - tijdsblok audio: 7 min 08 sec - 10 min 38 sec
Art. 1 - Algemeen
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen omvatten:
- alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen, …), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten, …) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;
- alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg. Deze worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.
De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de stad/gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de stad/gemeente.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
Art. 2 - Retributie naar aanleiding van sleufwerken
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VREG goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Art. 3 - Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de gemeente aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,5 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de stad/gemeente.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast., naar analogie met de door de VREG goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de stad/gemeente.
Art. 4 – Inning
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Art. 5 – Dit retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2028.
Art. 6 - Dit retributiereglement treedt in werking en wordt bekendgemaakt conform het decreet lokaal bestuur.
Art. 7 - Afschrift wordt ook bezorgd aan Fluvius via vennootschapssecretariaat@fluvius.be en aan Farys
Matthijs Verschraegen, burgemeester
Het Koninklijk Besluit van 24.04.2014 en de wet op de civiele veiligheid bepaalt dat beleidsbeslissingen in het meerjarenplan van de zone met grote impact op de gemeenten dienen te worden goedgekeurd door de gemeenteraden binnen de zone.
De brandweerzone Vlaamse Ardennen maakte ons haar budget 2026 over met oog op goedkeuring door de gemeenteraad van de dotaties.
De gemeentelijke toelage voor 2026 bedraagt:
exploitatie: € 303.178
investeringen: € 164.203.
Budget 2026 van de brandweerzone Vlaamse Ardennen
Budgetwijziging 2025 van de brandweerzone Vlaamse Ardennen
Wet van 15.05.2007 betreffende de civiele veiligheid
Koninklijk Besluit van 24.04.2014 tot vaststelling van de minimale inhoud en de structuur van het meerjarenbeleidsplan van de hulpverleningszones
Decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur
Eric De Vriendt, Matthijs Verschraegen, Tom Aelbrecht, Louis Ide
https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o - tijdsblok audio: 10 min 39 sec - 21 min 41 sec
Art. 1 - De gemeentelijke bijdrage aan de brandweerzone Vlaamse Ardennen voor 2026 ten bedrage van € 303.178 (exploitatie) en € 164.203 (investeringen) wordt goedgekeurd.
Art. 2 - Afschrift wordt bezorgd aan de brandweerzone en aan de federale diensten van de provinciegouverneur.
Karen De Colfmacker, schepen
Het Globaal Plan was bij aanvang in 1996 een subsidiekanaal waarlangs steden en gemeenten middelen konden verkrijgen voor de aanwerving van personeel belast met de begeleiding van alternatieve gerechtelijke maatregelen. Vanuit voornoemde mogelijkheid zijn tot op heden door de steden Oudenaarde, Zottegem en Geraardsbergen 4 VTE aangeworven, die gedetacheerd worden naar het CGG ZOV en werken voor een forensisch cliënteel binnen het werkingsgebied van het Justitiehuis Oudenaarde.
Vanuit de subsidiëring kan in de realiteit enkel ingezet worden op het dekken van een gedeelte van de personeelskosten, aangezien de subsidie lager ligt dan de werkelijke personeelskost.
Om de werkingsmiddelen van het CGG ZOV te kunnen dragen, wordt er binnen het werkingsgebied van het justitiehuis Oudenaarde vanuit een solidariteitsprincipe sinds 2008 een samenwerkingsprotocol ondertekend om zo de lasten te verdelen onder alle steden en gemeenten in dit gebied en niet enkel door de steden die destijds hebben ingetekend (Geraardsbergen, Oudenaarde en Zottegem).
Dit betekent dat de deelname aan de samenwerking niet langer kosteloos is. De bijdrage voor Zwalm voor het jaar 2026 zou € 3.409,12 bedragen. Namelijk de bijdrage in de werkingskosten (€ 1.316,44) vermeerderd met het deficit in de personeelskosten ( € 2.092,68)
Intussen zijn de zorgprojecten (3,5 VTE) ingekanteld binnen het BVR Zorg, de gedragstraining (0,5 VTE) is nog steeds gesubsidieerd via Globaal Plan. Het BVR Zorg omvat o.a. jaarlijkse hernieuwing, hogere subsidiebedragen en een snellere uitbetaling/controle. Ondanks de hogere subsidiebedragen blijven alle middelen vanuit de subsidiëring naar de personeelskosten gaan en dienen er zelfs nog aanzienlijke bedragen te worden opgelegd door de detacherende steden gezien de relatief hoge gemiddelde anciënniteiten binnen het forensisch team. De werkingskosten blijven ook niet gedekt door de subsidiëring (zou in principe wel kunnen als de personeelskost lager ligt dan het subsidiebedrag, wat hier niet het geval is). Voor 2026 zal deze samenwerkingsovereenkomst ook het deficit in personeelsmiddelen van de detacherende steden behelzen.
In de loop van 2026 wordt deze samenwerking geëvalueerd en volgen er onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst vanaf 01.01.2027.
Mochten volgende situaties zich het komende jaar voordoen, wordt de samenwerkingsovereenkomst 2026 beëindigd:
Samenwerkingsovereenkomst tussen het CGG Zuid-Oost-Vlaanderen en steden & gemeenten inzake bijdrage aan werkingsmiddelen en het deficit in personeelsmiddelen boven subsidies gedetacheerde medewerkers forensisch team door steden Zottegem, Oudenaarde en Geraardsbergen
Werkingsmiddelen obv inwonersaantal per 1.1.2025
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
Geen
https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o - tijdsblok audio: 21 min 42 sec - 23 min 29 sec
Art. 1 - De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst voor 2026 tussen het CGG Zuid-Oost-Vlaanderen en de steden & gemeenten uit de regio Vlaamse Ardennen goed inzake de bijdrage aan werkingsmiddelen en het deficit in de personeelsmiddelen inzake gedetacheerde medewerkers van het forensisch team door de steden Zottegem, Oudenaarde en Geraardsbergen. De bijdrage van Zwalm ten bedrage van € 3.409,12 (bijdrage in de werkingskosten (€ 1.316,44) + deficit in de personeelskosten ( € 2.092,68)) wordt goedgekeurd.
Art. 2 - De burgemeester en algemeen directeur worden gemachtigd tot ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst.
Matthijs Verschraegen, burgemeester
Overwas onder de vorm van overhangende takken, niet onderhouden hagen en dergelijk kan een probleem vormen voor onder andere de verkeersveiligheid. In het gemeentelijk GAS-reglement is daarover een bepaling opgenomen, inzonderheid art. 22 dat luidt:
"De eigenaars of gebruikers van een eigendom moeten ervoor zorgen dat de op deze eigendom groeiende planten of bomen zodanig gesnoeid worden dat geen enkele tak ervan:
1° op minder dan 4,5 meter van de grond boven de rijweg hangt
2° op minder dan 2,5 meter van de grond boven de gelijkgrondse berm of boven het voetpad hangt.
De eigenaars of gebruikers van een eigendom moeten ervoor zorgen dat de op deze eigendom groeiende planten of bomen voldoende gesnoeid worden opdat deze het openbaar domein – en in het bijzonder voetpaden – niet overwoekeren.
Wanneer de eigenaar de overhangende takken niet snoeit, kan de gemeente dit laten uitvoeren op kosten van de eigenaar.
Hagen, groenstroken en andere afsluitingen die de zichtbaarheid van de weggebruikers in bochten en op kruispunten kunnen belemmeren, mogen niet hoger zijn dan 75 cm en moeten gesnoeid worden tot op de rooilijn.
Het is niet toegelaten invasieve plantensoorten, die de biodiversiteit schade toebrengen, in de natuur te verspreiden. Als iemand deze bepaling niet naleeft, kan de burgemeester ambtshalve en op kosten van de overtreder deze invasieve planten laten verwijderen."
Daarnaast is in art. 21 van het gemeentelijk GAS-reglement voorzien:
"Het gemeentebestuur kan met het oog op de veiligheid op en rondom de bouwwerken alle maatregelen treffen of opleggen aan de eigenaars, de bouwheer of aannemers. Bij de beëindiging van de bouwwerken zal de eigenaar indien nodig het openbaar domein onmiddellijk (laten) herstellen in de oorspronkelijke toestand. "
Bij overtreding van deze bepalingen is uiteraard een GAS-boete mogelijk maar deze biedt geen mogelijkheden tot directe interventie wanneer de eigenaar/bewoner/bouwheer/aannemer in gebreke blijft.
Wanneer geen gevolg wordt gegeven aan de bepalingen hierboven, heeft de gemeente de mogelijkheid conform het GAS-reglement om de overwas zelf te verwijderen of het openbaar domein zelf te herstellen teneinde de verkeersveiligheid en dergelijke te kunnen garanderen. Het is logisch dat voor deze prestaties de kost wordt doorgerekend aan de nalatige eigenaar/bewoner/bouwheer/aannemer. Deze kost kan de kost zijn voor door het gemeentepersoneel of een door de gemeente aangestelde aannemer uitgevoerde werken en gebruikte materialen en machines. Om die kost te verhalen, dient best met een retributiereglement te worden gewerkt welke in bijlage is opgenomen.
Het huidige retributiereglement loopt eind 2025 af. Dit retributiereglement wordt aangepast in die zin dat de bewoner/eigenaar(gebruiker) niet langer 30 dagen krijgt na de eerste brief maar nog slechts 15 dagen. Bij een eventuele tweede aanmaning krijgt men nog 7 dagen in plaats van 15 dagen om de overwas te snoeien of herstellingen uit te voeren. Door de termijn in te korten van maximum 6 weken naar maximum 3 weken kan de gemeente sneller een veilige doorgang garanderen.
De bestaande tarieven werden verhoogd met de index der consumptieprijzen die met 23% toenam sedert maart 2021.
Gemeenteraadsbesluit van 31.05.2021 houdende goedkeuring van het reglement en algemeen politiereglement op de gemeentelijke administratieve sancties
Gemeenteraadsbesluit van 25.03.2021 houdende de goedkeuring van het retributiereglement op het uitvoeren van werken door of in opdracht van de gemeente en burgemeester inzake niet gesnoeide overwas of niet-hersteld openbaar domein
Grondwet inz. artikelen 41, 162 en 173
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
Decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen
Peter Van Den Haute, Louis Ide, Francia Neirinck, Matthijs Verschraegen, Tom Van Canneyt, Tom Aelbrecht, Eric De Vriendt
https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o - tijdsblok audio: 23 min 30 sec - 39 min 34 sec
Retributiereglement op het uitvoeren van werken door of in opdracht van de gemeente en burgemeester inzake niet gesnoeide overwas of niet-hersteld openbaar domein
HEFFINGSTERMIJN
Art. 1 - Dit retributiereglement is van toepassing in de kalenderjaren 2026-2031 waarin de retributie verschuldigd is.
GRONDSLAG EN PROCEDURE
Art. 2 - Dit retributiereglement beschrijft de retributie op het uitvoeren van werken door of in opdracht van de gemeente en burgemeester inzake niet gesnoeide overwas of niet-hersteld openbaar domein in toepassing van artikelen 21 en 22 van het gemeentelijk GAS-reglement die luiden:
"Art. 21
Het gemeentebestuur kan met het oog op de veiligheid op en rondom de bouwwerken alle maatregelen treffen of opleggen aan de eigenaars, de bouwheer of aannemers. Bij de beëindiging van de bouwwerken zal de eigenaar indien nodig het openbaar domein onmiddellijk (laten) herstellen in de oorspronkelijke toestand."
"Art. 22
De eigenaars of gebruikers van een eigendom moeten ervoor zorgen dat de op deze eigendom groeiende planten of bomen zodanig gesnoeid worden dat geen enkele tak ervan:
1° op minder dan 4,5 meter van de grond boven de rijweg hangt
2° op minder dan 2,5 meter van de grond boven de gelijkgrondse berm of boven het voetpad hangt
De eigenaars of gebruikers van een eigendom moeten ervoor zorgen dat de op deze eigendom groeiende planten of bomen voldoende gesnoeid worden opdat deze het openbaar domein – en in het bijzonder voetpaden – niet overwoekeren.
Wanneer de eigenaar de overhangende takken niet snoeit, kan de gemeente dit laten uitvoeren op kosten van de eigenaar.
Hagen, groenstroken en andere afsluitingen die de zichtbaarheid van de weggebruikers in bochten en op kruispunten kunnen belemmeren, mogen niet hoger zijn dan 75 cm en moeten gesnoeid worden tot op de rooilijn.
Het is niet toegelaten invasieve plantensoorten, die de biodiversiteit schade toebrengen, in de natuur te verspreiden. Als iemand deze bepaling niet naleeft, kan de burgemeester ambtshalve en op kosten van de overtreder deze invasieve planten laten verwijderen."
De eigenaar/bewoner(gebruiker) wordt eerst aangemaand om binnen de 15 dagen na de datum van het schrijven de overwas te snoeien. Wanneer daaraan geen gevolg werd gegeven wordt hij nog een tweede keer aangemaand om binnen de 7 dagen vanaf de datum van die tweede maning het nodige te doen. Wanneer daaraan geen gevolg wordt gegeven kan de gemeente overgaan tot snoeien en verwijderen van de overwas via eigen personeel of een door haar aangestelde aannemer waarbij ter vergoeding van de kosten een retributie zal gerekend worden zoals gespecificeerd in dit reglement.
RETRIBUTIEPLICHTIGE
Art. 3 - De retributie is verschuldigd door:
- de fysieke persoon of rechtspersoon die eigenaar is van de boom, haag of struik die gesnoeid en/of verwijderd werd
- de gedomicilieerden van het adres waarop de boom, haag of struik die gesnoeid en/of verwijderd werd zich bevind (als gebruiker)
- de eigenaar van de werken die naliet het openbaar domein te herstellen.
In voorkomend geval (zijn) diegene(n) die eigena(a)(r)en is/zijn of de ingeschreven bewoners (gebruikers), hoofdelijk en ondeelbaar aansprakelijk voor de betaling van de retributie.
RETRIBUTIETARIEF
Art. 4
§1 Het retributietarief op het uitvoeren van werken door of in opdracht van de gemeente en burgemeester inzake niet gesnoeide overwas of niet-hersteld openbaar domein -en zoals opgenomen in art. 21 en 22 van het GAS-reglement- wordt als volgt vastgesteld:
- transport: 0,31 euro per kilometer transport voor het ophalen en afvoeren van de afvalstoffen;
- loonkosten werknemers: € 37,00/begonnen uur/werknemer;
- inzetten van een vrachtwagen zonder chauffeur/tractor/graaflaadcombinatie: € 49,00/begonnen uur/vrachtwagen/tractor/graaflaadcombinatie zonder chauffeur;
- opruiming en verwerking: 43,00 euro per m³ opgeruimde afvalstoffen, in zoverre het geen afval betreft waarvoor een bijkomende verwerking noodzakelijk is. In desbetreffend geval worden ook de werkelijke kosten van deze verwerking doorgerekend aan de sluikstorter of eigenaar van het perceel.
De voormelde bedragen zijn verschuldigd per aangevangen uur en / of ingezamelde m³ en / of begonnen kilometer.
§2 Bij het ambtshalve opruimen van de takken of herstel van het openbaar domein door derden in opdracht van de gemeente of de burgemeester wordt het factuurbedrag van deze derde doorgerekend aan de retributieplichtige.
§3 De tarieven vermeld in §1 worden jaarlijks aangepast telkens op 1 januari volgens volgende formule : retributie = startbedrag x index consumptieprijzen december jaar voor aanpassing / index consumptieprijzen december 2025 met afronding naar boven- of onderliggende euro al naargelang het resultaat groter dan of gelijk is aan of kleiner is dan 50 cent. Voor de transportkosten wordt niet afgerond.
VRIJSTELLINGEN
Art. 5 - Er worden geen vrijstellingen gegeven op de betaling van de retributie.
BETAALWIJZE
Art. 6 - De retributie dient contant betaald te worden na ontvangst van de factuur.
WIJZE VAN INVORDERING
Art. 7 - De verschuldigde bedragen worden betaald via overschrijving op zicht van een factuur van het lokaal bestuur.
Art. 8 - Bij niet-betaling wordt toepassing gemaakt van art. 177, 2° van het decreet over het lokaal bestuur waarbij een dwangbevel wordt uitgevaardigd voor de onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen. Voor betwiste niet-fiscale ontvangsten gebeurt de invordering overeenkomstig de regels betreffende de burgerlijke rechtsprocedure. Bij de procedure via dwangbevel vallen de kosten ten laste van diegene ten aanzien van wie het dwangbevel wordt uitgevaardigd.
BEKENDMAKING EN INWERKINGTREDING
Art. 9 - De retributiereglement treedt in werking op 01.01.2026 en wordt bekendgemaakt conform het decreet lokaal bestuur.
Art. 1 - Het retributiereglement op het uitvoeren van werken door of in opdracht van de gemeente en burgemeester inzake niet gesnoeide overwas of niet-hersteld openbaar domein wordt goedgekeurd zoals opgenomen in bijlage.
Art. 2 - De retributiereglement treedt in werking op 01.01.2026 en wordt bekendgemaakt conform het decreet lokaal bestuur.
Art. 3 - Het gemeenteraadsbesluit van 25.03.2021 houdende de goedkeuring van het retributiereglement op het uitvoeren van werken door of in opdracht van de gemeente en burgemeester inzake niet gesnoeide overwas of niet-hersteld openbaar domein wordt ingetrokken met ingang van 1.01.2026.
Tom Aelbrecht, voorzitter van de gemeenteraad
De gemeente is vennoot van Creat Services dv.
De gemeente werd per aangetekend schrijven van 13.10.2025 opgeroepen om deel te nemen aan de buitengewone algemene vergadering van Creat Services dv die op 16.12.2025 plaatsheeft.
De buitengewone algemene vergadering van Creat Services dv van 16.12.2025 heeft volgende agenda:
1. Wijziging van vermogen
2. Actualisering van bijlagen 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijziging van vermogen
3. Evaluatieverslag met betrekking tot de werking van de dienstverlenende vereniging, het ondernemingsplan 2025-2030, de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie 2026 (overeenkomstig art. 432 en 459 Decreet over het Lokaal Bestuur)
4. Begroting 2026 (overeenkomstig artikel 432 Decreet over het Lokaal Bestuur)
5. Statutaire benoemingen
Varia
Via brief van 13.10.2025 werd een dossier met documentatiestukken aan de gemeente overgemaakt.
De gemeenteraad wordt gevraagd zijn goedkeuring hieraan te verlenen en aan alle punten op de agenda van de algemene vergadering. Overeenkomstig het gemeenteraadsbesluit van 21.01.2025 betreffende "Creat Services dv - Aanduiding afgevaardigde algemene vergadering voor de legislatuur 2025-2030 - agenda buitengewone algemene vergadering - goedkeuring" zal Tom Aelbrecht (plaatsvervanger Delfine Verbruggen) de gemeente Zwalm vertegenwoordigen en zal hen opgedragen worden hun stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad m.b.t. deze algemene vergadering.
Gemeenteraadsbesluit van 21.01.2025 houdende" Creat Services dv - Aanduiding afgevaardigde algemene vergadering voor de legislatuur 2025-2030 - agenda buitengewone algemene vergadering - goedkeuring"
Brief van Creat Services dv van 13.10.2025 met bijhorende stukken
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
Geen
https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o - tijdsblok audio: 39 min 35 sec - 40 min 09 sec
Art. 1 - De gemeenteraad keurt de agenda van de buitengewone algemene vergadering tevens jaarvergadering van Creat Services dv d.d. 16.12.2025 goed:
1. Wijziging van vermogen
2. Actualisering van bijlagen 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijziging van vermogen
3. Evaluatieverslag met betrekking tot de werking van de dienstverlenende vereniging, het ondernemingsplan 2025-2030, de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie 2026 (overeenkomstig art. 432 en 459 Decreet over het Lokaal Bestuur)
4. Begroting 2026 (overeenkomstig artikel 432 Decreet over het Lokaal Bestuur)
5. Statutaire benoemingen
Varia
Art. 2 - De vertegenwoordiger van de gemeente die zal deelnemen aan de (fysieke of digitale) Algemene Vergadering van de Creat Services dv op 16.12.2025 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), wordt opgedragen zijn/haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige beslissing.
Art. 3 - Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van voormelde beslissingen en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan Creat Services dv bij voorkeur per elektronische post op AVCreatServices@creat.be of per post t.a.v. Creat Services dv, p/a Intercommunaal Beheer, Stropstraat 1 te 9000 Gent.
Johan De Bleecker, schepen
De gemeente neemt deel aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband Westlede.
De gemeente wordt opgeroepen om deel te nemen aan de buitengewone algemene vergadering van Westlede op 2.12.2025 die bijeengeroepen werd per e-mail van 8.10.2025.
De buitengewone algemene vergadering van Westlede van 2.12.2025 heeft volgende agenda:
1. Goedkeuring verslag van de Algemene Vergadering van 24.06.2025;
2. Beleidsplan bestuursperiode 2025-2030;
3. Begroting 2026;
4. Varia.
De gemeenteraad wordt gevraagd zijn goedkeuring te verlenen aan deze agenda. Overeenkomstig het gemeenteraadsbesluit van 21.01.2025 betreffende "Westlede - Aanduiding afgevaardigde algemene vergadering voor de legislatuur 2025-2030 - goedkeuring" zal Marleen Mornie (plaatsvervanger Angélique De Clercq) de gemeente Zwalm vertegenwoordigen en zal haar opgedragen worden het stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad m.b.t. deze buitengewone algemene vergadering.
Gemeenteraadsbesluit van 21.01.2025 betreffende " Westlede - Aanduiding afgevaardigde algemene vergadering voor de legislatuur 2025-"2030 - agenda buitengewone algemene vergadering - goedkeuring
E-mail van Westlede van 8.10.2025 met bijhorende stukken
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
Geen
https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o - tijdsblok audio: 40 min 10 sec - 42 min 14 sec
Art. 1- De agenda van de buitengewone algemene vergadering van Westlede van 2.12.2025, bepaald als volgt, wordt goedgekeurd:
1. Goedkeuring verslag van de Algemene Vergadering van 24.06.2025;
2. Beleidsplan bestuursperiode 2025-2030;
3. Begroting 2026;
4. Varia.
Art. 2 - De vertegenwoordiger van de gemeente Zwalm wordt opgedragen in de buitengewone algemene vergadering van Westlede van 2.12.2025 het stemgedrag af te stemmen op de beslissing genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige raadsbeslissing.
Art. 3 - Afschrift van deze beslissing zal worden overgemaakt aan het secretariaat van Westlede.
Tom Van Canneyt, schepen
De gemeente Zwalm neemt deel aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband Farys ov.
De gemeente wordt opgeroepen om deel te nemen aan de algemene vergadering van Farys op 19.12.2025 die bijeengeroepen werd per aangetekend schrijven van 15.10.2025.
De buitengewone algemene vergadering van Farys van 19.12.2025 heeft volgende agenda:
1. Wijziging in deelnemers en/of kapitaal
2. Stand van zaken van bijlage 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijzigingen in deelnemers en/of kapitaal
3. Evaluatieverslag met betrekking tot de werking van de opdrachthoudende vereniging, het ondernemingsplan 2025-2031, de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie 2026 (overeenkomstig art. 459 en 432 Decreet over het Lokaal Bestuur)
4. Begroting 2026 (overeenkomstig artikel 432 Decreet over het Lokaal Bestuur)
5. Statutaire benoemingen
6. Waterunie Operator - stand van zaken
Varia.
De gemeenteraad wordt gevraagd zijn goedkeuring te verlenen aan deze agenda. Aan de aangeduide vertegenwoordiger/plaatsvervangend vertegenwoordiger - Tom Van Canneyt of Matthijs Verschragen - wordt opgedragen om namens het bestuur zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad m.b.t. deze algemene vergadering.
Aangetekende brief dd. 15.10.2025 van Farys
Gemeenteraadsbesluit van 21.01.2025 houdende "Farys ov - Aanduiding afgevaardigde algemene vergadering en regionaal adviescomité domeindiensten voor de legislatuur 2025-2030 - agenda buitengewone algemene vergadering - goedkeuring"
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
Geen
https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o - tijdsblok audio: 42 min 15 sec - 43 min 30 sec
Art. 1 - De gemeenteraad beslist goedkeuring te verlenen aan de punten op de agenda van de buitengewone algemene vergadering Farys ov van 19.12.2025 en de daarbij behorende documentatie nodig voor het onderzoek van de agendapunten:
1. Wijziging in deelnemers en/of kapitaal
2. Stand van zaken van bijlage 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijzigingen in deelnemers en/of kapitaal
3. Evaluatieverslag met betrekking tot de werking van de opdrachthoudende vereniging, het ondernemingsplan 2025-2031, de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie 2026 (overeenkomstig art. 459 en 432 Decreet over het Lokaal Bestuur)
4. Begroting 2026 (overeenkomstig artikel 432 Decreet over het Lokaal Bestuur)
5. Statutaire benoemingen
6. Waterunie Operator - stand van zaken
Varia.
Art. 2 - De raad draagt de aangeduide vertegenwoordiger/plaatsvervangend vertegenwoordiger op om namens het bestuur alle akten en bescheiden met betrekking tot de buitengewone algemene vergadering van Farys ov vastgesteld op 19.12.2025, te onderschrijven en zijn stemgedrag af te stemmen op het in de beslissing van de gemeenteraad van heden bepaalde standpunt met betrekking tot de agendapunten van voormelde algemene vergadering.
Art. 3 - Een afschrift van dit besluit zal :
gestuurd worden.
Karen De Colfmacker, schepen
In 2026 treedt het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) in werking. De doelstelling van het decreet is:
Het decreet en zijn wijzigingen brengen een aantal belangrijke veranderingen met zich mee voor het lokaal bestuur:
Het lokaal bestuur Zwalm heeft beslist vanaf 01.09.2026 in te stappen in het BOA-decreet. Momenteel lopen de voorbereidingen voor de uitwerking van een lokaal erkenningskader en bijhorende financiering. Samenwerken met partners om het lokale BOA-beleid te realiseren, is een kernopdracht. Daarom richten we een lokaal samenwerkingsverband op. Dit samenwerkingsverband brengt relevante actoren samen: aanbieders buitenschoolse opvang, scholen, jeugd-, sport- en welzijnsverenigingen, ouders ...
Het lokale samenwerkingsverband adviseert het lokale bestuur over de regie buitenschoolse opvang en activiteiten:
De werking van het lokaal samenwerkingsverband BOA wordt vastgelegd in de vorm van een afsprakennota.
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten van 03.05.2019
Louis Ide, Karen De Colfmacker
https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o - tijdsblok audio: 43 min 31 sec - 45 min 48 sec
Afsprakennota voor Lokaal Samenwerkingsverband Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (LSV BOA)
Naam en zetel
Artikel 1
Het Lokaal Samenwerkingsverband BOA Zwalm, afgekort LSV BOA Zwalm wordt opgericht en wordt erkend als overlegplatform in uitvoering van het decreet van de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten van 3 mei 2019 (artikel 7) en het gemeentelijk participatiereglement (28/10/2020).
De zetel is gevestigd in het gemeentehuis, Zuidlaan 36 te 9630 Zwalm.
Algemene bepalingen
Artikel 2
Alle huidige en toekomstige bepalingen opgenomen in het 'Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten' en in 'Decreet over het lokaal bestuur' zijn van toepassing op deze afsprakennota.
Doelstellingen, taken en bevoegdheden
Artikel 3
De scope van het LSV is de buitenschoolse opvang en de buitenschoolse activiteiten voor kinderen tussen 3 en 12 jaar (voor- en naschoolse opvang, vakanties, schoolvrije dagen,...).
Het LSV fungeert als een forum dat samen met het lokaal bestuur Zwalm de lokale uitvoering van het BOA-decreet vormgeeft.
Het LSV BOA streeft naar een gedragen, kwaliteitsvol en inclusief beleid rond buitenschoolse opvang en activiteiten in Zwalm. Het is een vrijwillig overlegplatform dat advies verstrekt over het BOA-beleid en fungeert als brug tussen het lokaal bestuur en de betrokken partners.
Naast de decretale doelstellingen zijn voor het LSV BOA Zwalm de volgende belangrijkste doelstellingen en opdrachten bepaald:
Het creëren van een breed en gedragen overlegplatform dat samenwerking, afstemming en kennisdeling tussen de verschillende actoren stimuleert. Het versterken van participatie van kinderen, ouders en partners uit diverse sectoren zoals onderwijs, welzijn, jeugd, sport en cultuur. Het LSV BOA behartigt actief hun belangen.
Het afstemmen en coördineren van het buitenschoolse aanbod en de buitenschoolse activiteiten.
Het adviseren van het lokaal bestuur over het BOA-beleid, waaronder het lokaal erkenningskader, het subsidiekader en -reglement en de inzet van de BOA-middelen.
Het ondersteunen bij de uitvoering en monitoring van het BOA-beleid.
Het LSV kan ook op eigen initiatief adviezen uitbrengen over het lokale BOA-beleid.
Het bewaken van een inclusief aanbod dat toegankelijk is voor alle kinderen, met bijzondere aandacht voor kwetsbare gezinnen en kinderen met specifieke zorgbehoeften.
Het stimuleren van innovatieve praktijken, onder meer gericht op taalontwikkeling. Het bevorderen van kwaliteitsverbetering binnen het lokaal BOA-aanbod, onder meer via uitwisseling van goede praktijken en expertise.
Daarnaast kan het LSV ook geconsulteerd worden en/of om advies gevraagd worden bij geplande gemeentelijke acties en projecten met algemeen grote maatschappelijke impact en impact op vrije tijd, infrastructuur, aanbod en dienstverlening.
Transparantie en wederzijds vertrouwen zijn essentieel voor een constructieve samenwerking. Het LSV BOA waakt over een neutrale en respectvolle omgang. Bij klachten wordt verwezen naar de klachtenprocedure van de gemeente Zwalm https://www.zwalm.be/reglementen/klachtenbehandelingsreglement.
Het LSV levert met de medewerking van deze opdrachten een bijdrage aan het welzijn en houdt het algemeen belang van álle inwoners van de gemeente voor ogen.
Samenstelling van het LSV
Artikel 4
De samenstelling wordt bepaald door het college van burgemeester en schepenen en kan variëren naargelang het thema of het werkingsgebied (thematisch of buurtgericht).
Het LSV kan werkgroepen oprichten als tijdelijk orgaan om projectmatig te werk te gaan.
Het LSV is samengesteld uit stemgerechtigde en waarnemende leden. Gemeenteraadsleden (inclusief leden van het college van burgemeester & schepenen) en ambtenaren van het lokaal bestuur Zwalm kunnen enkel als waarnemer aanwezig zijn bij het LSV platform en hebben geen stemrecht.
Vertegenwoordiging
Artikel 5
Het LSV kan voorzien in een vertegenwoordiging van volgende doelgroepen/sectoren:
Het lokaal bestuur Zwalm (incl. Sociale dienst en Huis van het Kind), inclusief de bevoegde schepen BOA
Betrokken gemeentelijke diensten
Erkende BOA-aanbieders
Scholen en onderwijsinstellingen
Organisatoren en initiatiefnemers van buitenschoolse opvang en activiteiten
Potentiële aanbieders en initiatiefnemers van buitenschoolse opvang en activiteiten
Begeleiders van buitenschoolse opvang en activiteiten
Ouders/ouderverenigingen, grootouders
Kansengroepen
Welzijns-, jeugd- sport-, cultuurverenigingen, vrijetijdsorganisaties en andere relevante organisaties. Er wordt een vertegenwoordiging gevraagd van de relevante gemeentelijke adviesraden: jeugdraad en vrijetijdsraad. Met een maximum van drie leden per adviesraad.
Externe experten – deskundigen, vakorganisaties
Vertegenwoordigers van andere overheden (bijvoorbeeld bovenlokale of regionale netwerkpartners) en non-profitorganisaties (zoals o.a. Kind & Gezin, Jeugdhulp, …)
Lidmaatschap
Artikel 6
Personen en vertegenwoordigers van organisaties die interesse hebben om deel uit te maken van het Lokaal Samenwerkingsverband kunnen zich schriftelijk aanmelden bij het college van burgemeester en schepenen, via de dienst Welzijn (welzijn@zwalm.be). Het college van burgemeester en schepenen beoordeelt elke aanvraag op basis van de relevantie van de betrokken partij, de mate van betrokkenheid bij buitenschoolse opvang en activiteiten, en de omvang en samenstelling van de reeds actieve leden.
Wat verwacht het LSV van haar leden?
Ze brengen expertise en input vanuit hun sector (opvang, onderwijs, jeugd, cultuur, sport, ouders, kinderen, kansengroepen).
Ze denken mee over (nieuwe) initiatieven, beleidsvoorstellen, acties…
Ze signaleren noden en kansen vanuit hun achterban.
Ze hebben ervaring in, goede kennis of grote interesse in de lokale buitenschoolse opvang en buitenschoolse activiteiten.
Ze hebben een open en nieuwsgierige houding en tonen belangstelling in de lokale samenleving
Een lid engageert zich voor een termijn van 6 jaar. Men kan op ieder moment vrijwillig afstand doen van zijn plek in het LSV.
Het lidmaatschap van het LSV of vertegenwoordiger van een vereniging/organisatie in het LSV eindigt:
Door persoonlijk ontslag
Door het verdwijnen van de link tussen de vertegenwoordiger en de organisatie
Door het verdwijnen van de organisatie, dienst of voorziening die men vertegenwoordigt
Door overlijden
Door het opnemen van een politiek mandaat binnen de gemeente (uitgezonderd de bevoegde schepen voor BOA)
Door wijziging in het doel en/of de toegewezen opdrachten van het LSV door het lokaal bestuur
Ontslag (a, b en c) moet schriftelijk worden meegedeeld aan de voorzitter. In geval van f wordt de betrokkene schriftelijk op de hoogte gebracht door het college van burgemeester en schepenen.
Het college van burgemeester en schepenen behoudt zich het recht voor om het lidmaatschap van het Lokaal Samenwerkingsverband BOA te weigeren of in te trekken, hetzij algemeen, hetzij voor een specifieke vergadering, thema of agendapunt. Deze beslissing wordt genomen op basis van objectieve criteria, waaronder maar niet beperkt tot: het herhaaldelijk creëren van een negatieve sfeer, het onvoldoende constructief bijdragen aan het overleg, het vertonen van een obstructieve of destructieve houding, het niet respecteren van de overlegcultuur, of het ondermijnen van het vertrouwen binnen het samenwerkingsverband, discriminerende uitspraken of in strijd met de bepalingen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het college van burgemeester en schepenen motiveert dergelijke beslissingen en communiceert deze transparant aan de betrokken partij.
Indien het ontslag van 1 of meerdere leden ervoor zorgt dat de beoogde representativiteit in het gedrang komt, dan wordt de reservelijst aangesproken of wordt een nieuwe, gerichte oproep gelanceerd voor kandidaten.
Functies
Functie voorzitter
Artikel 6.1
Het voorzitterschap van het Lokaal Samenwerkingsverband wordt opgenomen door een door het LSV verkozen kandidaat. Indien de voorzitter niet aanwezig kan zijn op een LSV vergadering, zal de BOA-coördinator (of zijn/haar aangeduide back-up, bijvoorbeeld de bevoegde schepen BOA of een medewerker of leidinggevende van een gemeentelijke dienst van Zwalm) de functie overnemen.
Taken van de voorzitter
Leiden van de vergaderingen van het Lokaal Samenwerkingsverband.
Bewaken van de overlegcultuur: De voorzitter stimuleert een open en respectvolle dialoog, waarbij ruimte is voor diverse standpunten en waarbij gestreefd wordt naar een gedragen besluitvorming. Op een neutrale wijze faciliteren van de vergaderingen, met aandacht en respect voor ieders inbreng, en het nastreven van consensus als besluitvormingswijze. Dit impliceert automatisch dat, bij een gebrek aan een unaniem standpunt, de stem en wijsheid van de minderheid als evenwaardig wordt beschouwd en als dusdanig mee opgenomen zal worden in de verslaggeving.
In samenwerking met de administratie:
samenroepen van de vergadering en verzamelen van agendapunten
voorbereiden van adviezen en beslissingen voor het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad.
Partners samenbrengen, verbinden en samenwerking stimuleren.
Bewaken van de beleidslijnen en doelstellingen van het BOA-beleid
Bewaken van de naleving van de modaliteiten m.b.t. participatie in het algemeen en in het bijzonder zoals opgenomen in het gemeentelijk participatiereglement alsook van de modaliteiten zoals bepaald in deze afsprakennota.
Functie secretaris
Artikel 6.2
De rol van secretaris wordt opgenomen door een medewerker van het lokaal bestuur (ambtelijke ondersteuning).
De taken van de secretaris zijn:
Beheer van de agenda en uitnodigingen van het LSV BOA
Opmaak en verspreiding van de verslagen van de vergaderingen LSV BOA
Faciliteren van de vergadering van het LSV: praktisch, logistiek, ondersteunen van de voorzitter organisatorisch, reserveren van de nodige zalen en andere benodigdheden, evt. mee leiden van vergaderingen of werksessies (bv. moderator bij werkgroepen), …
Opvolging van acties, afspraken en deadlines
Ondersteuning bij de voorbereiding van dossiers en rapportering aan Opgroeien en aan de management- en beleidsorganen van de gemeente Zwalm.
Communicatie en informatiebeheer: De secretaris zorgt voor de verspreiding van vergaderdocumenten en relevante informatie naar alle leden van het samenwerkingsverband. De secretaris draagt zorg voor een correcte en toegankelijke archivering van alle documenten en communicatie binnen het samenwerkingsverband.
Werkgroepen
Artikel 7
Werkgroepen zijn informele groepen binnen het LSV die het LSV kan oprichten als tijdelijke groep om projectmatig te werk te gaan.
Werkgroepen hebben geen formele rol of bevoegdheden maar dienen om thema’s en dossiers uit te werken voor het LSV.
Een werkgroep kan bestaan uit leden van het LSV, leden van het lokaal bestuur en/of externen met affiniteit of expertise bij de opdracht.
Vergaderingen
Artikel 8
De vergaderingen van het LSV BOA Zwalm zijn niet openbaar.
Het overlegplatform LSV komt zo vaak samen als wordt nodig geacht, maar minstens 2 keer per jaar. De bijeenkomsten worden voorbereid door de aangewezen ambtenaar van het lokaal bestuur Zwalm en de voorzitter. Bijdragen aan de agenda kunnen door elk lid tot een week voor het overleg worden aangeleverd. De relevantie van elk ingediend agendapunt wordt bekeken door de voorzitter, ondersteund door de secretaris.
Bij de start van een vergadering kunnen door de leden eventueel bijkomende agendapunten worden toegevoegd als de meerderheid van de aanwezigen hiermee akkoord gaat.
Leden sluiten bij voorkeur fysiek aan op de vergadering. Indien zij omwille van een bepaalde reden (bv. ziekte, buitenland, …) enkel digitaal kunnen en willen aansluiten, voorziet de secretaris de mogelijkheid dit te realiseren.
De voorzitter leidt de vergaderingen. Van elke vergadering wordt een verslag opgemaakt.
Bij (hoog)dringendheid kan er, na overleg tussen de voorzitter en secretaris, advies per e-mail gevraagd worden.
Besluitvorming
Artikel 9
Binnen het Lokaal Samenwerkingsverband BOA worden adviezen en beslissingen in principe niet genomen via formele stemmingen, maar ontstaan deze uit overleg en gezamenlijke afweging. Er wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke consensus en een breed gedragen besluitvorming, waarbij unanieme instemming het uitgangspunt is.
Diverse standpunten, nuances en kanttekeningen worden steeds zorgvuldig genotuleerd in het verslag, zodat de rijkheid van het overleg bewaard blijft. Deze werkwijze bevordert een constructieve dialoog en laat ruimte voor het toelichten van verschillende denkwijzen. Net deze diversiteit aan perspectieven draagt bij aan doordachte en duurzame oplossingen die breed gedragen zijn binnen het samenwerkingsverband.
In geval er wordt over gegaan tot stemmen, dan worden besluiten genomen bij gewone meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen geldt de stem van de voorzitter als doorslaggevend.
Evaluatie van het doel, de toegewezen opdracht(en) en de werking van het LSV
Artikel 10
Jaarlijks evalueert het LSV haar doelen en haar werking.
Rechten en plichten
Artikel 11
De leden van het lokaal samenwerkingsverband:
Onderschrijven deze afsprakennota en verbinden zich ertoe om een actieve bijdrage te leveren aan het realiseren van de doelstellingen van het LSV
Nemen zelf ook initiatief om zich te informeren over het lokale BOA beleid alsook om signalen op te vangen en door te geven aangaande buitenschoolse opvang, regie, coördinatie en afstemming tussen buitenschoolse activiteiten
Behandelen de verkregen informatie en documentatie met de nodige discretie en, indien van toepassing, geheimhoudingsplicht.
Daartegenover staat dat de leden stem- en spreekrecht hebben alsook inzagerecht in alle nodige documenten en dossiers ter zake, mits inachtneming van de privacywetgeving. Ook hebben zij het recht om de politieke standpunten inzake een lopend adviesdossier op te vragen.
We verwijzen ook naar de verwachtingen van een lid opgesomd in artikel 6 van deze afsprakennota.
Wijziging van de afsprakennota
Artikel 12
Wijzigingen aan deze afsprakennota kunnen alleen worden doorgevoerd na goedkeuring door minstens twee derde van de aanwezige leden. Minstens om de zes jaar evalueert het LSV BOA deze afsprakennota samen met haar leden.
Ontbinding van het LSV
Artikel 13
Het samenwerkingsverband kan ontbonden worden bij besluit van minstens twee derde van de leden.
Slotbepalingen
Artikel 14
De afsprakennota treedt in werking na goedkeuring door de gemeenteraad van het lokaal bestuur van Zwalm en na goedkeuring op het eerste Lokale Samenwerkingsverband BOA Zwalm.
Ondersteuning
Artikel 15
Het lokaal bestuur voorziet in de nodige verzekeringspolissen ter dekking van de risico’s ‘burgerlijke aansprakelijkheid’, ‘rechtsbijstand’ en ‘lichamelijke ongevallen’ voor alle activiteiten in het kader van de werking van het LSV BOA.
Art. 1 - De gemeenteraad keurt de oprichting en afsprakennota voor het Lokaal Samenwerkingsverband Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (LSV BOA), zoals opgenomen in bijlage, goed.
Art. 2 - Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de verdere uitvoering.
Karen De Colfmacker, schepen
In 2020 (en aanpassing in 2024) werden alle bestaande subsidiereglementen voor de scholen in een allesomvattend reglement gebundeld. Het lokaal bestuur kent alle Zwalmse scholen een subsidie van € 15,00 per leerling toe. Deze subsidie kan als volgt besteed worden:
Dit reglement wordt positief geëvalueerd door de scholen en wensen we de komende legislatuur verder te zetten.
De kosten van dit reglement worden geraamd op € 6.500 per jaar wanneer alle scholen het maximum beschikbare budget opgebruiken. € 1.620 wordt van het budget flankerend onderwijsbeleid gefinancierd. € 4.800 wordt van het budget bestuurlijke preventie gefinancierd.
Gemeenteraadsbesluit van 22.02.2024 houdende aanpassing en hercoördinatie van het reglement 'subsidies scholen voor preventie, natuur en technologie'
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
Francia Neirinck, Karen De Colfmacker
https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o - tijdsblok audio: 45 min 49 sec - 48 min 53 sec
Subsidiereglement scholen voor preventie, natuur en technologie
Art. 1 – §1 Lokaal Bestuur Zwalm kent per schooljaar aan de scholen van het basisonderwijs in Zwalm een subsidie toe van maximum € 15,00 per leerling. Maximum € 5,00 per leerling kan gaan naar zwemlessen en max. € 5,00 per leerling kan gaan naar andere preventieactiviteiten. Maximum € 2,50 per leerling naar milieu- en natuuractiviteiten en maximum € 2,50 per leerling naar technologieactiviteiten.
§2 De preventieactiviteiten moeten kaderen in het bij de kinderen stimuleren van weerbaarheid, verdraagzaamheid, gezondheid en het voorkomen van risicogedrag.
§3 De natuuractiviteiten moet kaderen in het vormen van de kinderen inzake milieu- en natuurbehoud in de ruime zin en in het bevorderen van de relatie van mens tot de natuur.
§4 De technologieactiviteiten moeten kaderen in het bij de kinderen technologisch talent laten ontdekken, de belangstelling voor technologie aanwakkeren, de waardering voor het vakgebied vergroten, de maatschappelijke beeldvorming rond technologie bijstellen, de maatschappelijke relevantie van technologie aantonen en leerlingen uit het lager onderwijs stimuleren om een opleiding in de technologie te volgen.
§5 Jaarlijks zullen passende activiteiten binnen bovenstaande thema's voor het komende schooljaar besproken worden tijdens een scholenoverleg. Deze activiteiten worden daarna bevestigd door het college van burgemeester en schepenen.
§6 De subsidie wordt gebaseerd op het aantal leerlingen op 1 februari van dat schooljaar.
Art. 2 - §1 Volgende scholen die kleuter- en lager onderwijs aanbieden op Zwalms grondgebied kunnen een subsidie aanvragen:
Art. 3 - De school verbindt zich ertoe in alle communicatie in verband met de activiteiten vermeld in artikel 1 gebruik te maken van het logo van de gemeente Zwalm en te vermelden dat de actie tot stand kwam met de steun van Lokaal Bestuur Zwalm. Op de schoolfactuur naar de ouders wordt per activiteit melding gemaakt van het bedrag per leerling dat de ouders minder betalen, vermits het Lokaal Bestuur Zwalm subsidieert.
Art. 4 – De school kan rekenen op ondersteuning van de gemeente voor het organiseren van preventieacties.
Art. 5 – Om aanspraak te maken op een subsidie dient de school deel te nemen aan de door het Lokaal Bestuur Zwalm georganiseerde activiteiten met de schoolkinderen als voornaamste doelgroep.
Art. 6 - §1 De subsidieaanvraag gebeurt jaarlijks als volgt:
§2 Indien twee of meerdere scholen samen een activiteit organiseerden, dienen ze aan te geven welke school voor welk bedrag in aanmerking komt voor de subsidie voor deze activiteit.
Art. 7 - De subsidie wordt betaald na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 8 - Dit reglement treedt onmiddellijk in werking en geldt tot en met schooljaar 2030-2031 en wordt bekendgemaakt conform het decreet lokaal bestuur.
Art. 1 - De gemeenteraad beslist het reglement 'subsidies scholen voor preventie, natuur en technologie', zoals opgenomen in bijlage, goed te keuren.
Art. 2 - Dit besluit treedt in werking en wordt bekendgemaakt conform het decreet lokaal bestuur.
Karen De Colfmacker, schepen
Het bestaande reglement subsidies jeugd loopt af op 31.12.2025 en vraagt enkele aanpassingen om van kracht te blijven.
De jeugdraad vraagt het budget voor kampvervoer op te trekken gezien de stijgende kosten. Daarnaast vraagt de jeugdraad om de subsidies kampvervoer uit te breiden met de verplaatsing van leden met openbaar vervoer. Het maximumbedrag voor kampvervoer wordt opgetrokken van € 500 naar € 1000 per vereniging.
Teneinde de tekst volledig te houden wordt het reglement gehercoördineerd rekening houdende met de hierboven vermelde aanpassingen.
Gemeenteraadsbesluit van 19.12.2019 houdende het reglement 'Subsidies jeugd'
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
Geen
https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o - tijdsblok audio: 48 min 54 sec - 50 min 0 sec
Gehercoördineerd reglement subsidies jeugd
Afdeling 1: Percentuele verdeling verschillende subsidies
Artikel 1: Algemeen
Binnen de perken van de daartoe door de gemeenteraad goedgekeurde kredieten op de meerjarenplanning, voorziet het gemeentebestuur van Zwalm subsidies voor de ondersteuning van jeugdwerk ten bedrage van €13.129 voor 2020, nadien jaarlijks verhoogd met de jaarlijkse stijging van de index der consumptieprijzen waarbij de startwaarde de index van de maand december 2019 is.
Artikel 2: Begripsomschrijving
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Artikel 3: Verdeling
De beschikbare gelden worden als volgt verdeeld:
Deze verdeling gebeurt op basis van wat in de verschillende afdelingen binnen dit reglement wordt vastgelegd.
Artikel 4: Overschotten
Indien na uitbetaling van de aanvragen voor toelagen binnen de verschillende afdelingen van dit reglement, nog overschotten beschikbaar zijn van deze kredieten (zoals bepaald in de begroting), dan worden deze eerst aangewend om eventuele tekorten op de subsidies voor kampvervoer aan te vullen. Indien er dan nog overschotten zijn worden deze jaarlijks verdeeld onder alle erkende jeugdwerkinitiatieven volgens dezelfde verdeelsleutel, toegepast in afdeling 2 van dit reglement.
Artikel 5: Controle en sancties
De toelagen worden verleend door het college van burgemeester en schepenen, na advies van de gemeentelijke jeugdadviesraad. Aan het college van burgemeester en schepenen dienen alle documenten te worden voorgelegd en alle inlichtingen te worden verstrekt die zij noodzakelijk acht voor het toekennen van de subsidies (bvb de boekhouding).
De algemene vergadering van de gemeentelijke jeugdadviesraad kan het college van burgemeester en schepenen vragen inzicht te krijgen in alle documenten en alle inlichtingen te bekomen die zij noodzakelijk acht voor het adviseren van de aanvragen.
Indien blijkt dat door een jeugdwerkinitiatief of een particulier onjuiste gegevens verstrekt worden of indien de voorwaarden van dit reglement niet strikt worden nageleefd, kan het college van burgemeester en schepenen de op grond van dit reglement toegekende subsidies geheel of gedeeltelijk terugvorderen en de begunstigde(n) schorsen voor verdere betoelaging. De begunstigde wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld. Hij/zij heeft het recht binnen de veertien dagen bezwaar aan te tekenen tegen de overwogen maatregel, waarna de algemene vergadering van de gemeentelijke jeugdadviesraad gevraagd wordt advies te verlenen. Het college van burgemeester en schepenen kan daarna, op basis van het bezwaar en het advies van de gemeentelijke jeugdadviesraad , de sanctie eventueel herzien. Deze beslissing dient uitvoerig te worden gemotiveerd.
Afdeling 2: Subsidies voor erkende jeugdwerkinitiatieven
Artikel 6: Begripsomschrijving
Voor de toepassing van de bepalingen van dit reglement wordt verstaan onder:
- de leeftijd van de leden moet gesitueerd zijn tussen 3 en 25 jaar, de leeftijd wordt geteld op basis van de geboortejaren in het geldende werkjaar
- de erkende jeugdorganisatie moet naam, adres en geboortedatum van de leden kunnen voorleggen (aan de hand van officiële ledenlijsten, verzekeringsdocumenten,...)
- minimum 2-wekelijkse activiteit
- minimum 20 leden, waarvan maximum 1/3de begeleiders
- begeleiding gebeurt door persoon van minimum 16 jaar en maximum 25 jaar (jeugd voor jeugd)
Artikel 7: Het jeugdwerkinitiatief mag geen geldelijke toelagen ontvangen voor dezelfde werking op grond van een andere gemeentelijke regelgeving.
Artikel 8: Doelstelling
De subsidies zijn specifiek bedoeld voor de ondersteuning en stimulering van de werking van de erkende jeugdwerkinitiatieven op het grondgebied van Zwalm. Deze worden onderverdeeld in een basistoelage en een werkingstoelage.
Jeugdwerkinitiatieven met een permanente werking ontvangen een basistoelage en een werkingstoelage op basis van hun activiteitenverslag.
Jeugdwerkinitiatieven met een niet-permanente werking ontvangen een werkingstoelage op basis van hun activiteitenverslag.
De basistoelage bedraagt 20 % van het totale bedrag en wordt gelijk verdeeld onder alle jeugdwerkinitiatieven met een permanente werking die een aanvraag indienen.
De werkingstoelage bedraagt 80 % van het totale bedrag en wordt via een puntensysteem verdeeld onder de aanvragende jeugdwerkinitiatieven met permanente en niet-permanente werking.
Artikel 9: Begunstigden
Enkel jeugdwerkinitiatieven die voldoen aan de begripsomschrijvingen binnen artikel 2 en 6 van dit reglement kunnen in aanmerking komen voor een subsidie.
Artikel 10: Begripsomschrijving en berekening werkingstoelage
De werkingstoelage wordt berekend op basis van het activiteitenverslag dat het jeugdwerkinitiatief indient. De punten worden als volgt verdeeld:
| lidmaatschap |
per lid (lijst op 31/12) |
10 punten |
| gebrevetteerde begeleider |
per begeleider met brevet |
75 punten |
| activiteit < 7u |
per aanwezig lid/begeleider |
1 punt |
| activiteit ≥ 7u |
per aanwezig lid/begeleider |
2 punten |
| kamp of weekend |
per nacht per aanwezige |
3 punten |
| medewerking aan een gemeentelijk initiatief |
per deelname |
75 punten |
| medewerking aan een solidariteitsactie (11.11.11, Amnesty International, …) |
per deelname |
75 punten |
| medewerking aan activiteiten voor natuurbehoud of ter verbetering van het leefmilieu |
per deelname |
75 punten |
| begeleider in bezit van brevet eerste hulp bij ongevallen (vorming van min. 12u) |
per brevet |
75 punten |
| deelname vergaderingen gemeentelijke jeugdadviesraad |
per deelname |
10 punten |
| gezamenlijke activiteit: wanneer minstens 2 jeugdverenigingen een gezamenlijke activiteit realiseren, kunnen hiervoor 50 punten extra verdiend worden door de deelnemende verenigingen (de gemeentelijke jeugddienst en de schepen van jeugd worden van de samenwerking op de hoogte gebracht) |
per activiteit |
50 punten |
Artikel 11: Aanvraag
De aanvragen tot subsidiëring gebeuren door middel van geëigende formulieren die ter beschikking liggen bij de gemeentelijke jeugddienst of kunnen gedownload worden via de gemeentelijke website. Deze aanvraag dient vergezeld van alle bewijsstukken zoals vermeld in dit reglement en op het aanvraagformulier. Alle aanvragen dienen vòòr 1 februari van het jaar volgend op het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft ingestuurd te worden.
Te laat ingediende aanvragen komen niet meer in aanmerking.
Artikel 12: Uitbetaling
Uitbetaling van de subsidies gebeurt jaarlijks ten laatste in de maand april door storting van het volledig toegekend bedrag op rekeningnummer van de betreffende vereniging.
Afdeling 3: Subsidies voor kadervorming
Artikel 13: Voorwaarden
De kadervorming moet georganiseerd zijn door een door de Vlaamse Gemeenschap erkende organisatie. Onder kadervorming wordt verstaan:
Artikel 14: Begunstigden
Artikel 15: Toelage
Indien echter de totaalsom van de aangevraagde toelagen groter is dan het krediet voorzien op de begroting hiervoor, wordt elke toelage percentueel verminderd.
Artikel 16: Aanvraag
De aanvragen tot het bekomen van een subsidie dienen gedaan te worden voor 1 februari van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de vorming werd gevolgd, op het door de gemeentelijke jeugddienst ter beschikking gestelde aanvraagformulier.
Bij de aanvraag dient een kopie van het programma, het deelnamebewijs (met vermelding van het betaalde bedrag en de organisator) en van het behaalde attest gevoegd te worden. Een kopie van het programma kan nuttig zijn als de relevantie van de cursus moet aangetoond worden.
Artikel 17: Uitbetaling
Uitbetaling van de subsidies gebeurt jaarlijks ten laatste in de maand april door storting van het volledig toegekend bedrag op rekeningnummer van de betreffende vereniging of jongere.
Afdeling 4: Subsidies voor nieuwe jeugdwerkinitiatieven
Artikel 18: Nieuwe initiatieven zijn elke vorm van vereniging die in opstartende fase is. Een nieuwe jeugdorganisatie kan een aanvraag tot erkenning als jeugdwerkinitiatief indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Deze jeugdorganisatie kan enkel erkend worden indien zij plant te voldoen aan de voorwaarden opgesomd in artikel 2 van dit reglement. Na advies van de gemeentelijke jeugdadviesraad en de goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen, kan de voorlopige erkenning worden toegewezen. Op het einde van het werkjaar wordt de vereniging geëvalueerd door de gemeentelijke jeugdadviesraad en het college van burgemeester en schepenen, waarna ze definitief kan erkend worden. Evaluatie gebeurt aan de hand van programma, aantal leden, financieel rapport en dergelijke meer.
Artikel 19: Toelage
De eenmalige toelage bedraagt maximum € 500,00.
De grootte van de toelage wordt bepaald, rekening houdend met volgende factoren:
Het college van burgemeester en schepenen beslist, na advies van de gemeentelijke jeugdadviesraad, over het al dan niet toekennen van een subsidie en het toe te kennen bedrag.
Indien na evaluatie blijkt dat de werking zelfbedruipend is of de gelden op onwenselijke wijze (tegen de visie van het gemeentebestuur in en de geest van dit reglement) werden aangewend, kan het college van burgemeester en schepenen overgaan tot terugvordering hiervan.
Artikel 20: Aanvraag
De aanvraag gebeurt voor 1 september van het jaar waarin men met de werking wenst te starten via de formulieren die hiervoor door de gemeentelijke jeugddienst ter beschikking gesteld worden.
Afdeling 5: Subsidies voor projecten
Artikel 21: Voorwaarden
Voor die betoelaging komen projecten in aanmerking die voldoen aan volgende voorwaarden:
Kunnen een aanvraag indienen:
Artikel 22: Administratieve voorwaarden
Om in aanmerking te komen voor betoelaging dient de aanvrager aan volgende administratieve voorwaarden te voldoen:
Artikel 23: Afrekening
Binnen 1 maand na afloop van de activiteit dient een volledige afrekening, gestaafd met de nodige bewijsstukken (contracten, facturen, betalingsbewijzen, enz...) aan de gemeentelijke Jeugddienst toegestuurd te worden. Kosten (bvb drankfactuur) die inkomsten voor de organisatie genereren, komen niet in aanmerking.
Artikel 24: Toelage
De toelage bedraagt 75 % van de uitgaven die binnen deze afdeling voor subsidiëring in aanmerking kunnen komen met een maximum van € 500,00 per project. Indien de voorziene gelden reeds volledig uitgeput zijn, kunnen geen verdere aanvragen meer behandeld worden voor dat kalenderjaar.
Artikel 25: Uitbetaling
Uitbetaling van de projectsubsidies gebeurt na voorlegging van de bewijsstukken volgens artikel 24.
Afdeling 6: Subsidies voor kampvervoer
Artikel 26: Voorwaarden
Artikel 27: Procedure
Indien de volgens dit reglement vastgelegde gelden niet volstaan wordt elk uit te keren bedrag proportioneel verminderd.
Artikel 28: Dit reglement treedt in werking vanaf 01.01.2026 en geldt tot 31.12.2031.
Art. 1 - Het reglement 'Subsidies jeugd' wordt aangepast en gehercoördineerd zoals opgenomen in bijlage.
Art. 2 - Dit besluit treedt in werking en wordt bekendgemaakt conform het decreet lokaal bestuur.
Tom Van Canneyt, schepen
De gemeente neemt deel aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband IVLA.
De gemeente wordt opgeroepen om deel te nemen aan de buitengewone algemene vergadering van IVLA op 11.12.2025 die bijeengeroepen werd per schrijven van 13.10.2025
De buitengewone algemene vergadering van IVLA van 11.12.2025 heeft volgende agenda:
De gemeenteraad wordt gevraagd zijn goedkeuring te verlenen aan deze agenda. Overeenkomstig het gemeenteraadsbesluit van 21.01.2025 houdende "Intergemeentelijke vereniging voor beheer van afvalstoffen Vlaamse Ardennen (I.Vl.A.)- Aanduiding afgevaardigde algemene vergadering en bestuurder voor de legislatuur 2025-2030 - agenda buitengewone algemene vergadering - goedkeuring" zal Tom Van Canneyt (plaatsvervangster Marleen Mornie) de gemeente Zwalm vertegenwoordigen en zal hem/haar opgedragen worden het stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad m.b.t. deze algemene vergadering
Gemeenteraadsbesluit van 22.01.2025 betreffende "Intergemeentelijke vereniging voor beheer van afvalstoffen Vlaamse Ardennen (I.Vl.A.)- Aanduiding afgevaardigde algemene vergadering en bestuurder voor de legislatuur 2025-2030 - agenda buitengewone algemene vergadering - goedkeuring"
Brief van IVLA van 13.10.2025 met bijhorende stukken
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
Eric De Vriendt, Tom Van Canneyt, Matthijs Verschraegen
https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o - tijdsblok audio: 50 min 01 sec - 52 min 41 sec
Art. 1- De agenda van de buitengewone algemene vergadering van IVLA van 11.12.2025, bepaald als volgt, wordt goedgekeurd:
Art. 2 - De vertegenwoordiger van de gemeente Zwalm wordt opgedragen in de buitengewone algemene vergadering van IVLA van 11.12.2025 het stemgedrag af te stemmen op de beslissing genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige raadsbeslissing.
Art. 3 - Afschrift van deze beslissing zal worden overgemaakt aan het secretariaat van IVLA
Tom Van Canneyt, schepen
Veel inwoners willen hun nieuwe GFT-container netjes houden en vragen of zakjes zijn toegelaten.
Plastic zakjes, ook de composteerbare, zijn niet toegestaan. IVLA onderzocht daarom welke papieren composteerbare zakjes wel geschikt zijn en wil deze aanbieden via lokale verdeelpunten. Om te starten enkel via het gemeentehuis.
Op deze manier vermijden we dat er verschillende soorten zakjes worden gebruikt, waarvan vele varianten het composteringsproces ernstig kunnen verstoren.
De papieren GFT-zakjes zullen aangeboden worden aan het onthaal en in de gemeentelijke automaat. Na evaluatie kan het zijn dat deze eveneens beschikbaar worden in andere verdeelpunten, zoals de pmd-zakken. De papieren GFT-zakjes zijn beschikbaar vanaf 2026.
Een rol van 20 zakjes zal € 2,00 kosten.
Dit is de enige aanpassing ten opzichte van het vorige reglement.
Gemeenteraadsbesluit van 23.10.2025 houdende "Retributiereglement inzake de verkoopprijs van PMD-zakken, luierzakken en restafvalzakken met sticker - aanpassing en hercoördinatie - goedkeuring"
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
Geen
https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o - tijdsblok audio: 52 min 42 sec - 55 min 0 sec
Art. 1 - Het gemeenteraadsbesluit van 23.10.2025 houdende aanpassing en coördinatie retributiereglement voor het ter beschikking stellen van PMD-zakken, luierzakken en restafvalzakken met sticker wordt aangepast en gehercoördineerd.
Art. 2 – § 1. Volgende tarieven worden bepaald voor de verkoop van diverse afvalzakken:
- voor de blauwe PMD-zakken (60l) : € 0,15 per zak of € 1,80 per rol van 12 zakken
- voor de blauwe PMD-zakken (90l) : € 0,20 per zak of € 4,00 per rol van 20 zakken
- voor de witte luierzakken: € 0,60 per zak ofwel € 6,00 per rol van 10 zakken
- voor de grijze restafvalzakken met bijhorende stickers: € 2,25 per sticker en zak.
- voor de papieren GFT-zakjes: € 0,10 per zak ofwel €2,00 per rol van 20 zakken.
De grijze restafvalzakken kunnen aangekocht worden door verenigingen die een activiteit organiseren op een andere locatie (dan hun vast lokaal) of door verenigingen die geen eigen lokaal hebben.
§ 2. Bij de minimale gelijktijdige afname door handelaars die optreden als lasthebber voor doorverkoop van PMD, luierzakken of andere, wordt op hun in paragraaf 1 vermelde prijs een korting toegestaan van 15% per doos.
Art. 3 - De verschuldigde bedragen worden op basis van een factuur of elektronisch betaald.
Art. 4 - Bij niet-betaling wordt toepassing gemaakt van art. 177 van het decreet over het lokaal bestuur waarbij een dwangbevel wordt uitgevaardigd voor de onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen. Voor betwiste niet-fiscale ontvangsten gebeurt de invordering overeenkomstig de regels betreffende de burgerlijke rechtsprocedure. Bij de procedure via dwangbevel vallen de kosten ten laste van diegene ten aanzien van wie het dwangbevel wordt uitgevaardigd.
Art. 5 - Dit besluit zal worden bekendgemaakt zoals voorzien in het decreet lokaal bestuur en treedt in werking op 01.01.2026.
Art. 6 - De verkopende handelaren zullen van de nieuwe tarieven in kennis worden gesteld.
Johan De Bleecker, schepen
In het kader van de werken voor de ontdubbeling van het gemeentelijke rioleringsstelsel wordt voorzien in een reactivatie van het dossier Zuidlaan - Hondendries. We stellen dan ook voor Farys opdracht te geven het nodige te doen voor opstart van de studieopdracht en een ontwerper aan te stellen.
De gehele opdracht van de werken zelf wordt geraamd op circa € 1.294.067. De kosten voor de aanleg van het ontdubbeld rioleringsstelsel en de wegenis vallen volledig ten laste van onze Aquario-enveloppe behoudens eventuele grondverwervingen.
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017
Eric De Vriendt, Johan De Bleecker, Peter Van Den Haute, Tom Van Canneyt, Tom Aelbrecht
https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o - tijdsblok audio: 55 min 01 sec - 1 u 06 min 42 sec
Enig artikel - Farys wordt opdracht gegeven tot opstart van de studie-opdracht inzake het rioleringsdossier "Zuidlaan - Hondendries" en het aanstellen van een ontwerper. De kosten vallen ten laste van onze Aquario-enveloppe.
Karen De Colfmacker, schepen
De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
Gemeenten kunnen, zoals bepaald in de Vlaamse Codex Wonen, een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden. Daarbij kunnen ze nadere materiële en procedurele regels voor het leegstandsregister bepalen.
Er zijn meerdere redenen om leegstaande woningen en gebouwen te registreren en te belasten:
De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Het bestaande reglement van 17.12.2020 houdende het reglement betreffende de gemeentebelasting op leegstaande gebouwen en woningen - periode 2020-2025 - aanpassing en coördinatie loopt af einde december. Het bestuur heeft beslist dit reglement aan te houden en up te daten voor de periode 2026-2031.
Gemeenteraadsbesluit van 17.12.2020 houdende "Reglement betreffende de gemeentebelasting op leegstaande gebouwen en woningen - periode 2020-2025 - aanpassing en hercoördinatie"
Grondwet, art. 170, § 4.
Vlaamse Codex Wonen van 2021, art. 2.9 - 2.14.
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, art. 2.14.
Wetboek minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13.04.2019
Decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen
Decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur.
Bestuursdecreet van 7.12.2018
Omzendbrief van 15.02 2019 KB/ABB 2019/2 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit
Peter Van Den Haute, Francia Neirinck, Karen De Colfmacker
https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o - tijdsblok audio: 1 u 06 min 43 sec - 1 u 12 min 43 sec
REGLEMENT BETREFFENDE DE GEMEENTEBELASTING OP LEEGSTAANDE GEBOUWEN EN WONINGEN periode 2026 - 2031
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. In dit reglement wordt verstaan onder:
1° administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister;
2° beroepsinstantie: in eerste instantie het college van burgemeester en schepenen en pas in een volgende stap de rechtbank van eerste aanleg
3° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
c) elk ander door de Vlaamse regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld
4° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, dat geen woonfunctie bevat, met uitsluiting van bedrijfsruimten (groter dan 500m²), vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
5° kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt;
6° Leegstaand gebouw: een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
7° leegstaande woning:
Een woning die gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;
8° leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, zoals vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
9° leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;
10° opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen
11° verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt;
12° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
13° houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning;
Hoofdstuk 1: Leegstandsregistratie
Artikel 2. Leegstandsregister
§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:
1° een lijst met de leegstaande gebouwen;
2° een lijst met de leegstaande woningen
Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar of gekend is als tweede verblijf, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.
§2. In het leegstandsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
3° de identiteit en het (de) adres(sen) van de houder(s) van het zakelijk recht;
4° het nummer en de datum van het opnameattest,
5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.
Artikel 3. Registratie van leegstand
§1. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde opnameattest, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van het opnameattest geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.
§3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:
Artikel 4. Kennisgeving van registratie
De houder(s) van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:
Artikel 5. Beroep tegen registratie
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd .
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§3. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§4. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:
§5. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit onverwijld mee aan de indiener.
Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.
§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener van het beroep.
§8. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
§9. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent is binnen de termijn vermeld in §6, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste 6 maand na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente. Artikelen 1385undecies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
Artikel 6. Schrapping uit het leegstandsregister
§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de functie.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, 6°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
Een gebouw met een economische functie wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeldt in artikel 1, 6°/1, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
§2. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
Als datum van het verzoek wordt de datum van de aangetekende verzending gehanteerd.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.
Hoofdstuk 2. De belasting
Artikel 7. Belasting op leegstaande woningen en gebouwen
§1 Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister. De definities van woningen, gebouwen, leegstaande woning, leegstaand gebouw en leegstandsregister zijn omschreven in artikel 1.
§2 De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.
Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Artikel 8. Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht over het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum.
§2. In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§3. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.
De instrumenterende ambtenaar stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.
Artikel 9. Tarief van de belasting
De belasting bedraagt:
- € 1.300 voor een leegstaand gebouw;
- € 1.300 voor een leegstaande woning;
- € 650 voor een leegstaande kamer.
De belasting wordt verhoogd met € 1.300 per bijkomende termijn van twaalf maanden dat het gebouw of de woning in het leegstandsregister staat met een maximum 5 bijkomende termijnen van twaalf maanden.
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning in het leegstandsregister staat, wordt opnieuw vanaf nul berekend bij overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.
Artikel 10. Vrijstellingen
§1. De houder van het zakelijk recht kan een beroep doen op de vrijstellingen zoals vermeld in §2. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken, moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. Van de leegstandsbelasting vrijgesteld is de belastingplichtige:
1° van wie de handelingsbekwaamheid wordt beperkt door een gerechtelijke beslissing, en dat voor een periode van drie jaar die volgt op de gerechtelijke beslissing;
2° die in een erkende ouderenvoorziening verblijft (het bewijs van verblijf wordt aangeleverd door de ouderenvoorziening zelf) en dat voor een periode van vier jaar volgend op de datum van opname. Deze vrijstelling geldt alleen als maar als de belastingsplichtige de enige zakelijk gerechtigde van het gebouw is.
3° die voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling of in een ziekenhuis (het bewijs van langdurig verblijf wordt aangeleverd door de psychiatrische instelling of het ziekenhuis) en dat voor een periode van 4 jaar volgend op de datum van opname. Deze vrijstelling geldt alleen als maar als de belastingsplichtige de enige zakelijk gerechtigde van het gebouw is.
4° die recent een zakelijk recht heeft verkregen over de woning of het gebouw, en dat voor een periode van twee jaar die volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht. Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten zijnde
- aan vennootschappen die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks in rechten of in feiten gecontroleerd worden
- indien de overdracht het gevolg is van een fusie, splitsing of een andere overgang ten algemenen titel.
- aan een bloedverwante in de derde graad, tenzij in het geval van erfopvolging of testament
5° die renovatiewerken uitvoert aan de woning blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning.
6° die een renovatienota of -schema voorlegt met daarin tekeningen en een opsomming van de werken, waaruit blijkt dat het pand effectief gerenoveerd wordt, en dat voor een periode van één jaar. De belastingplichtige kan aansluitend een tweede en een derde jaar vrijgesteld worden, als hij aantoont dat in het jaar voorafgaand aan de aanvraag vooruitgang in de renovatiewerken is geboekt;
Het gedetailleerde renovatieschema bevat al de volgende stukken:
i. een tekening of schets van de woning of het gebouw met aanduiding van de geplande werken;
ii. een volledige opsomming en korte beschrijving van alle geplande werken;
iii. een raming van de kosten van de geplande werken via een van de volgende stukken:
a) een offerte voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer;
b) een offerte voor de levering van materialen als de werken in eigen beheer worden uitgevoerd;
c) een combinatie van beide offertes;
iv. een fotoreportage van de delen van de woning of het gebouw die gerenoveerd worden.
7° van wie het pand binnen de grenzen ligt van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid;
8° van wie het pand niet gebruikt kan worden door een betredingsverbod of een verzegeling in het kader van een gerechtelijk onderzoek;
9° van wie het pand vernield of beschadigd is door een plotse ramp die zich heeft voorgedaan onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige, en dit voor een periode van drie opeenvolgende jaren die volgt op de datum van de ramp;
10° die aantoont dat hij geen einde aan de leegstand kan maken wegens een situatie van overmacht.
Artikel 11. Opschorting van heffing
De houder van het zakelijk recht kan een beroep doen op de opschorting indien hij een getekende intentieverklaring kan voorleggen dat hij de woning zal verhuren via het systeem van doorverhuur via de woonmaatschappij, en dat voor de periode van 1 jaar, na dewelke zal moeten worden aangetoond dat de woning effectief via de woonmaatschappij wordt verhuurd. In het geval dat niet zo is, zal de heffing alsnog verschuldigd zijn.
Artikel 12. Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald zijn binnen de 2 maand na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 13. Bezwaar
§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar dient, op straffe van verval, schriftelijk ingediend worden en moet voldoende worden gemotiveerd.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§3. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent is binnen de termijn vermeld in §6, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste 6 maand na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente. Artikelen 1385undecies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
Artikel 13: Inwerkingtreding
Dit reglement wordt bekendgemaakt conform het decreet lokaal bestuur en treedt in werking op 01.01.2026
Artikel 14 : Overgangsbepalingen
Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister voor de datum van inwerkingtreding blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.
Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van een leegstandsreglement geldig voor 01.01.2026 blijven geldig voor de duurtijd die in het toen toepasselijke reglement waren voorzien.
Art. 1 – Het reglement met betrekking tot de gemeentebelasting op leegstaande gebouwen en woningen voor de periode 2026 -2031 wordt goedgekeurd zoals opgenomen in bijlage.
Art. 2 - Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026 en wordt bekendgemaakt zoals voorzien in het decreet lokaal bestuur.
Karen De Colfmacker, schepen
De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
Gemeenten kunnen, zoals bepaald in de Vlaamse Codex Wonen, een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bijhouden. Daarbij kunnen ze nadere materiële en procedurele regels voor het reglement op verwaarlozing bepalen.
Er zijn meerdere redenen om verwaarloosde woningen en gebouwen te registreren en te belasten:
De gemeente kan een reglement aannemen om nadere materiële en procedurele regelen voor het verwaarlozingsregister te bepalen en op basis van de Vlaamse Codex van 2021, in het bijzonder artikel 2.15 tot en met 2.20, een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bijhouden.
De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Het bestaande reglement van 30.11.2023 vervalt op 31.12.2025.
Gemeenteraadsbesluit van 30.11.2023 houdende "Reglement betreffende de registratie en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen periode 2024-2025 - goedkeuring"
Grondwet, art. 170, § 4.
Vlaamse Codex Wonen van 2021, art. 2.15 - 2.20
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, art. 2.15, tweede lid.
Wetboek minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13.04.2019
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Bestuursdecreet van 7 december 2018
Louis Ide, Eric De Vriendt, Karen De Colfmacker
https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o - tijdsblok audio: 1 u 12 min 44 sec - 1 u 16 min 39 sec
Reglement met betrekking tot de registratie en belasting op verwaarloosde woningen voor de periode 2026 -2031
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° administratie: de administratieve eenheid van, belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
2° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven,
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
3° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
4° houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom,
b) het recht van opstal of van erfpacht,
c) het vruchtgebruik;
5° opnamedatum: de datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het verwaarlozingsregister;
6° verjaardag: het ogenblik waarop een nieuwe periode van twaalf maanden verstreken is sinds de opnamedatum, zolang de woning of het gebouw niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt;
7° verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 2 van dit reglement;
8° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Hoofdstuk 1: Registratie
Artikel 2: Verwaarlozingsregister
§1. De administratie houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw,
2° de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw,
3° de identiteit en het adres van alle houders van het zakelijk recht,
4° het nummer en de datum van het opnameattest,
5° de gebreken en tekenen van verval die aanleiding geven tot de opname,
6° de eventuele ligging binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan,
7° de eventuele voorbereiding van een onteigeningsplan waarbinnen de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw zich situeert.
Artikel 3: Registratie van verwaarlozing
§1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden worden omschreven in het artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.
Als ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval worden beschouwd de gebreken die verder verval op korte termijn in de hand werken. Dit geldt in het bijzonder wanneer bij hoofd- en/of bijgebouw(en):
1° de water- of winddichtheid is aangetast en/of
2° de stabiliteit is aangetast en/of
3° onderdelen die losgekomen zijn of dreigen los te komen en/of
4° voorgaande gebreken met voorlopige of ontoereikende maatregelen werden verholpen.
§3. Een verwaarloosde woning of gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opnameattest waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. Het opnameattest bevat een beschrijvend verslag met een opsomming van alle gebreken die aanleiding geven tot de opname in het verwaarlozingsregister. De datum van de vaststelling is de datum van het opnameattest en geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.
§4. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
§5. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke leegstandsregister, kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd, zodat de gemeente zicht kan houden op zowel de leegstaande panden in de gemeenten als de panden die voldoen aan de regels van verwaarlozing.
§6. Er is slechts één heffing mogelijk per kadastraal perceel.
Artikel 4: Kennisgeving van de registratie
Enig artikel: Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.
De kennisgeving bevat:
1° het opnameattest met het beschrijvend verslag,
2° informatie over de gevolgen van de opname in het verwaarlozingsregister,
3° informatie over de beroepsprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister,
4° informatie over het schrappingsverzoek uit het verwaarlozingsregister.
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.
Artikel 5: Beroep tegen registratie
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending vermeld in artikel 4, kan een houder van het zakelijk recht bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
1° de identiteit en het adres van de indiener,
2° de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft,
3° de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister ten onrechte is gebeurd. De registratie kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
Als datum van het beroepschrift geldt de datum van de beveiligde zending.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. De administratie stuurt aan de indiener van een beroepschrift een ontvangstbevestiging.
§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1.
§4. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt het college van burgemeester en schepenen dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.
§5. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.
§6. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§7. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister.
§8. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §6, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
Artikel 6: Schrapping uit het verwaarlozingsregister
§1. Een woning of een gebouw wordt geschrapt uit het verwaarlozingsregister wanneer de houder van het zakelijk recht bewijst dat de ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval die aanleiding gaven tot de opname in het verwaarlozingsregister en die zijn omschreven in het beschrijvend verslag bij het opnameattest, zoals bepaald in artikel 3, §2 en 3, hersteld zijn of verwijderd. In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.
De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.
§2. Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
1° de identiteit en het adres van de indiener,
2° de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft,
3° de bewijsstukken overeenkomstig paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister.
Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de beveiligde zending.
Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending. Als de kennisgeving niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het schrappingsverzoek geacht te zijn ingewilligd.
Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als datum waarop de woning of het gebouw uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.
Hoofdstuk 2: Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen
Artikel 7: Belastbaar voorwerp en belastingtermijn
§1. Er wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister.
Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het verwaarlozingsregister, blijft de belasting verschuldigd bij elke verjaardag van de opname.
Artikel 8: Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de opname.
§2. Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.
Artikel 9: Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt:
€ 1.300 voor een woning;
€ 650 voor een gebouw.
§2. De belasting wordt verhoogd met € 1.300 (woning) en € 650 (gebouw) per bijkomende termijn van twaalf maanden dat de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister staat met een maximum 5 bijkomende termijnen van twaalf maanden.
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning in het leegstandsregister staat, wordt meegenomen indien het pand ook dient opgenomen te worden in het register op verwaarloosde panden.
Artikel 10: Vrijstellingen
§1. De houder van het zakelijk recht kan beroep doen op de hieronder vermelde vrijstellingen. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie. Deze vrijstellingen moeten, tenzij anders vermeld, elk jaar opnieuw, per aanslagjaar, voor de datum van het verschuldigd zijn van de belasting worden aangevraagd.
§2. Van de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen is vrijgesteld:
1° De belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is over de woning of het gebouw, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het belastingjaar dat volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht. Dit bewijs moet geleverd worden door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige eigenaar is geworden of door het voorleggen van een notarisakte.
Deze vrijstelling geldt niet voor:
a) de overdracht aan een vennootschap die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd wordt;
b) de overdracht die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel;
2° De belastingplichtige die de verwaarloosde woning volledig en uitsluitend gebruikt als zijn hoofdverblijfplaats en als die niet over een andere woning beschikt.
3° Wegens overmacht, als de belastingplichtige aantoont dat de woning of het gebouw opgenomen blijft in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen ten gevolge van een onvoorzienbare gebeurtenis onafhankelijk zijn van zijn wil. Die vrijstelling wordt verleend voor een termijn van één jaar, maar wordt jaarlijks verlengd als de overmacht aanhoudt.
4° De belastingplichtige die een gedetailleerd renovatieschema voorlegt met daarin tekeningen en een opsomming van de werken, waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren.
Het gedetailleerde renovatieschema bevat al de volgende stukken:
i. een tekening of schets van de woning of het gebouw met aanduiding van de geplande werken;
ii. een volledige opsomming en korte beschrijving van alle geplande werken;
iii. een raming van de kosten van de geplande werken via een van de volgende stukken:
a) een offerte voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer;
b) een offerte voor de levering van materialen als de werken in eigen beheer worden uitgevoerd;
c) een combinatie van beide offertes;
iv. een fotoreportage van de delen van de woning of het gebouw die gerenoveerd worden.
Deze vrijstelling kan per houder van het zakelijk recht voor hetzelfde pand ten hoogste 2X2 opeenvolgende belastingjaren verkregen worden.
Voor de toepassing van deze vrijstelling wordt sloop die gevolgd wordt door vervangingsbouw gelijkgesteld met renovatiewerken.
5° De belastingplichtige die houder van het zakelijk recht is over meerdere woningen en/of gebouwen die hij of zij tegelijk wil slopen, verbouwen of renoveren om economische en praktische efficiëntieredenen. Deze vrijstelling kan ten hoogste 2X2 opeenvolgende belastingjaren verleend worden, voor zover de belastingplichtige een gedetailleerde planning voorlegt voor de uit te voeren sloop-, verbouwings- of renovatiewerken.
Om deze vrijstelling te vernieuwen moet de belastingplichtige in de loop van het jaar voorafgaand aan de vernieuwing mondeling of schriftelijk rapporteren over de voortgang van de voorbereidingen en de werken. De bevoegde ambtenaar formuleert een advies voor het college van burgemeester en schepenen over de vrijstelling voor het betreffende belastingjaar.
Als er geen of onvoldoende voortgang blijkt om de verwaarlozing binnen de 2 jaar weg te werken, wordt geen nieuwe vrijstelling verleend.
§3. Een vrijstelling wordt verleend indien de woning of het gebouw:
1° Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, of geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
2° Vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling maximum drie opeenvolgende belastingjaren kan worden verleend, te rekenen vanaf de datum van de vernieling of beschadiging.
Onder een ramp wordt verstaan elke gebeurtenis die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan de woning of het gebouw, waardoor de bewoning van de woning of het gebruik van het gebouw geheel of ten dele onmogelijk wordt.
Artikel 11: Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 12: Bezwaarprocedure
§1. De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§3. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent is binnen de termijn vermeld in §6, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste 6 maand na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente. Artikelen 1385undecies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
Artikel 13: Inwerkingtreding
Dit reglement wordt bekendgemaakt en treedt in werking op 01.01.2026
Artikel 14: Overgangsbepalingen
Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk register verwaarlozing voor de datum van inwerkingtreding blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.
Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van een reglement verwaarlozing geldig voor 01.01.2026 blijven geldig voor de duurtijd die in het toen toepasselijke reglement waren voorzien.
Art. 1 – Het reglement met betrekking tot de registratie en belasting op verwaarloosde woningen voor de periode 2026 -2031 wordt goedgekeurd opgenomen in bijlage.
Art. 2 - Dit reglement treedt in werking en wordt bekendgemaakt zoals voorzien in het decreet lokaal bestuur.
Tom Aelbrecht, voorzitter gemeenteraad
De gemeente wordt opgeroepen om deel te nemen aan de algemene vergadering van Solva op 17.12.2025 die bijeengeroepen werd per e-mail van 5.11.2025.
De algemene vergadering van SOLVA van 17.12.2025 heeft volgende agenda:
De gemeenteraad wordt gevraagd zijn goedkeuring te verlenen aan deze agenda.
Overeenkomstig het gemeenteraadsbesluit van 21.01.2025"SOLVA - Aanduiding afgevaardigde algemene vergadering en deskundige/bestuurder voor de legislatuur 2025-2030 - agenda buitengewone algemene vergadering - goedkeuring" zal Angélique De Clercq (met als plaatsvervanger Matthijs Verschraegen) de gemeente Zwalm vertegenwoordigen en opgedragen worden haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad m.b.t. deze algemene vergadering.
Gemeenteraadsbesluit van 21.01.2025"SOLVA - Aanduiding afgevaardigde algemene vergadering en deskundige/bestuurder voor de legislatuur 2025-2030 - agenda buitengewone algemene vergadering - goedkeuring"
E-mail van Solva met bijhorende stukken
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
Geen
https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o - tijdsblok audio: 1 u 16 min 40 sec - 1 u 17 min 49 sec
Art. 1 - De agenda van de algemene vergadering van SOLVA van 17.12.2025, bepaald als volgt, wordt goedgekeurd
Art. 2 - De vertegenwoordiger van de gemeente Zwalm wordt opgedragen in de algemene vergadering van SOLVA van 17.12.2025 haar stemgedrag af te stemmen op de beslissing genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige raadsbeslissing.
Art. 3 - Afschrift van deze beslissing zal worden overgemaakt aan het secretariaat van SOLVA.
Raadslid Peter Van Den Haute
Beknopte omschrijving
De gemeenteraad van Zwalm beslist om de in 2023 opgestarte actie om voor iedere overledene een bloembol te planten op onze begraafplaatsen, verder te zetten.
Voorwerp en motivering
In 2023 werden met behulp van de kinderen van onze lagere scholen bijna 3500 bloembollen aangeplant op onze begraafplaatsen, één voor elke overledene die er rust. Voor de kinderen paste dit in de lessen rond de thematiek van 1 november.
Het initiatief was er slecht één in de omvorming van onze begraafplaatsen tot serene begraafparken. Zo kreeg ook elke begraafplaats bv. een symboolboom.
Bedoeling was om dit jaarlijks te herhalen in de maand november, de maand waarin wij traditioneel onze overledenen herdenken. Iedere Zwalmenaar die ons het voorbije jaar is ontvallen, zou hiermee zijn of haar bloem krijgen.
De keuze voor voorjaarsbloeiers was heel bewust. Op die manier werden al heel vroeg in het jaar onze begraafplaatsen gekleurd. Er werd gekozen voor gele narcissen omdat die kleur ook een diepe symboliek met zich meedraagt (zeker binnen de christelijke traditie in de aanloop naar pasen): het staat voor hoop, vernieuwing en opstanding.
Voorstel tot beslissing
De gemeenteraad van Zwalm beslist om de in 2023 opgestarte actie om jaarlijks voor ieder nieuw overlijden een bloembol te planten op onze begraafplaatsen, verder te zetten.
Art. 21 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
Art. 3 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad
Peter Van Den Haute, Johan De Bleecker, Matthijs Verschraegen
https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o - tijdsblok audio: 1 u 17 min 50 sec - 1 u 25 min 59 sec
De vergadering wordt geschorst na de behandeling van dit punt om over te gaan naar de raad voor maatschappelijk welzijn.
Enig art. - Het voorstel van raadslid Peter Van Den Haute betreffende "Verderzetting van de bloembollenactie op onze begraafplaatsen zodat iedere overledene zijn of haar eigen bloem krijgt" wordt verworpen.
Namens de gemeenteraad,
Philip Lefever
Algemeen directeur
Tom Aelbrecht
Voorzitter Gemeenteraad