Terug
Gepubliceerd op 19/12/2025

Besluit  de gemeenteraad

do 18/12/2025 - 20:00

Belasting op masten en pylonen – 2026 t.e.m. 2031 - € 5.000 per mast/pyloon - goedkeuring

Aanwezig: Tom Aelbrecht, Voorzitter Gemeenteraad
Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, leden van het college van burgemeester en schepenen
Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, gemeenteraadsleden
Philip Lefever, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Peter Van Den Haute, Gemeenteraadslid

De gemeenteraad beslist tot goedkeuring van het belastingreglement op masten en pylonen.

Voorwerp en motivering

De gemeente Zwalm wordt gekenmerkt door zijn landelijk karakter. Masten en pylonen verstoren dit landelijk karakter. De aanwezigheid van ruim 25 masten en pylonen op het grondgebied van de gemeente heeft een substantiële invloed op de aantrekkingskracht van Zwalm als woonomgeving en toeristische bestemming. Naast de visuele hinder is er ook de perceptie van het bestaan van een gezondheidsrisico in de omgeving van deze masten en pylonen. Het invoeren van een belasting op masten en pylonen is dan ook gerechtvaardigd. 

Er wordt voorzien in een vrijstelling voor de als monument beschermde windmolens, alsmede voor de vrijstaande oude fabriekschouwen die zijn opgenomen op de lijst van bouwkundig erfgoed. Gelet op de specifieke aard en vormgeving van deze (beschermde) constructies, kunnen zij immers niet worden beschouwd als landschapsverstorend, maar dragen zij net bij tot de (visuele) aantrekkingskracht van de gemeente.

Er wordt tevens voorzien in een vrijstelling voor sportverlichtingsapparatuur. Deze vrijstelling is ingegeven door het bijzondere belang van de beoefening van sport in de gemeente. De landschapsverstoring die dergelijke verlichtingsmasten en -pylonen met zich meebrengen, weegt immers niet op tegen de daarmee verbonden voordelen op vlak van gezondheid, algemeen welbevinden en samenhorigheid.

Ook wordt voorzien in een vrijstelling voor de masten en pylonen die uitsluitend worden gebruikt  in het kader van een hobby als radioamateur. Deze vrijstelling is ingegeven vanuit het niet bedrijfsmatige oogmerk van deze hobby en is dan ook redelijk en objectief verantwoord daar deze mast of pyloon voor die eigenaars niet lucratief is, de kost ervan niet in aanmerking komt als beroepskost en de mast louter dient voor de uitoefening van een hobby.

De financiële toestand van de gemeente vergt tevens de invoering van rendabele belastingen.

Het tarief wensen we vast te leggen op € 5.000/per mast per jaar.

De omzendbrief van 03.11.2025 inzake de uitfasering van het LEKPact geeft duidelijk aan dat de gemeente volledig vrij is dit te belasten.

Verwijzingen

Gemeenteraadsbesluit van 29.04.2021 houdende goedkeuring van "Belasting op masten en pylonen – 2021 t.e.m. 2025 - € 2.500 per mast/pyloon"

Omzendbrief van 03.11.2025 inzake de uitfasering van het LEKPact

Regelgeving

Art. 41, 162 en 170, §3 of §4 GGW (Gecoördineerde Grondwet)
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, inzonderheid art. 40 en 41
Decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
Het Wetboek minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13.04.2019
Omzendbrief BB2019/2 van 15.02.2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Omzendbrief BB 2008/07 inzake het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen 


Besluit

Art. 1 - Met ingang van aanslagjaar 2026 en voor een termijn van 6 jaar, eindigend op 31 december 2031, wordt een jaarlijkse belasting geheven op allerhande masten en pylonen geplaatst in openlucht, op het grondgebied van de gemeente en zichtbaar vanaf de openbare weg.

Art. 2 - Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

- mast: een vaststaande verticale structuur die geplaatst wordt op een dak of op een andere bestaande constructie, en waarbij de hoogte van het dak of de constructie en de mast samen minstens 15 meter bedraagt.

- pyloon: een individuele, verticale en vaststaande constructie of steuntoren die opgericht wordt op het niveau van het maaiveld en die een minimale hoogte heeft van 15 meter.

Art. 3 - Vrijstelling wordt verleend aan de eigenaars van:

- als monument beschermde windmolens,

- vrijstaande oude fabriekschouwen die zijn opgenomen op de lijst van bouwkundig erfgoed,

- sportverlichtingsapparatuur, 

- masten en pylonen die uitsluitend worden gebruikt  in het kader van een hobby als radioamateur.

Art. 4 -  De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast of de pyloon. De toestand op 15 mei van het aanslagjaar is bepalend voor de belastingplicht.

Art. 5 - De belasting wordt vastgesteld op 5.000 euro per mast of pyloon.

De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het volledige jaar. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast of pyloon in de loop van het jaar wordt weggenomen.

Art. 6 - De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

Art. 7 - Elke belastingplichtige moet uiterlijk op 30 juni van het aanslagjaar aangifte doen van de masten en pylonen gelegen op het grondgebied van de gemeente en waarvan hij eigenaar is op 15 mei van het aanslagjaar. De aangifte wordt ingediend op een aangifteformulier ter beschikking gesteld door het gemeentebestuur. Indien de belastingplichtige geen aangifteformulier heeft ontvangen van de gemeente, dient hij dit zelf aan te vragen bij het gemeentebestuur.

Art. 8 - De belastingplichtige is gehouden elke wijziging in het aantal masten en/of pylonen waarvan hij eigenaar is geworden tijdens het aanslagjaar, op eigen initiatief aan het gemeentebestuur bekend te maken binnen de maand na de wijziging.

Art. 9 - Bij gebrek aan aangifte binnen de in de in artikel 7 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.

Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

Art. 10 - Op de ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging van 25% worden toegepast en afzonderlijk in het kohier en op het aanslagbiljet worden vermeld.

Art. 11 - De kohieren worden tegen ontvangstbewijs overgemaakt aan de financieel directeur die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

Art. 12 - De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, moet zijn ondertekend, en moet worden gemotiveerd.

De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel directeur.

Art. 13 - Deze beslissing wordt bekendgemaakt en treedt in werking zoals voorzien in het decreet over het lokaal bestuur.