Terug
Gepubliceerd op 19/12/2025

Besluit  de gemeenteraad

do 18/12/2025 - 20:00

Gemeentelijk subsidiereglement voor de aanleg en het onderhoud van kleine landschapselementen (KLE’s) - aanpassing en hercoördinatie - goedkeuring

Aanwezig: Tom Aelbrecht, Voorzitter Gemeenteraad
Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, leden van het college van burgemeester en schepenen
Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, gemeenteraadsleden
Philip Lefever, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Peter Van Den Haute, Gemeenteraadslid

De gemeenteraad beslist tot goedkeuring van het aangepaste en gehercoördineerde subsidiereglement voor aanleg en onderhoud van kleine landschapselementen (KLE).

Voorwerp en motivering

Kleine landschapselementen (zoals hagen, poelen, knotbomenrijen, hoogstamboomgaarden,…) bepalen uitermate het landschap van de Vlaamse Ardennen, dat gekenmerkt wordt door kleinschaligheid en een grote diversiteit. Van oorsprong hadden deze landschapselementen allemaal een functioneel doel. Na verloop van tijd ging het doel verloren en veel KLE’s verdwenen. De gemeente wil een toelage uitkeren voor de aanleg en het onderhoud van landschappelijk waardevolle punt- en lijnvormige landschapselementen om zo de aantrekkelijkheid van de omgeving te verhogen en de diversiteit van fauna en flora te stimuleren.
De gemeente wil het reglement zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 27.09.2011 herzien en aanpassen met hieronder een opsomming van de belangrijkste wijzigingen:

  • De uitgaven worden geplafonneerd op € 1.500,00 per kalenderjaar.
  • Geschoren hagen komen niet langer in aanmerking voor subsidies.
  • Mogelijkheid tot subsidie voor aanplant en onderhoud van solitaire bomen.
  • Onderhoud van fruitbomen en boomgaarden worden niet langer betoelaagd.
  • Algemeen wordt gesteld dat kleine landschapselementen pas voor subsidie in aanmerking komen wanneer ze vrijstaand en beeldbepalend zijn in het landschap en ruimte heeft om zich rondom volledig te ontwikkelen en/of een bepaalde erfgoedwaarde hebben.
  • Niet behorend tot bebouwde omgeving of erfbeplantingen rond woningen.
  • De plantafstanden werden in overeenstemming gebracht met de recente wetgeving terzake.

Het nieuwe subsidiereglement werd voorgelegd aan de milieuraad en aan de land- en tuinbouwadviesraad. Beide brachten een gunstig advies uit.

Verwijzingen

Gemeenteraadsbesluit van 27.09.2011 houdende de goedkeuring van het gemeentelijk subsidiereglement voor de aanleg en het onderhoud van kleine landschapselementen.
Advies land- en tuinbouwadviesraad van 29.10.2025
Advies milieuraad van 05.11.2025

Regelgeving

Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
Wet van 14.11.1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen

Bijlage

Gemeentelijk subsidiereglement voor aanleg en onderhoud van kleine landschapselementen (KLE’s) 2026 - 2031

Art. 1 - Het gemeentebestuur van Zwalm zal voor de periode 01.01.2026 tot en met 31.12.2031 een toelage uitkeren, binnen de perken van de daartoe voorziene middelen in het meerjarenplan, voor de aanleg en het onderhoud van landschappelijk waardevolle punt- en lijnvormige landschapselementen, bepaald in artikel 2, om zo de aantrekkelijkheid van de landelijke omgeving te verhogen. Binnen het subsidiestelsel wordt jaarlijks een maximaal budget van € 1.500,00 voorzien voor de uitbetaling van premies aan aanvragers. Wanneer het totaalbedrag van de aangevraagde subsidies dit budget niet overschrijdt, ontvangen alle aanvragers hun volledige premie. Wanneer het totaalbedrag hoger ligt dan het jaarbudget, wordt het beschikbare budget proportioneel verdeeld over alle goedgekeurde aanvragen.

Art. 2 - Definities:

1.     Lijnvormig landschapselement: een langwerpig, niet perceelsvormend landschapselement dat een landschapsstructurerende invloed heeft en voor een groot deel bestaat uit houtige gewassen
2.     Puntvormig landschapselement: solitaire (alleenstaande) knot- en hoogstambomen, amfibieënpoelen
3.     Haag: een lijnvormige aanplanting van houtige gewassen die onderaan zodanig aaneensluiten dat visuele en fysieke penetratie moeilijk is. In de Vlaamse Ardennen zijn drie types enkelvoudige hagen aanwezig:

a.     Geschoren haag: haag die in vorm wordt gehouden met een snoeischaar, de haag wordt geschoren en/of geknipt.
b.     Heg: dit is een haag die al dan niet door verwaarlozing breder en/of hoger uitgegroeid is
c.     Kaphaag: haag die bestaat uit lage, dicht op elkaar staande knotbomen van vooral gewone es of haagbeuk. De kaphoogte bedraagt slechts 150 à 200 cm en de plantafstand slechts 30 à 150 cm. Kaphagen worden gebruikt als afsluiting van erven, tuinen, boomgaarden en weiden in de onmiddellijke buurt van erven.

4.     Houtkant: dit is hakhout (houtige gewassen die periodiek bij de grond worden gekapt en terug uitschieten). Houtkanten komen vooral in de volgende situaties voor: gelijkgrondse houtkanten langs beken of grachten en houtkanten op talud. Houtkanten kunnen meerdere meters breed zijn en worden daarom in oppervlakte (m²) uitgedrukt.
5.     Solitaire boom: een solitaire boom is een vrijstaande boom die afzonderlijk in het landschap voorkomt en niet deel uitmaakt van een bomenrij, houtkant of bos.
6.     Bomenrij: lijnvormig landschapselement bestaande uit opgaande bomen en/of knotbomen, die zo ver uit elkaar staan dat visuele en/of fysieke penetratie amper wordt gehinderd. Er zijn twee enkelvoudige types van bomenrijen: opgaande bomenrijen en knotbomenrijen:

a) opgaande bomenrij: bomenrij die bestaat uit opgaande bomen
b) knotbomenrij: bomenrij die bestaat uit knotbomen met een knothoogte groter dan 200 cm en een plantafstand groter dan 150 cm

7.     Hoogstammige fruitbomen en boomgaard: groepering van minstens 3 hoogstammige fruitbomen met een stamhoogte van minstens 2 meter en met een minimale stamomtrek van 8 cm
8.     Mengvorm: lijnvormig landschapselement dat een mengvorm is tussen verschillende hierboven gedefinieerde types. Als gevolg van de drievoudige gelaagdheid zijn geschoren hagen en houtkanten, ingeplant met opgaande bomen en knotbomen, vanuit ecologisch standpunt de interessantste
9.     Vellen of rooien: vellen is het omhakken of omzagen; rooien is vellen met verwijdering van het wortelgestel. Hieronder wordt ook verstaan het schade toebrengen of verminken of vernietigen door ondermeer ringen,ontschorsen, verschroeien, gebruik van chemische middelen, inkervingen en benagelen; rooien of vellen is niet het langs weiden of akkers bevestigen van afsluitdraden aan lijnvormige landschapselementen door middel van krammen en dergelijke, om percelen af te bakenen, voor zover deze landschapselementen effectief deel uitmaken van de afsluiting.

10.  Amfibieënpoel:

  • grootte: 30 m² < x < 150 m² wateroppervlakte
  • diepte: 0.5 m < x < 1.50 m
  • bezonde oever: een ondiepe waterzone NO/NW gelegen met een wateroppervlakte van minstens 20% van de totale oppervlakte
  • bescherming tegen vee: een degelijke afsluiting op 1,5 m afstand van de poel; 25% van de poel mag vrij blijven als drinkplaats voor het vee.
  • watervoorziening: bestaat uit kwel- en bronwater met inachtname van natuurlijke moerasvegetaties; contact met de sloot is mogelijk en toegestaan
  • bodem: bestaat liefst uit een ondoordringbare kleilaag; folies zijn niet toegestaan

11.  Landelijk gebied: gebieden die op het gewestplan staan aangeduid als agrarisch gebied (met inbegrip van het ecologisch en het landschappelijk waardevol agrarisch gebied), bosgebied, natuurgebieden, natuurreservaten, parkgebieden.

Aanplant en aanleg van punt- en lijnvormige landschapselementen

Art. 3 - De toelage heeft betrekking op punt- en lijnvormige landschapselementen die gelegen zijn binnen of grenzend aan het landelijk gebied of grenzend aan percelen met een agrarisch bodemgebruik (akkers, weiland, boomgaarden) met uitzondering van de vijftig meterzone bij bebouwde percelen en de vijftig meterzone van aansluitende percelen horende bij het bebouwde perceel.

Voor de geschoren haag kunnen in principe geen subsidies bekomen worden tenzij op last van de aanvrager kan aangetoond worden dat de haag voldoet aan minimaal drie van onderstaande kenmerkende elementen. Geschoren hagen die via een punt, hoek of lijn deel uitmaken van of verbinding maken met bebouwde kavels komen niet in aanmerking voor deze subsidie, ongeacht het feit of voldaan werd aan minimaal drie kenmerkende elementen. De objectieve eindbeoordeling van het aanvraagdossier gebeurt door de administratie.

In de context van subsidiëring worden dus enkel kleine landschapselementen die zich in open ruimte bevinden zoals weiden, akkers of andere landbouwpercelen beschouwd als subsidieerbaar.

Kenmerkende elementen:

  • Vrijstaand en beeldbepalend in het landschap: het kleine landschapselement heeft ruimte om zich rondom volledig te ontwikkelen
  • Niet behorend tot bebouwde omgeving of erfbeplanting rond woningen.
  • Landschappelijke waarde: markeert open ruimte en vormt een herkenningspunt in het landschap.
  • Ecologische waarde: biedt schuil-, nest- en voedselgelegenheid voor tal van dier- en plantensoorten.
  • Erfgoedwaarde: oude monumentale of historisch waardevolle kleine landschapselementen die een culturele, historische of symbolische betekenis hebben binnen het landschap of de lokale gemeenschap.

Art. 4 - Enkel streekeigen beplantingen opgenomen in bijlage 1 komen in aanmerking voor betoelaging.

Art. 5 - De betoelaagde aanplanting dient minimum gedurende 10 jaar integraal en intact op dezelfde plaats te blijven staan. Het verplaatsen, vellen, rooien of definitief verwijderen van het betoelaagde plantsoen is niet toegestaan.

Art. 6 - Het plantsoen dat gebruikt wordt moet de volgende minimale afmetingen hebben:

  • 40 tot 60 cm hoogte voor bosplantsoen en heesters
  • minimaal 8 cm stamomtrek bij hoogstammige bomen, gemeten op 1 m hoogte.

Art. 7 - De aanplanting dient uitgevoerd te worden conform alle bestaande wetten, reglementen en gebruiken op dergelijke aanplantingen (vaste en erkende gebruiken, veldwetboek, pachtwet, reglement op de buurtwegen). De plantafstand (zoals gehanteerd door het vredegerecht kanton Oudenaarde-Kruishoutem) tot de perceelsgrens tussen twee erven bedraagt voor een hoogstam of kaphaag 2 m en voor een haag 0,5 m. Er wordt aanbevolen om grotere plantafstanden te gebruiken om gemakkelijk in onderhoud en dergelijke te kunnen voorzien.

Art. 8 - De toelage kan enkel worden gebruikt voor het plantsoen. Steunpalen, meststoffen, uurlonen,... komen niet in aanmerking. Enkel het aangeslagen plantsoen kan worden betoelaagd; het afgestorven plantsoen komt niet in aanmerking.

Art. 9 - Na toekenning dient de aanvrager zijn plantgoed of zijn amfibieënpoel goed te onderhouden en in stand te houden. Hij zal daartoe zorg dragen bij eventuele stoornissen in het groeipatroon, op straffe van terugvordering van de toelage. De poot moet vervangen worden tot hij aanslaat.

Art. 10 - Het is de aanvrager niet toegestaan handelingen te verrichten of door derden te laten verrichten die kunnen leiden tot de aantasting van het karakter en de structuur van de landschappelijke waardevolle elementen. Als schadelijke handelingen worden in ieder geval aangemerkt:

1.     Het opslaan, storten of bergen van voorwerpen, stoffen of producten in het landschapselement.
2.     Het geheel of gedeeltelijk afgraven van het landschapselement.
3.     Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen langsheen het landschapselement.
4.     Het verbranden van bermen langs de hagen en het hakhout in de nabijheid van de overige in bijlage vermelde landschapselementen.

Bij inbreuk dient alle in de loop der jaren uitgekeerde subsidie terugbetaald te worden.

Art. 11 - De aanvrager zal, eens de aanplant voldoet aan de voorwaarden, beroep kunnen doen op de toelage voor het onderhoud van landschappelijk waardevolle landschapselementen.

Art. 12 - Volgende plantvoorschriften en minimale lengtes moeten gevolgd worden:

1.     Geschoren haag:

  • Onderlinge plantafstand: 20 tot 33cm
  • Plantverband: zo nodig in een dubbele rij, afhankelijk van de gewenste breedte
  • Minimale lengte: 25 m

2.    Heg:

  • Onderlinge plantafstand: maximaal 200 cm
  • Minimale lengte: 25 m

3.     Kaphaag:

  • Onderlinge plantafstand: 30 tot 150 cm
  • Minimale lengte: 25 m

4.     Knotbomenrij:

  • Onderlinge plantafstand: 1,5 tot 10 meter
  • Minimale lengte: 25 m

5.     Opgaande bomenrij:

  • Onderlinge plantafstand: 5 tot 10 meter
  • Minimale lengte: 50 m

6.     Houtkant (gelijkgrondse of op talud):

  • Onderlinge plantafstand: 50 tot 150 cm
  • Plantverband: in driehoeksverband, het aantal rijen is afhankelijk van de breedte van de:
    • berm, maar steeds minimum 2
    • minimale lengte: 25 m
    • minimale oppervlakte: 150 m²

7.     Solitaire boom:

  • In een omtrek van 20 m rondom de boom zijn er geen andere bomen aanwezig.

8.     Hoogstamfruitboomgaard:

  • Onderlinge plantafstand: afhankelijk van de soort (zie bijlage 2)
  • Minimum aantal: 3 hoogstamfruitbomen

9.     Mengvorm:

  • Afhankelijk van de gekozen menging, bvb een dichte haag met plantafstand zoals
  • Hierboven, om de 5 à 10 meter ingeplant met afwisselend een opgaande boom en/of
  • Een knotboom.

Art. 13 - De vergoedingen voor de aanplant/aanleg bedragen:

1.     Hagen: € 1,00/m
2.     Heggen en kaphagen: € 1,00/m
3.     Houtkanten: bosplantsoen € 1,00/m²
4.     Wilgepoot: € 3,00/stuk
5.     Opgaande bomen: € 10,00/stuk
6.     Solitaire bomen: € 20,00/stuk
7.     Knotbomen en hoogstammige fruitbomen: € 6,00/stuk
8.     Aanleg van een amfibieënpoel: € 2,00/m².

De toelage voor aanplant kan maximaal € 300 per aanvrager per locatie per jaar bedragen.

Onderhoud van punt- en lijnvormige kleine landschapselementen

Art. 14 - De landschapselementen komen slechts in aanmerking voor een onderhoudssubsidie als ze aan de volgende voorwaarden voldoen:

1.     Geschoren hagen:

a.     Minimale lengte: 25 m
b.     Minimale hoogte: 1,25 m
c.     Minimale breedte: 50 cm
d.     Ouderdom: minstens 3 jaar

2.     Heggen:

a.     Minimale lengte: 25 m
b.     Minimale hoogte: 2,00 m
c.     Minimale breedte: 100 cm
d.     Ouderdom: minstens 5 jaar

3.     Kaphagen:

a.     Minimale lengte: 25 m
b.     Minimale hoogte: 1,50 m
c.     Ouderdom: minstens 5 jaar

4.     Knotbomen(rij):

a.     Minimale lengte: 25 m (bij knotbomenrijen)
b.     Tussenafstand knotbomen: 1,5 tot 10 m (bij knotbomenrijen)
c.     Ouderdom: minstens 15 jaar

5.     Houtkanten:

a.     Minimale lengte: 25 m
b.     Minimale oppervlakte: 150 m²
c.     Ouderdom: minstens 9 jaar

6.     Amfibieënpoelen:

a.     Ouderdom: minstens 5 jaar.

7.     Solitaire bomen:

a.     Eenmalige vormsnoei vanaf 3 jaar na aanplant
b.     Eenmalige onderhoudssnoei vanaf 7 jaar na aanplant

Art. 15 - Het onderhoud zal bestaan uit:

1.     Geschoren hagen: (twee)jaarlijks in de periode tussen oktober en maart de hagen snoeien, scheren of knippen. Er zal bij het ontstaan van gaten in de hagen zorg gedragen worden dat deze gaten opgevuld worden met soorten waaruit de haag is opgebouwd.
2.     Kaphagen en heggen: om de 3 tot 20 jaar tussen november en maart.
3.     Houtkanten: om de 3 tot 20 jaar in de periode tussen 1 november en 1 maart hakhoutbeheer toepassen en het afkomende hakhout afvoeren.
4.     Knotbomen(rij): om de 7 jaar in de periode tussen 1 november en 1 maart knotten en het afkomende hakhout afvoeren.
5.     Solitaire bomen: eenmalige vormsnoei vanaf 3 jaar na aanplant en een eenmalige onderhoudssnoei vanaf 7 jaar na aanplant
6.     Hoogstammige fruitbomen en hoogstamfruitboomgaarden: deze worden niet betoelaagd, omdat de bomen weinig tot geen onderhoud nodig hebben.
7.     Amfibieënpoelen: om dichtgroeiing en verlanding van de poel te vermijden, dient het overtollige slib te worden geruimd in de maanden september/oktober. Een periodieke herhaalde maar beperkte ruiming (bijvoorbeeld jaarlijks) is te verkiezen boven een éénmalige drastische ingreep om de 5 jaar.

Art. 16 - De subsidies voor onderhoud bedragen voor:

1.     Hagen: € 2,00/lopende meter
2.     Heggen en kaphagen: € 2,00/lopende meter
3.     Houtkanten: € 2,00/m²
4.     Eerste knotbeurt wilgepoot: € 5,00/boom
5.     Knotbomen: € 15,00/boom
6.     Solitaire bomen: vormsnoei: € 10,00/boom, onderhoudssnoei € 20,00/boom
7.     Mengvormen van heggen of houtkanten met knotbomen of opgaande bomen: cumulatie van de twee
8.     Onderhoud van amfibieënpoelen: € 1,25/m²

De toelage voor onderhoud kan maximaal € 300 per aanvrager per locatie per jaar bedragen.

Art. 17 - De toelagen voor het onderhoud kunnen slechts uitgekeerd worden met de volgende tussentijd:

1.     Heggen en kaphagen: 3 jaar
2.     Houtkanten: 3 jaar
3.     Knotbomen: 7 jaar
4.     Poelen: 5 jaar

Gemeenschappelijke bepalingen

Art. 18 - De subsidieaanvraag voor aanplant en/of onderhoud moet ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen, Zuidlaan 36 - 9630 Zwalm.

Art. 19 - Het schepencollege beslist, na het advies van de bevoegde gemeentelijke ambtenaar, of de aanvrager voor de betreffende toelage in aanmerking kan komen.

Art. 20 - De aanplantingen, het aanleggen van poelen en onderhoudswerken dienen uitgevoerd te worden tussen 1 november van het jaar van de aanvraag en 31 maart van het daarop volgende jaar. De aanvraag moet minimaal 1 maand voor de aanvang van de uitvoering van de werken ingediend. (bij slechte weersomstandigheden, bijvoorbeeld bij strenge vorst, kan de termijn met een maand verlengd worden)

Art. 21 - Bij de aanvraag wordt gevoegd:

1.     Kaart met de ligging van het perceel met vermelding van het kadastraal nummer.
2.     Schematische aanduiding van de beplantingen op het (de) perce(l)e(l)(n) met aanduiding van de afstanden tot de perceelsgrenzen.
3.     Minstens 3 kleurenfoto’s van de toestand voor de uitvoering van het onderhoud.

Art. 22 - De aanvrager dient dadelijk na de aanplanting schriftelijk aan de gemeente te verklaren dat voldaan is aan de genoemde voorwaarden. Daartoe ontvangt de aanvrager een formulier van controleaanvraag dat volledig moet ingevuld en teruggezonden worden naar bovenstaand adres. Bij deze aanvraag moeten minstens 3 kleurenfoto’s gevoegd worden van de toestand na de uitvoering van het onderhoud.

Art. 23 - Na het indienen van de controleaanvraag zal de gemeentelijke overheid controleren of de werken uitgevoerd zijn.

Art. 24 - De toelagen voor het onderhoud van punt- en lijnvormige kleine landschapselementen kunnen jaarlijks bekomen worden.

Art. 25 - Cumulatie van subsidies wordt niet toegestaan; aanleg en/of onderhoud van KLE’s worden niet betoelaagd door dit gemeentelijk subsidiereglement als een hoger bestuursorgaan een subsidie toekent voor dezelfde werken. Onderstaande lijst somt enkele voorbeelden op, is niet limitatief en kan te allen tijde wijzigen.

1.     De provincie Oost-Vlaanderen; ‘Beplant het landschap’.
2.     Vlaamse Landmaatschappij (VLM): beheerovereenkomsten voor landbouwers die inspanningen leveren op het vlak van natuur, milieu en landschapselementen (kleine landschapselementen) onder het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB).
3.     ‘Terreinprojecten’ via Regionale Landschappen.
4.     ‘Advies en financiële steun bij het graven en ruimen van poelen van Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen tot Dender.

Bijlage 1: Lijst van streekeigen beplantingen waarvoor een toelage kan bekomen worden

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Beuk

Fagus sylvatica

Bitterzoet

Solanum dulcamara

Bosaalbes

Ribes rubrum

Bosrank

Clematis vitalba

Bosroos

Rosa arvensis

Boswilg

Salix carprea

Brem

Cytisus scoparius

Eenstijlige meidoorn

Crataegus monogyna

Egelantier

Rosa rubiginosa

Es

Fraxinus excelsior

Fladderiep of steeliep

Ulmus laevis

Framboos

Rubus idaeus

Gelderse roos

Viburnum opulus

Gele kornoelje

Cornus mas

Geoorde wilg

Salix aurita

Gewone esdoorn

Acer pseudoplatanus

Gewone vlier

Sambucus nigra

Gewone vogelkers

Prunus padus

Gladde iep

Ulmus minor / Ulmus carpinifolia

Grauwe abeel

Populus canescens

Grauwe wilg

Salix cinerea

Haagbeuk

Carpinus betulus

Hazelaar

Corylus avellana

Heggenroos

Rosa corymbifera

Hollandse linde

Tilia vulgaris

Hondsroos

Rosa canina

Hulst

Ilex aquifolium

Jeneverbes

Juperinus communis

Klimop

Hedera helix

Kraakwilg

Salix fragilis

Kruipwilg

Salix repens

Kruisbes

Ribes uva-crispa

Laurierwilg

Salix pentandra

Okkernoot

Juglans regia

Plataan

Platanus oriëntalis

Populier 'Marilandica'

Populus × canadensis 'Marilandica'

Populier 'regenerata'

Populus× canadensis 'regenerata'

Populier 'blauwe van Eksaarde'

Populus × canadensis 'blauwe van Eksaarde'

Populier (Zeeuwse blauwe, Betuwse blauwe)

Populus × canadensis 'Serotina'

Ratelpopulier

Populus tremula

Rode kornoelje

Cornus sanguinea

Ruwe berk

Betula pendula

Ruwe iep

Ulmus glabra

Schietwilg

Salix alba

Sleedoorn

Prunus spinosa

Spaanse aak of veldesdoorn

Acer campestre

Sporkehout of vuilboom

Frangula alnus

Tamme kastanje

Castanea sativa

Taxus

Taxus baccata

Tweestijlige meidoorn

Crataegus laevigata

Viltroos

Rosa tomentosa

Wegedoorn

Rhamnus cathartica

Wigbladige roos

Rosa elliptica

Wilde appel

Malus sylvestris

Wilde gagel

Myrica gale

Wilde kardinaalsmuts

Euonymus europaeus

Wilde liguster

Ligustrum vulgare

Wilde lijsterbes

Sorbus aucuparia

Wilde mispel

Mespelius germanica

Wilde peer

Pyrus pyraster

Wilg

Salix sp.

Wintereik

Quercus petraea

Winterlinde

Tilia cordata

Witte abeel

Populus alba

Witte Els

Alnus incana

Wollige sneeuwbal

Viburnum lantana

Zachte berk

Betula pubescens

Zoete kers of boskers

Prunus avium

Zomereik

Quercus robur

Zomerlinde

Tilia platyphyllos

Zuurbes

Berberis vulgaris

Zwarte bes

Ribes nigrum

Zwarte els

Alnus glutinosa

Zwarte moerbei

Morus nigra

Zwarte populier

Populus nigra

Bijlage 2: Plantafstand hoogstammige fruitbomen

  • Appel: 10 -12 m
  • Kers: 10 -12 m
  • Kriek: 8 -10 m
  • Notelaar: 12 -15 m
  • Peer: 8 -10 m
  • Pruim: 8 -10 m
Besluit

Art. 1 - Het aangepaste en gehercoördineerde subsidiereglement voor aanleg en onderhoud van kleine landschapselementen wordt goedgekeurd zoals opgenomen in bijlage.

Art. 2 - Dit reglement treedt in werking en wordt bekendgemaakt overeenkomstig het decreet lokaal bestuur van 22.11.2017.

Art. 3 - Dit reglement geldt voor de aanvragen die ingediend worden in de jaren 2026 tot en met 2031.