De gemeenteraad beslist tot goedkeuring van een reglement inzake een contantbelasting op het ophalen van sluikstort voor de periode 2026-2031.
De gemeente staat dus in voor inzameling van diverse afvalstoffen via huis-aan-huis-ophaling en via het containerpark.
Desondanks stellen we vast dat niet steeds op correcte wijze gebruik gemaakt wordt van deze dienstverlening en dat er sprake is van sluikstort.
Artikel 12 van het ‘Materialendecreet’ (decreet van 23.12.2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) verbiedt het achterlaten van afvalstoffen in strijd met de voorschriften van het decreet of zijn uitvoeringsbesluiten. Sluikstorten wordt uitdrukkelijk aanzien als een milieumisdrijf (cfr. artikel 16, 1.2., 2° Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid).
Voor de gemeente staan drie manieren open om op te treden tegen sluikstorten:
Het ophalen van sluikstort veroorzaakt een kost voor de gemeente en die dient gerecupereerd te worden via een belasting die dus moet gezien worden als een vergoeding voor weghalen van sluikafval.
Een tarief van € 250,00 per begonnen m³ lijkt ons niet onredelijk en in verhouding tot het volume en de werkelijke kost (personeelskost, gebruik voertuigen/kraan, stortkosten, administratieve verwerkingskost, personeelsinzet, ..).
Indien een beroep zou moeten gedaan worden op een gespecialiseerde firma (voor bijvoorbeeld ophaling gevaarlijk afval of iets dergelijks) kunnen de kosten van ophaling desgevallend hoger liggen dan € 250,00 per m³ en in dergelijk geval kan het normaal tarief (ter recuperatie van onze kosten voor administratieve en technische voorbereiding en begeleiding) verhoogd worden met het factuurbedrag van de opruiming.
Dergelijke belasting op ophalen sluikstort heeft ook een ontradend effect.
Het huidige belastingsreglement vervalt per 31.12.2025.
Gemeenteraadsbesluit van 19.12.2019 inzake een contantbelasting op het weghalen van afvalstoffen ingevolge sluikstorten voor de periode 2020 - 2025
Decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
Het Wetboek minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13.04.2019
Omzendbrief van 15.02.2019 KB/ABB 2019/2 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Omzendbrief BB 2008/07 inzake het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
Art. 1 - Er wordt met ingang van 01.01.2026 tot en met 31.12.2031 een belasting gevestigd op het weghalen van sluikstort, zijnde afvalstoffen die gestort worden in de gemeente op plaatsen waar dit wettelijk of reglementair verboden is of gestort of achtergelaten op niet-reglementaire tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten.
Art. 2 - De belasting is in hoofdorde verschuldigd door diegene die de afvalstoffen gestort heeft en in bijkomende orde, zo de dader onbekend is, door de eigenaar van de afvalstoffen voor zover kan aangenomen worden dat de eigenaar effectief schuldig of medeplichtig is. De beoordeling van schuld of medeplichtigheid gebeurt door de bevoegde rechtbank.
Ingeval er meerdere daders zijn, is elke dader hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de volledige belasting. Evenzo ingeval er meerdere eigenaars van afvalstoffen zijn, is elke eigenaar hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de volledige belasting zo de dader onbekend is voor zover kan aangenomen worden dat de eigenaars effectief schuldig of medeplichtig zijn. De beoordeling van schuld of medeplichtigheid gebeurt door de bevoegde rechtbank.
Art. 3 - De belasting wordt vastgesteld op € 250,00 per begonnen kubieke meter. Indien opruiming vereist is door een gespecialiseerde firma wordt eveneens dit tarief toegepast en verhoogd met het factuurbedrag aangerekend door de opruimfirma.
De vastgestelde belasting is van toepassing onverminderd de gerechtelijke vervolging die ingesteld kan worden of GAS (gemeentelijke administratieve sancties) boete die kan opgelegd worden.
Art. 4 - De belasting wordt contant betaald, op de dag van het weghalen, tegen afgifte van een ontvangstbewijs en bij gebrek aan contante betaling ambtshalve ingekohierd waardoor ze een kohierbelasting wordt.
Art. 5 – De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze contantbelasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd. De indiening moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift, een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel directeur.
Art. 6 - Dit besluit treedt in werking en wordt bekendgemaakt conform het decreet lokaal bestuur.