De gemeenteraad beslist tot goedkeuring van het belastingsreglement op caravans voor de periode 2026-2031.
De ontwikkeling van het toerisme trekt kampeerders, die hun caravans, woonaanhangwagens en andere soortgelijke verblijven installeren op het grondgebied van de gemeente, zowel op eigen als op huurgrond.
De gemeente heeft er belang bij een belasting op het kamperen te hebben ondermeer wegens het speciaal toezicht dat deze vorm van toerisme aan het bestuur oplegt.
De genieter van een campingverblijf/vaste campingplek betaalt bovendien geen opcentiemen op de personenbelasting en kan ook gebruik maken van gemeentelijke infrastructuur en dienstverlening.
Het bestaande tarief van € 50 is al sedert minstens 1994 (2.000 BEF) niet meer aangepast. De verhouding met het tarief tweede verblijven bedroeg toen 1/5. Naast een "indexatie" is ook een aanpassing aan het gestegen service-niveau van de gemeente nodig en moet er ook een redelijke verhouding zijn met de belasting op tweede verblijven die in die periode ook fors is gestegen. Daarom wordt voorgesteld het tarief te verhogen van € 50 naar € 300. Gezien het tarief tweede verblijven is dit zelfs iets lager dan 1/5.
Het huidig reglement vervalt per 31.12.2025.
De financiële toestand van de gemeente vergt bovendien rendabele gemeentebelastingen.
Gemeenteraadsbesluit van 19.12.2019 inzake belasting op caravans 2020-2025
Decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
Het Wetboek minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13.04.2019
Omzendbrief van 15.02.2019 KB/ABB 2019/2 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Omzendbrief BB 2008/07 inzake het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
Art. 1 - Met ingang van 01.01.2026 en voor een termijn van 6 jaar, eindigend op 31.12.2031, wordt op de caravans, woonaanhangwagens en andere soortgelijke verblijven, een jaarlijkse belasting geheven van € 300,00 per caravan, woonaanhangwagen of een ander soortgelijk verblijf.
Art. 2 - De belasting is verschuldigd op de caravans, woonaanhangwagens en andere soortgelijke verblijven die principieel als verblijf aangewend worden, welke zich op het grondgebied van de gemeente Zwalm bevinden en die gedurende een al dan niet onderbroken periode van minstens één maand opgesteld blijven op eigen of huurgrond.
Art. 3 - Wat de caravans en andere betreft opgesteld op de kampeerterreinen bedoeld in het decreet van 10 juli 2008 inzake toeristische logies is de belasting verschuldigd door de uitbater van het terrein. De uitbater van het terrein is gehouden uiterlijk op 5 december van het betrokken aanslagjaar aangifte te doen van alle op zijn terrein opgestelde caravans en andere die onder toepassing vallen van deze belastingsverordening.
Wat de caravans en andere betreft die niet op de kampeerterreinen zijn opgesteld, is de belasting verschuldigd door de eigenaar van de caravan en andere, die gehouden is binnen de acht dagen na de plaatsing ervan aangifte te doen bij het gemeentebestuur.
Art. 4 - De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld én uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 5 - De kohieren worden tegen ontvangstbewijs overgemaakt aan de financieel directeur die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Art. 6 - De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel directeur.
Art. 7 - Dit besluit treedt in werking en wordt bekendgemaakt conform het decreet lokaal bestuur.