Terug
Gepubliceerd op 05/02/2026

Notulen  de gemeenteraad

do 18/12/2025 - 20:00 de grote raadzaal van het gemeentehuis
Aanwezig: Tom Aelbrecht, Voorzitter Gemeenteraad
Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, leden van het college van burgemeester en schepenen
Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, gemeenteraadsleden
Philip Lefever, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Peter Van Den Haute, Gemeenteraadslid
  • Openbaar

    • 0. Goedkeuring notulen

      • Normaal

        • Goedkeuring notulen vorige zitting

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Tom Aelbrecht, voorzitter van de gemeenteraad

          Voorwerp en motivering

          De notulen van de zitting van de gemeenteraad van 25.11.2025 worden aan de gemeenteraad ter goedkeuring voorgelegd. Ze vormen samen met de audio-visuele opname tevens het zittingsverslag.

          Verwijzingen

          Ontwerpnotulen van de zitting van de gemeenteraad van 25.11.2025.
          Audio-visueel verslag van de gemeenteraad van 25.11.2025 zoals te vinden op: https://www.youtube.com/live/zwG4Rmdlc8o 

          Regelgeving

          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, art. 277 & 278 §2
          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, art. 285 t.e.m. 287

          Tussenkomsten

          Geen

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 0 min 0 sec - 0 min 37 sec

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Enig artikel – De notulen van de zitting van de gemeenteraad van 25.11.2025 - die samen met de audio-visuele opname tevens het zittingsverslag uitmaken - worden goedgekeurd.

    • 1. Algemene financiering

      • Normaal

        • Meerjarenplan 2026-2031 - deel gemeente - vaststelling

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Guido De Temmerman, schepen

          Voorwerp en motivering

          Het bestuur dient voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen een meerjarenplan vast te stellen voor de komende 6 jaren, nl 2026-2031. Dat meerjarenplan bestaat uit o.a. een beleidsverklaring, een strategische nota, een financiële nota en een toelichting. De opmaak is gebaseerd op een analyse van de omgeving, het partijprogramma van de besturende partij en de input van adviesraden.

          Gemeente en OCMW voeren één geïntegreerd beleid met als thema “Samen bouwen we aan de toekomst van Zwalm”  uitgaande van de 10 volgende doelstellingen:

          BD 1 - Zwalm is veilig

          BD 2 - Zwalm communiceert

          BD 3 - Zwalm is er voor je

          BD 4 - Zwalm ontwikkelt

          BD 5 - Zwalm werkt

          BD 6 - Zwalm verbindt en laat je genieten

          BD 7 - Zwalm draagt zorg

          BD 8 - Zwalm beweegt veilig

          BD 9 - Zwalm onderneemt 

          BD 10 - Zwalm werkt samen

          Het meerjarenplan van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vormen één geïntegreerd geheel.

          In de strategische nota van het meerjarenplan worden de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties voor het extern en intern te voeren beleid geïntegreerd weergegeven.

          In de financiële nota van het meerjarenplan wordt de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd.

          Daarnaast is er een toelichting alsook een documentatiebundel. 

          De bundel van het meerjarenplan bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen.

          Het ontwerp van beleidsrapport werd veertien dagen voor de vergadering waarop het wordt besproken aan ieder lid van de gemeenteraad of de raad voor maatschappelijk welzijn bezorgd.

          De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen over hun deel van elk beleidsrapport. Elke raad stemt telkens over het geheel van zijn deel van het beleidsrapport. Nadat de raden zo het beleidsrapport elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn.

          In kader van organisatiebeheersing wordt ook voorgesteld om wijzigingen die niet vallen onder de uitdrukkelijk bevoegdheid van de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn te delegeren. Vroeger bevatte het gemeente- en OCMW-decreet daar regels over, nu wordt dit overgelaten aan de autonomie van het lokaal bestuur in kader van haar organisatiebeheersing.

          In deze beslissing wensen we ook opname te doen van alle reglementen die door uitvoering van dit meerjarenplan zullen worden geschrapt.

          Verwijzingen

          Het meerjarenplan 2026 - 2031 bestaande uit o.a. een strategische nota en financiële nota met bijhorende toelichting en documentatie

          Regelgeving

          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
          Besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 over de beleids-en beheerscyclus van de lokale besturen
          Ministerieel besluit van 26.06.2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen
          Omzendbrief KBB/ABB 2025/1 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus

          Tussenkomsten

          Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Tom Van Canneyt, Guido De Temmerman, Johan De Bleecker, Karen De Colfmacker, Eric De Vriendt, Louis Ide, Francia Neirinck, Koen Vlassenroot, Emmy Herregodts, Patrick Moreels, Lieven De Pessemier, Delfine Verbruggen, Angélique De Clercq

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 0 min 38 sec - 3 u 46 min 0 sec

          Na de behandeling van dit agendapunt wordt de gemeenteraad even geschorst voor een pauze.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Werner Baudewijn, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie
          Tegenstanders: Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Francia Neirinck, Louis Ide, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Met 10 stemmen voor, 8 stemmen tegen
          Besluit

          Art. 1 - Het meerjarenplan 2026-2031 - deel gemeente - bestaande uit een strategische nota en financiële nota met bijhorende toelichting en documentatie wordt vastgesteld.

          Art. 2 - Aanpassingen die niet vallen onder in de regelgeving voorziene aanpassingen van het meerjarenplan vallen in kader van interne organisatiebeheersing onder de bevoegdheid van de algemeen directeur en de door hem uitgewerkte regeling.

          Art. 3 - De besluiten van de gemeenteraad van 27.03.2014 houdende "reglement toelagen vrijetijdspas voor particuliere verenigingen", van 26.09.2006 houdende toekenning van een toelage bij het overlijden van een oudstrijder, van 30.09.2021 houdende "Reglement voor het aanleggen van een geveltuin - goedkeuring", van 30.09.2021 houdende "Derdebetalersysteem De Lijn - lijnkaart en informatiepakket voor nieuwe inwoners - goedkeuring", van 31.03.2022 houdende "Reglement houdende vergoeding crisisopvang Oekraïense vluchtelingen - goedkeuring" en van 17.12.2014 houdende "Gemeentelijk subsidiereglement herbruikbare luiers met ingang vanaf 01.01.2015" worden opgeheven met ingang van 01.01.2026.

          Het gemeenteraadsbesluit van 19.12.2019 betreffende de verhoging van de gemeentelijke mantelzorgpremie wordt opgeheven met ingang van 01.01.2026 voor aanvragen betrekking hebbende op een zorgperiode na 31.12.2025

          Art. 4 - Het meerjarenplan 2026-2031 met bijhorende bijlagen zal binnen de wettelijke termijnen worden overgemaakt aan het OCMW en aan het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Agentschap Binnenlandse Bestuur en dit in de voorgeschreven vorm via het digitaal loket.

        • Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting 2026 - 6,9 % - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Guido De Temmerman, schepen

          Voorwerp en motivering

          De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele belastingen.
          Het voorgestelde tarief van aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting voor 2026 is 6,9 %. Dit is ongewijzigd ten opzichte van 2025.
          Dit tarief blijft onder het gemiddelde van de met ons vergelijkbare gemeenten en dat van Vlaanderen.

          Regelgeving

          Art. 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017

          Tussenkomsten

          Geen

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 3 u 54 min 55 sec - 3 u 55 min 28 sec

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Art. 1 - Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

          Art. 2 - De belasting wordt vastgesteld op 6,9 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

          Art. 3 - De vestiging en de inning van de gemeentebelastingen zullen door toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, overeenkomstig de bepalingen vervat in de artikelen 466 en volgende van het wetboek van de inkomstenbelastingen.

          Art. 4- Afschrift van dit besluit zal aan de toezichthoudende worden overgemaakt en aan de Federale Overheidsdienst Financiën, Stafdienst Beleidsexpertise en – ondersteuning, Studiedienst, North Galaxy – Toren B6, Koning Albert II-laan 33, bus 22, 1030 Brussel.

        • Opcentiemen op de onroerende voorheffing 2026 - 819 opcentiemen - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Guido De Temmerman, schepen

          Voorwerp en motivering

          De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van sommige rendabele belastingen.
          De gemeentelijke opcentiemen onroerende voorheffing bedragen momenteel 819 opcentiemen en deze worden gehandhaafd.
          Dit tarief blijft onder het gemiddelde van de met ons vergelijkbare gemeenten en dat van Vlaanderen.

          Regelgeving

          Artikel 170, §4, van de Grondwet
          Artikel 464/1, 1°, van het Wetboek Inkomstenbelastingen van 10.04.1992
          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
          Decreet houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13.10.2013

          Tussenkomsten

          Geen

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 3 u 55 min 29 sec - 3 u 55 min 43 sec

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Art. 1 - Voor het aanslagjaar 2026 worden ten bate van de gemeente 819 opcentiemen op de onroerende voorheffing geheven. De belasting wordt geïnd volgens de regels bepaald voor de heffing van de belasting waar zij bij hoort.

          Art. 2 – De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.

          Art. 3 - Afschrift van onderhavig besluit zal aan de toezichthoudende overheid worden overgemaakt en aan de Vlaamse Belastingdienst, Onroerende Voorheffing, Vaartstraat 16 te 9300 Aalst.

        • Belasting op caravans - 2026 tot en met 2031 - € 300,00 per caravan - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Guido De Temmerman, schepen

          Voorwerp en motivering

          De ontwikkeling van het toerisme trekt kampeerders, die hun caravans, woonaanhangwagens en andere soortgelijke verblijven installeren op het grondgebied van de gemeente, zowel op eigen als op huurgrond.
          De gemeente heeft er belang bij een belasting op het kamperen te hebben ondermeer wegens het speciaal toezicht dat deze vorm van toerisme aan het bestuur oplegt.

          De genieter van een campingverblijf/vaste campingplek betaalt bovendien geen opcentiemen op de personenbelasting en kan ook gebruik maken van gemeentelijke infrastructuur en dienstverlening.

          Het bestaande tarief van € 50 is al sedert minstens 1994 (2.000 BEF) niet meer aangepast. De verhouding met het tarief tweede verblijven bedroeg toen 1/5. Naast een "indexatie" is ook een aanpassing aan het gestegen service-niveau van de gemeente nodig en moet er ook een redelijke verhouding zijn met de belasting op tweede verblijven die in die periode ook fors is gestegen.  Daarom wordt voorgesteld het tarief te verhogen van € 50 naar € 300.  Gezien het tarief tweede verblijven is dit zelfs iets lager dan 1/5.
          Het huidig reglement vervalt per 31.12.2025. 

          De financiële toestand van de gemeente vergt bovendien rendabele gemeentebelastingen.

          Verwijzingen

          Gemeenteraadsbesluit van 19.12.2019 inzake belasting op caravans 2020-2025

          Regelgeving

          Decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
          Het Wetboek minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13.04.2019
          Omzendbrief van 15.02.2019 KB/ABB 2019/2 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
          Omzendbrief BB 2008/07 inzake het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

          Tussenkomsten

          Francia Neirinck, Tom Aelbrecht

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 3 u 55 min 44 sec - 3 u 57 min 14 sec

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Werner Baudewijn, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie
          Tegenstanders: Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Francia Neirinck, Lieven De Pessemier, Koen Vlassenroot
          Onthouders: Eric De Vriendt, Louis Ide, Carine Melkebeke
          Resultaat: Met 10 stemmen voor, 5 stemmen tegen, 3 onthoudingen
          Besluit

          Art. 1 - Met ingang van 01.01.2026 en voor een termijn van 6 jaar, eindigend op 31.12.2031, wordt op de caravans, woonaanhangwagens en andere soortgelijke verblijven, een jaarlijkse belasting geheven van € 300,00 per caravan, woonaanhangwagen of een ander soortgelijk verblijf.

          Art. 2 - De belasting is verschuldigd op de caravans, woonaanhangwagens en andere soortgelijke verblijven die principieel als verblijf aangewend worden, welke zich op het grondgebied van de gemeente Zwalm bevinden en die gedurende een al dan niet onderbroken periode van minstens één maand opgesteld blijven op eigen of huurgrond.

          Art. 3 - Wat de caravans en andere betreft opgesteld op de kampeerterreinen bedoeld in het decreet van 10 juli 2008 inzake toeristische logies is de belasting verschuldigd door de uitbater van het terrein. De uitbater van het terrein is gehouden uiterlijk op 5 december van het betrokken aanslagjaar aangifte te doen van alle op zijn terrein opgestelde caravans en andere die onder toepassing vallen van deze belastingsverordening.
          Wat de caravans en andere betreft die niet op de kampeerterreinen zijn opgesteld, is de belasting verschuldigd door de eigenaar van de caravan en andere, die gehouden is binnen de acht dagen na de plaatsing ervan aangifte te doen bij het gemeentebestuur.

          Art. 4 - De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld én uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

          Art. 5 - De kohieren worden tegen ontvangstbewijs overgemaakt aan de financieel directeur die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

          Art. 6 - De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
          Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.
          De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
          Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel directeur.

          Art. 7 - Dit besluit treedt in werking en wordt bekendgemaakt conform het decreet lokaal bestuur.

        • Belasting op tweede verblijven - 2026 tot en met 2031 - € 1.300,00 - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Guido De Temmerman, schepen

          Voorwerp en motivering

          De genieter van een tweede verblijf betaalt geen opcentiemen op de personenbelasting en kan ook gebruik maken van gemeentelijke infrastructuur en dienstverlening. Het heffen van een belasting op tweede verblijven is derhalve verantwoord.

          De eigen inwoners betalen gemiddeld elk jaar nominaal meer belasting gewoon door de inflatie. Bij een vast tarief zoals de belasting tweede verblijven is dit niet zo. Dit lijkt ons niet zo fair en dus willen we dat tarief ook aanpassen aan de inflatie. Daarnaast willen we een "vlucht" van de leegstand naar tweede verblijven vermijden gezien de lijn vaak dun is, door het tarief op elkaar af te stemmen. Een belasting tweede verblijven kan ook gezien worden als een instrument om soms quasi leegstaande woningen op de woningmarkt te brengen wat het woningaanbod in Zwalm kan ten goede komen.

          Het bestaande tarief bedraagt al sinds 01.01.2023 € 850. We stellen derhalve voor het tarief te verhogen naar € 1.300.

          De financiële toestand van de gemeente vergt bovendien rendabele gemeentebelastingen.

          Verwijzingen

          Gemeenteraadsbesluit van 19.12.2022 inzake belasting tweede verblijven 2023 - 2025

          Regelgeving

          Decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
          Het Wetboek minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13.04.2019
          Omzendbrief van 15.02 2019 KB/ABB 2019/2 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
          Omzendbrief BB 2008/07 inzake het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

          Tussenkomsten

          Francia Neirinck, Karen De Colfmacker

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 3 u 57 min 15 sec - 3 u 58 min 36 sec

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Werner Baudewijn, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie
          Tegenstanders: Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Francia Neirinck, Lieven De Pessemier, Koen Vlassenroot
          Onthouders: Louis Ide, Carine Melkebeke
          Resultaat: Met 11 stemmen voor, 5 stemmen tegen, 2 onthoudingen
          Besluit

          Art. 1 - Met ingang van 01.01.2026 en eindigend op 31.12.2031, wordt ten behoeve van de gemeente een belasting geheven op de tweede verblijven, inclusief weekendverblijven, al dan niet ingeschreven in de kadastrale legger.

          Art. 2 - Wordt als tweede verblijf beschouwd, elke woning waar niemand is ingeschreven is in de bevolkingsregisters, ongeacht of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets, met chalets gelijkgestelde caravans, en alle andere vaste woningen.

          Art. 3 - Wordt niet als tweede verblijfplaats beschouwd:
          - een woning die opgenomen is in het gemeentelijk leegstandsregister
          - het lokaal dat uitsluitend bestemd is voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit
          - tenten, verplaatsbare caravans, woonaanhangwagens
          - tweede verblijven opgesteld op een reglementair erkend kampeerterrein
          - tweede verblijven waar in de loop van het aanslagjaar minder dan 9 maanden kon over worden beschikt door diegene die er kan verblijven.

          Art. 4 - De belasting is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.
          Zijn belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of tijdelijk niet gebruikt wordt.
          Zijn belastingplicht geldt ongeacht het feit of hij al of niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente.
          De belastingsplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt en de huurder er niet gedomicilieerd is.
          In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of de erfpachthouder.
          Indien er samenloop is van meerdere eigenaars, vruchtgebruikers, erfpachters, opstalhouders door onverdeeldheid, dan zijn zij solidair en ondeelbaar aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

          Art. 5 - Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt vastgesteld op € 1.300,00.

          Art. 6 - Van zodra een op het grondgebied van de gemeente Zwalm gelegen tweede verblijf niet meer gebruikt wordt als tweede verblijf of verkocht wordt, moet de belastingsplichtige, uit eigen beweging, het gemeentebestuur hiervan binnen de maand schriftelijk in kennis stellen en de nodige bewijzen indienen.

          Art. 7 - De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld én uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

          Art. 8 - De kohieren worden tegen ontvangstbewijs overgemaakt aan de financieel directeur die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

          Art. 9 - De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
          Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.
          De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
          Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel directeur.

          Art. 10 - Dit besluit treedt in werking en wordt bekendgemaakt conform het decreet lokaal bestuur.

        • Belasting op masten en pylonen – 2026 t.e.m. 2031 - € 5.000 per mast/pyloon - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Guido De Temmerman, schepen

          Voorwerp en motivering

          De gemeente Zwalm wordt gekenmerkt door zijn landelijk karakter. Masten en pylonen verstoren dit landelijk karakter. De aanwezigheid van ruim 25 masten en pylonen op het grondgebied van de gemeente heeft een substantiële invloed op de aantrekkingskracht van Zwalm als woonomgeving en toeristische bestemming. Naast de visuele hinder is er ook de perceptie van het bestaan van een gezondheidsrisico in de omgeving van deze masten en pylonen. Het invoeren van een belasting op masten en pylonen is dan ook gerechtvaardigd. 

          Er wordt voorzien in een vrijstelling voor de als monument beschermde windmolens, alsmede voor de vrijstaande oude fabriekschouwen die zijn opgenomen op de lijst van bouwkundig erfgoed. Gelet op de specifieke aard en vormgeving van deze (beschermde) constructies, kunnen zij immers niet worden beschouwd als landschapsverstorend, maar dragen zij net bij tot de (visuele) aantrekkingskracht van de gemeente.

          Er wordt tevens voorzien in een vrijstelling voor sportverlichtingsapparatuur. Deze vrijstelling is ingegeven door het bijzondere belang van de beoefening van sport in de gemeente. De landschapsverstoring die dergelijke verlichtingsmasten en -pylonen met zich meebrengen, weegt immers niet op tegen de daarmee verbonden voordelen op vlak van gezondheid, algemeen welbevinden en samenhorigheid.

          Ook wordt voorzien in een vrijstelling voor de masten en pylonen die uitsluitend worden gebruikt  in het kader van een hobby als radioamateur. Deze vrijstelling is ingegeven vanuit het niet bedrijfsmatige oogmerk van deze hobby en is dan ook redelijk en objectief verantwoord daar deze mast of pyloon voor die eigenaars niet lucratief is, de kost ervan niet in aanmerking komt als beroepskost en de mast louter dient voor de uitoefening van een hobby.

          De financiële toestand van de gemeente vergt tevens de invoering van rendabele belastingen.

          Het tarief wensen we vast te leggen op € 5.000/per mast per jaar.

          De omzendbrief van 03.11.2025 inzake de uitfasering van het LEKPact geeft duidelijk aan dat de gemeente volledig vrij is dit te belasten.

          Verwijzingen

          Gemeenteraadsbesluit van 29.04.2021 houdende goedkeuring van "Belasting op masten en pylonen – 2021 t.e.m. 2025 - € 2.500 per mast/pyloon"

          Omzendbrief van 03.11.2025 inzake de uitfasering van het LEKPact

          Regelgeving

          Art. 41, 162 en 170, §3 of §4 GGW (Gecoördineerde Grondwet)
          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, inzonderheid art. 40 en 41
          Decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
          Het Wetboek minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13.04.2019
          Omzendbrief BB2019/2 van 15.02.2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
          Omzendbrief BB 2008/07 inzake het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen 


          Tussenkomsten

          Eric De Vriendt, Tom Aelbrecht, Louis Ide, Philip Lefever

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 3 u 58 min 37 sec - 3 u 59 min 45 sec

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Art. 1 - Met ingang van aanslagjaar 2026 en voor een termijn van 6 jaar, eindigend op 31 december 2031, wordt een jaarlijkse belasting geheven op allerhande masten en pylonen geplaatst in openlucht, op het grondgebied van de gemeente en zichtbaar vanaf de openbare weg.

          Art. 2 - Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

          - mast: een vaststaande verticale structuur die geplaatst wordt op een dak of op een andere bestaande constructie, en waarbij de hoogte van het dak of de constructie en de mast samen minstens 15 meter bedraagt.

          - pyloon: een individuele, verticale en vaststaande constructie of steuntoren die opgericht wordt op het niveau van het maaiveld en die een minimale hoogte heeft van 15 meter.

          Art. 3 - Vrijstelling wordt verleend aan de eigenaars van:

          - als monument beschermde windmolens,

          - vrijstaande oude fabriekschouwen die zijn opgenomen op de lijst van bouwkundig erfgoed,

          - sportverlichtingsapparatuur, 

          - masten en pylonen die uitsluitend worden gebruikt  in het kader van een hobby als radioamateur.

          Art. 4 -  De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast of de pyloon. De toestand op 15 mei van het aanslagjaar is bepalend voor de belastingplicht.

          Art. 5 - De belasting wordt vastgesteld op 5.000 euro per mast of pyloon.

          De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het volledige jaar. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast of pyloon in de loop van het jaar wordt weggenomen.

          Art. 6 - De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

          Art. 7 - Elke belastingplichtige moet uiterlijk op 30 juni van het aanslagjaar aangifte doen van de masten en pylonen gelegen op het grondgebied van de gemeente en waarvan hij eigenaar is op 15 mei van het aanslagjaar. De aangifte wordt ingediend op een aangifteformulier ter beschikking gesteld door het gemeentebestuur. Indien de belastingplichtige geen aangifteformulier heeft ontvangen van de gemeente, dient hij dit zelf aan te vragen bij het gemeentebestuur.

          Art. 8 - De belastingplichtige is gehouden elke wijziging in het aantal masten en/of pylonen waarvan hij eigenaar is geworden tijdens het aanslagjaar, op eigen initiatief aan het gemeentebestuur bekend te maken binnen de maand na de wijziging.

          Art. 9 - Bij gebrek aan aangifte binnen de in de in artikel 7 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.

          Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

          De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

          Art. 10 - Op de ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging van 25% worden toegepast en afzonderlijk in het kohier en op het aanslagbiljet worden vermeld.

          Art. 11 - De kohieren worden tegen ontvangstbewijs overgemaakt aan de financieel directeur die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

          Art. 12 - De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, moet zijn ondertekend, en moet worden gemotiveerd.

          De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

          Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel directeur.

          Art. 13 - Deze beslissing wordt bekendgemaakt en treedt in werking zoals voorzien in het decreet over het lokaal bestuur.

        • Contantbelasting op het weghalen van afvalstoffen ingevolge sluikstorten - € 250,00 per begonnen kubieke meter - verhoogd met faktuurbedrag bij opruiming door derde opruimer - tarief 2026 tot en met 2031 - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Tom Van Canneyt, schepen

          Voorwerp en motivering

          De gemeente staat dus in voor inzameling van diverse afvalstoffen via huis-aan-huis-ophaling en via het containerpark.

          Desondanks stellen we vast dat niet steeds op correcte wijze gebruik gemaakt wordt van deze dienstverlening en dat er sprake is van sluikstort.

          Artikel 12 van het ‘Materialendecreet’ (decreet van 23.12.2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) verbiedt het achterlaten van afvalstoffen in strijd met de voorschriften van het decreet of zijn uitvoeringsbesluiten. Sluikstorten wordt uitdrukkelijk aanzien als een milieumisdrijf (cfr. artikel 16, 1.2., 2° Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid).

          Voor de gemeente staan drie manieren open om op te treden tegen sluikstorten:

          • gebruik maken van bestuurlijke of strafrechtelijke maatregelen volgens titel XVI van het DABM;
          • gebruik maken van GAS-boetes;
          • het verhalen van de opruimingskosten op de sluikstorter via een retributie/contantbelasting.

          Het ophalen van sluikstort veroorzaakt een kost voor de gemeente en die dient gerecupereerd te worden via een belasting die dus moet gezien worden als een vergoeding voor weghalen van sluikafval.
          Een tarief van € 250,00 per begonnen m³ lijkt ons niet onredelijk en in verhouding tot het volume en de werkelijke kost (personeelskost, gebruik voertuigen/kraan, stortkosten, administratieve verwerkingskost, personeelsinzet, ..).
          Indien een beroep zou moeten gedaan worden op een gespecialiseerde firma (voor bijvoorbeeld ophaling gevaarlijk afval of iets dergelijks) kunnen de kosten van ophaling desgevallend hoger liggen dan € 250,00 per m³ en in dergelijk geval kan het normaal tarief (ter recuperatie van onze kosten voor administratieve en technische voorbereiding en begeleiding) verhoogd worden met het factuurbedrag van de opruiming.
          Dergelijke belasting op ophalen sluikstort heeft ook een ontradend effect.
          Het huidige belastingsreglement vervalt per 31.12.2025.  

          Verwijzingen

          Gemeenteraadsbesluit van 19.12.2019 inzake een contantbelasting op het weghalen van afvalstoffen ingevolge sluikstorten voor de periode 2020 - 2025

          Regelgeving

          Decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
          Het Wetboek minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13.04.2019
          Omzendbrief van 15.02.2019 KB/ABB 2019/2 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
          Omzendbrief BB 2008/07 inzake het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

          Tussenkomsten

          Geen

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 3 u 59 min 46 sec - 4 u 0 min 6 sec

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Art. 1 - Er wordt met ingang van 01.01.2026 tot en met 31.12.2031 een belasting gevestigd op het weghalen van sluikstort, zijnde afvalstoffen die gestort worden in de gemeente op plaatsen waar dit wettelijk of reglementair verboden is of gestort of achtergelaten op niet-reglementaire tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten.

          Art. 2 - De belasting is in hoofdorde verschuldigd door diegene die de afvalstoffen gestort heeft en in bijkomende orde, zo de dader onbekend is, door de eigenaar van de afvalstoffen voor zover kan aangenomen worden dat de eigenaar effectief schuldig of medeplichtig is.  De beoordeling van schuld of medeplichtigheid gebeurt door de bevoegde rechtbank.
          Ingeval er meerdere daders zijn, is elke dader hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de volledige belasting. Evenzo ingeval er meerdere eigenaars van afvalstoffen zijn, is elke eigenaar hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de volledige belasting zo de dader onbekend is voor zover kan aangenomen worden dat de eigenaars effectief schuldig of medeplichtig zijn.  De beoordeling van schuld of medeplichtigheid gebeurt door de bevoegde rechtbank.

          Art. 3 - De belasting wordt vastgesteld op € 250,00 per begonnen kubieke meter. Indien opruiming vereist is door een gespecialiseerde firma wordt eveneens dit tarief toegepast en verhoogd met het factuurbedrag aangerekend door de opruimfirma.

          De vastgestelde belasting is van toepassing onverminderd de gerechtelijke vervolging die ingesteld kan worden of GAS (gemeentelijke administratieve sancties) boete die kan opgelegd worden.

          Art. 4 - De belasting wordt contant betaald, op de dag van het weghalen, tegen afgifte van een ontvangstbewijs en bij gebrek aan contante betaling ambtshalve ingekohierd waardoor ze een kohierbelasting wordt.

          Art. 5 – De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze contantbelasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd. De indiening moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift, een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel directeur.

          Art. 6 - Dit besluit treedt in werking en wordt bekendgemaakt conform het decreet lokaal bestuur.

        • Belasting op de afgifte van administratieve stukken - periode 2026 tot en met 2031 - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Matthijs Verschraegen, burgemeester

          Voorwerp en motivering

          Op 19.12.2024 besliste de gemeenteraad tot aanpassing en hercoördinatie van het reglement inzake de belasting op de afgifte van administratieve stukken voor de periode 2020-2025.

          Op 02.10.2025 ontvingen we vanuit FOD Binnenlandse zaken de aangepaste tarieven van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten en- documenten vanaf 01.01.2026.

          De filosofie inzake de gemeentelijke heffingen geven we hieronder weer.

          Voor de gewone elektronische identiteitskaarten (eID's), verblijfsdocumenten EU burgers en rijbewijzen zal geen aanvullende gemeentelijke belasting geheven worden gezien we van mening zijn dat de burger geen extra belasting moet opgelegd worden voor een door de overheid verplicht document. 

          Voor de verblijfsdocumenten nodig voor vreemde onderdanen, niet EU burgers, zullen wij een aanvullende gemeentelijke belasting heffen van € 25 gezien aan het afleveren van een verblijfsdocument een procedure van toekenning van verblijfsrecht voorafgaat die de nodige dossieropbouw, dossieropvolging en personeelsinzet en expertise vereist. 


          Voor kinderen blijven we de visie hanteren dat een Kids-Id (ook voor vreemdelingen Kids-Id) gratis moet zijn. Daar zal dus noch de kost aangerekend aan de gemeente, noch een gemeentelijke heffing worden aangerekend.

          Voor spoedprocedures identiteit -en verblijfsdocumenten (ook voor kids-Id en vreemdelingen Kids-Id), zullen de kosten ten laste van de gemeente doorgerekend worden, verhoogd met een gemeentelijke heffing van € 5.

          Voor reispassen zal bovenop de kosten een belasting voor aanmaak doorgerekend worden van € 5 voor gewone reispassen en € 10 voor spoedprocedures.

          De verwerking van aanvragen voor reispassen en spoedprocedures veroorzaken zowel een personeelskost als IT-kost die we dus voor reispassen en spoedprocedures wensen door te rekenen.

          Verwijzingen

          Gemeenteraadsbesluit van 19.12.2024 met betrekking tot de belasting op de afgifte van administratieve stukken
          Omzendbrief van 02.10.2025 van de FOD BIZA m.b.t. het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten en -documenten vanaf 01.01.2026 met in bijlage het overzicht van de verschillende kaarttypes

          Regelgeving

          Artikelen 41, 162 en 170, §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17.02.1994
          Decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
          Invorderingswetboek
          Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
          KB van 26.11.2021 tot wijziging van het KB van 08.10.1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, wat binnen een onderneming overgeplaatste personen betreft
          Omzendbrief BB 2008/07 inzake het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

          Tussenkomsten

          Koen Vlassenroot, Matthijs Verschraegen, Francia Neirinck

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 4 u 0 min 7 sec - 4 u 1 min 35 sec

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Werner Baudewijn, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie
          Tegenstanders: Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Francia Neirinck, Lieven De Pessemier, Koen Vlassenroot
          Onthouders: Louis Ide, Carine Melkebeke
          Resultaat: Met 11 stemmen voor, 5 stemmen tegen, 2 onthoudingen
          Besluit

          Art. 1 - Gedurende een periode beginnende op 01.01.2026 en eindigend op 31.12.2031, wordt ten behoeve van de gemeente onder de navolgende voorwaarden een belasting geheven op de afgifte van getuigschriften en andere stukken. De belasting valt ten bezware van de personen of instellingen aan wie deze stukken door de gemeente op verzoek of ambtshalve worden uitgereikt.

          Art. 2 - Het bedrag van de gemeentelijke contantbelasting op de afgifte van onderstaande administratieve stukken wordt bepaald zoals opgenomen in de kolom "gemeentelijke belasting" hieronder. De kost/taks die de federale overheid ons aanrekent, wordt hieronder indicatief meegegeven zoals hij vandaag geldt, net zoals de huidige totaalprijs voor de burger. Indien de kost/taks verschuldigd aan de overheid wijzigt, zal deze naar de burger steeds verhoogd worden met de gemeentelijke belasting zoals hieronder weergegeven.

            kost/taks aan overheid gemeentelijke belasting  totaalprijs burger 
          Rijbewijs €      20,00  € 0,00  €       20,00 
          Voorlopig rijbewijs €      20,00  € 0,00  €       20,00 
          Internationaal rijbewijs €      16,00  € 0,00  €       16,00 
          Kids-ID €       8,10 € 0,00      gratis 
          Kids-ID spoed geleverd in de gemeente €    110,60 € 5,00 €      115.60
          Kids-ID Spoed Brussel €    149,40 € 5,00 €      154.40
          Identiteitskaart €      20,10 € 0,00 €        20.10
          Identiteitskaart spoed geleverd in de gemeente €    122,60 € 5,00 €      127.60
          Identiteitskaart spoed afgehaald in Brussel €    161,40 € 5,00 €      166.40
          Kids-ID EU, EU+, F, F+, M kaart €        8,10 € 0     gratis 
          Kids-ID A, B, K, L kaart €      11,30 € 0     gratis 
          EU, EU+, F, F+, M, N kaart €      20,10 € 0 €        20.10
          A, B, H, I, J, K, L kaart €      20,70 € 25,00 €        45,70
          spoedprocedure vreemdelingenkaart  €    122,60 € 5,00 €      127.60
          spoedprocedure Kids-ID EU, EU+, F, F+, M kaart €    110,60 € 5,00 €      115.60
          spoedprocedure Kids-ID A, B, K, L kaart €    122,60 € 5,00 €      127,60
          Pin/ Puk code  €     0,00 €  0,00      gratis 
          Attest immatriculatie  €     0,00     
          € 25,00  €       25
          Reispas -18 €      35,00  € 5,00  €       40,00 
          Reispas -18 spoed €    210,00  € 10,00  €     220,00 
          Reispas superspoed -18 €    270,00  € 10,00  €     280,00 
          Reispas +18 €      65,00  € 5,00  €       70,00 
          Reispas spoed +18 €    240,00  € 10,00  €     250,00 
          Reispas superspoed +18 €    300,00  € 10,00  €     310,00 

          Art. 3 - De stukken welke aan behoeftige personen worden afgegeven zijn steeds kosteloos. De behoeftigheid wordt vastgesteld door elk overtuigend bewijsstuk.

          Art. 4 - De belasting wordt contant of elektronisch betaald tegen de afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebreke aan betaling wordt de belasting ingekohierd en wordt een kohierbelasting.

          Art. 5 – De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze contantbelasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd. De indiening moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift, een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel directeur.

          Art. 6 - Het gemeenteraadsbesluit van 19.12.2024 houdende aanpassing en hercoördinatie van het reglement inzake de belasting op de afgifte van administratieve stukken voor de periode 2020-2025 wordt opgeheven per 31.12.2025.

          Art. 7 - Dit besluit treedt in werking op 01.01.2026 en wordt bekendgemaakt conform het decreet lokaal bestuur.

           
        • Goedkeuring jaarrekening 2024 van de gemeente en OCMW Zwalm - kennisname

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Guido De Temmerman, schepen

          Voorwerp en motivering

          Op 23.06.2025 werd de jaarrekening 2024 van gemeente en OCMW Zwalm goedgekeurd door zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn.

          Artikel 262 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt het volgende:

          § 1. De toezichthoudende overheid keurt de jaarrekening goed op voorwaarde dat:
          1° aan de raadsleden in het beleidsrapport alle noodzakelijke informatie ter beschikking is gesteld om met kennis van zaken een beslissing te nemen;
          2° de jaarrekening juist en volledig is en een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
          3° het beleidsrapport dat aan de raadsleden is bezorgd overeenstemt met de digitale rapportering die daarover aan de Vlaamse Regering is bezorgd met toepassing van artikel 250;
          4° de algemene en de budgettaire boekhouding op elkaar aansluiten.

          Als de toezichthoudende overheid geen besluit heeft verzonden naar de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn binnen een termijn van honderdvijftig dagen wordt ze geacht de jaarrekening goed te keuren. Die termijn gaat in op de dag nadat de gemeente zowel de toezichthoudende overheid op de hoogte heeft gebracht van de bekendmaking van de jaarrekening, met toepassing van artikel 286, § 1, 3°, als de digitale rapportering erover aan de Vlaamse Regering heeft bezorgd met toepassing van artikel 250.

          § 2. De toezichthoudende overheid kan bij de goedkeuring bepaalde verrichtingen als onregelmatig bestempelen en beslist dan over de aansprakelijkheid van de actoren die betrokken zijn bij die verrichtingen. Ze brengt de betrokkenen onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing met een aangetekende brief of een andere melding die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek, en die een bewijs oplevert van die melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens. In voorkomend geval wordt daarbij een verzoek gevoegd om het vastgestelde bedrag aan de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn te betalen. Een afschrift van de beslissing van de toezichthoudende overheid wordt bezorgd aan de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, al naargelang het geval.

          Deze jaarrekening 2024 werd goedgekeurd door de Provinciegouverneur. Het nazicht van dit beleidsrapport heeft niet geleid tot formele opmerkingen, maar wel tot enkele technische bemerkingen.

          Dit besluit wordt ter kennisname gebracht van de gemeenteraad en van de raad voor maatschappelijk welzijn.

           
          Verwijzingen

          Brief van de Provinciegouverneur dd. 21.11.2025 betreffende de jaarrekening 2024 en bijhorend goedkeuringsbesluit
          Besluit van de gemeenteraad en OCMW-raad van 23.06.2025 houdende de goedkeuring van de jaarrekening 2024

          Regelgeving

          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017

          Tussenkomsten

          Geen

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4- tijdsblok audio: 4 u 1 min 36 sec - 4 u 1 min 40 sec

          Besluit

          Enig artikel - De gemeenteraad neemt kennis van besluit van de Provinciegouverneur van 21.11.2025 houdende goedkeuring van de jaarrekening 2024 van de gemeente en het OCMW van Zwalm.

    • 2. Algemeen bestuur

      • Normaal

        • Politiezone Vlaamse Ardennen - dotatie 2026 - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Matthijs Verschraegen, burgemeester

          Voorwerp en motivering

          De politiezone dient over een goedkeuringsbesluit te beschikken i.v.m. de gemeentelijke dotaties.  Dit is nodig opdat hun budget kan goedgekeurd worden door de toezichthoudende overheid gezien die wil afstemmen of alle deelnemende gemeenten akkoord zijn over de dotatie.  Er werd een budget 2026 overgemaakt.

          De dotatie van Zwalm aan de politiezone bedraagt voor 2026:
          -voor exploïtatie: € 982.617,06
          -voor investeringen: € 129.052,22.

          Verwijzingen

          Budget 2026 van de politiezone Vlaamse Ardennen

          Regelgeving

          Wet van 7.12.1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, artikels 26, 34, 40, 91/1-10 en 257quinquies/1-17;
          Koninklijk besluit van 16.11.2001 houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van een meergemeente politiezone 
          Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017 en latere wijzigingen 

          Tussenkomsten

          Eric De Vriendt, Matthijs Verschraegen, Tom Aelbrecht, Louis Ide

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 4 u 1 min 41 sec - 4 u 3 min 56 sec

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Art. 1 - De gemeentelijke bijdrage aan de politiezone Vlaamse Ardennen voor 2026 ten bedrage van € 982.617,06 (exploitatie) en € 129.052,22 (investeringen) wordt goedgekeurd. 

          Art. 2 - Afschrift wordt bezorgd aan de financieel directeur, de politiezone Vlaamse Ardennen en aan de federale diensten van de provinciegouverneur.

        • Politiereglement – verbod op onaangevraagde drift- en tuningmeetings - verdaging

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Matthijs Verschraegen, burgemeester

          Voorwerp en motivering

          De politiediensten werden reeds verschillende keren met het fenomeen van onaangevraagde drift- en tuningmeetings geconfronteerd, waarbij wij steeds meer te maken krijgen met vijandigheid. Ook in Zwalm was vrij recent een dergelijk incident.

          Gezien deze voorvallen, beoogt de politiezone op het grondgebied van alle gemeenten van onze politiezone een verbod op het organiseren en/of bijwonen van onaangevraagde drift- en tuningmeetings te bewerkstelligen.

          Tijdens het politiecollege van 21 oktober jl. hebben de burgemeesters van de betrokken gemeenten beslist om aan de respectieve gemeenteraden voor te stellen een politiereglement goed te keuren dat dergelijke bijeenkomsten, evenals de deelname eraan, verbiedt indien ze niet vergund zijn.

          Teneinde de politiezone Vlaamse Ardennen een duidelijk juridisch kader te bezorgen om op te treden tegen deze illegale bijeenkomsten dient een politiereglement te worden goedgekeurd.

          Regelgeving

          Decreet Lokaal bestuur van 22.12.2017 in het bijzonder de  artikelen 40, 41, 63 en 286 tot 288;

          Nieuwe Gemeentewet, in het bijzonder artikelen 119, 119bis, 133 en 135§2;

          Wet van 24.06.2013 betreffende de administratieve sancties en de uitvoeringsbesluiten;

          Algemeen Politiereglement van de gemeenten van de politiezone Vlaamse Ardennen;

          Tussenkomsten

          Lieven De Pessemier, Matthijs Verschraegen

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4- tijdsblok audio: 4 u 3 min 57 sec - 4 u 14 min 33 sec

          Bijlage

          Politiereglement tot invoering van een verbod op onaangevraagde drift- en tuningmeetings. 

          Art. 1 – Doelstelling

          Dit reglement heeft tot doel de openbare orde, rust en veiligheid te vrijwaren door het verbieden van niet-aangevraagde drift- en tuningmeetings op het grondgebied van Zwalm.

          Art. 2 – Definities

          2.1. Drift- en tuningmeetings: bijeenkomsten van meerdere motorvoertuigen met als (hoofd)doel het uitvoeren van driftmanoeuvres, burnouts, wedstrijden, lawaaiproeven of andere activiteiten die gevaar of ernstige overlast veroorzaken;

          2.2. Organisator: natuurlijke of rechtspersoon die de feitelijke samenkomst organiseert, promoot of faciliteert;

          2.3. Deelnemer: bestuurder of inzittende van een voertuig dat deelneemt aan de bijeenkomst.

          Art. 3 – Verbodsbepaling

          Het is verboden om op het openbaar domein van Zwalm, alsook op private maar publiek toegankelijke plaatsen, drift- en tuningmeetings te organiseren of eraan deel te nemen zonder voorafgaande toelating van het lokaal bestuur.

          Art. 4 – Handhaving en sancties

          4.1. Bij vaststelling van een overtreding kunnen voertuigen geïmmobiliseerd of bestuurlijk in beslag worden genomen indien het rijgedrag de fysieke veiligheid van personen in gevaar brengt.

          4.2. Iedere deelnemer wordt beschouwd als zijnde in overtreding met de verbodsbepaling.

          4.3. Overtredingen kunnen worden gesanctioneerd conform de bepalingen uit het algemeen politiereglement van de gemeenten van de Politiezone Vlaamse Ardennen.

          Art. 5 – Verhaal van kosten

          Wanneer een verboden of niet-vergunde tuning- of driftbijeenkomst aanleiding geeft tot tussenkomst van hulpdiensten of gemeentelijke diensten, kunnen de kosten verbonden aan:

          1° opruimingswerken,
          2° het plaatsen of herstellen van signalisatie,
          3° reiniging of herstel van de openbare weg,
          4° wegsleepkosten of immobilisatie van voertuigen,

          verhaald worden op de organisator en/of deelnemers.

          Indien de organisator niet gekend is, kunnen de kosten verhaald worden op de eigenaar of houder van de voertuigen die deelnamen, op basis van de vaststellingen in het proces-verbaal.

          Art. 6 - Bekendmaking

          Dit reglement zal overeenkomstig de artikelen 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur afgekondigd en bekend gemaakt worden.

          Art. 7 - Overeenkomstig artikel 119 van de nieuwe gemeentewet zal een afschrift van dit reglement worden overgemaakt aan de deputatie van de provincieraad, aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan de griffie van de politierechtbank.

          Tevens zal een afschrift worden overgemaakt aan het parket van de procureur des konings bij de politierechtbank en aan de korpschef van de lokale politie Vlaamse Ardennen.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Enig art. - De gemeenteraad beslist tot verdaging van de behandeling van een politiereglement - opgenomen in bijlage - tot invoering van een verbod op onaangevraagde drift- en tuningmeetings. 

        • Toetreding tot de Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst (IOED) Vlaamse Ardennen - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Matthijs Verschraegen, burgemeester

          Voorwerp en motivering

          Met het herschikken van bevoegdheden van de provinciale en Vlaamse bestuursniveaus, de ontvoogding van lokale besturen en de inwerkingtreding van het Onroerend Erfgoeddecreet worden lokale besturen de laatste jaren met nieuwe uitdagingen en verantwoordelijkheden geconfronteerd op het vlak van onroerend erfgoed (i.e. archeologisch, bouwkundig en landschappelijk erfgoed). Steeds meer wordt de omgang met en de zorg voor onroerend erfgoed een lokale opdracht of nood. De recente Vlaamse visienota “Lokaal Onroerend Erfgoedbeleid” (2021) diept deze tendens verder uit.

          Het is voor lokale besturen evenwel niet evident om met dit beleidsdomein aan de slag te gaan: de materie heeft raakpunten met diverse domeinen op lokaal niveau (omgeving, milieu, patrimonium, begraafplaatsen, kerken, vrije tijd, …) en wordt zelden gecentraliseerd behartigd op lokaal niveau.

          Tegenover deze uitdagingen staan wel ondersteuningsmogelijkheden vanuit de Vlaamse overheid, voor lokale besturen die zich op intergemeentelijk niveau willen organiseren rond onroerend erfgoed: Vlaanderen subsidieert intergemeentelijke samenwerkingen rond onroerend erfgoed (verder: IOED).

          De mogelijkheden voor een samenwerkingsovereenkomst met Vlaanderen werden in de loop van 2025 onderzocht en in consultatierondes met de lokale besturen en betrokken actoren afgetoetst. Daaruit blijkt dat de concrete invulling van een IOED-werking in de eerste plaats bepaald wordt door de eigenheid van de regio en de lokale noden en wensen. Dit biedt kansen en mogelijkheden voor een invulling van de werking, die op maat van de regio en de lokale noden zal uitgewerkt worden.

          Gelet op vernieuwde erkenningsvoorwaarden vanaf 1 januari 2026 enerzijds, en de aanwezige expertise binnen SOLVA rond onroerend erfgoed en betrokken domeinen anderzijds, zal SOLVA voor de beleidsperiode 2027-2032 fungeren als penhouder voor de erkennings- en subsidieaanvraag voor IOED Vlaamse Ardennen.

          SOLVA zal daarnaast een consultatienetwerk uitbouwen met de deelnemende besturen, relevante diensten en organisaties, die betrokken zijn bij de zorg voor het onroerend erfgoed. Dit consultatienetwerk zal ook functioneren als klankbord voor de beleidsvisie van de IOED.

          Gedurende de beleidscyclus 2027-2032 zal de Vlaamse overheid IOED’s met een jaarlijkse subsidie van € 120.000 per IOED ondersteunen. Evenredig met de jaarlijkse subsidie van € 120.000 dient op lokaal niveau gezamenlijk eveneens € 120.000 samengebracht te worden als voorwaarde voor het bekomen van de subsidie. De bedragen zijn onderhevig aan de indexering. Van de lokale bijdrage zal SOLVA € 40.000 dragen, de lokale besturen gezamenlijk € 80.000. Voor de gemeentelijke bijdragen wordt gewerkt met een bijdrage per inwoner. Uitgaande van de deelname van 14 besturen komt dit neer op een bedrag van € 0,40/inwoner, jaarlijks te indexeren.

          De jaarlijkse bijdrage van een lokaal bestuur zal nominatief worden gereserveerd voor projecten die geïnitieerd worden door het lokaal bestuur. Op deze wijze wordt gegarandeerd dat de bijdrage terug kan vloeien naar de gemeente. Evenwel kan de situatie zich voordoen dat een lokaal bestuur in een bepaald jaar geen concrete onroerend erfgoedacties heeft gepland. SOLVA zal daarom het beheer van de gestorte en nog te storten lokale bijdragen zodanig organiseren dat voor de afname van opdrachten de gehele looptijd van de IOED-beleidsperiode 2027-2032 in rekening wordt gebracht. 

          De aanvraag tot erkenning en subsidie van een IOED dient ten laatste ingediend te worden op 15 januari 2026. De aanvrager levert daartoe een actuele omgevingsanalyse, een actueel onroerenderfgoedbeleidsplan en een meerjarenbegroting aan voor de subsidieaanvraag. Het agentschap Onroerend Erfgoed maakt ten laatste op 30 april de beslissing over de subsidie bekend.

          Bij goedkeuring zal de gesubsidieerde werking kunnen aanvatten per 1 januari 2027 tot en met 31 december 2032.

          Verwijzingen

          Vraag van SOLVA van 12.11.2025 i.v.m. toetreding tot de Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst (IOED) Vlaamse Ardennen
          Begeleidende nota bij het toetredingsbesluit tot de Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst Vlaamse Ardennen

          Regelgeving

          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
          Onroerenderfgoeddecreet van 12.07.2013
          Onroerenderfgoedbesluit van 16.05.2014 

          Tussenkomsten

          Geen

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 4 u 14 min 34 sec - 4 u 14 min 49 sec

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Art. 1 - De gemeenteraad beslist toe te treden tot de Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst (IOED) Vlaamse Ardennen voor de werkingsperiode 2027-2032 en voorziet hiervoor een jaarlijks te indexeren bijdrage van € 0,40 per inwoner vanaf 2027.

          Art. 2 - SOLVA zal op de hoogte gebracht worden van deze beslissing.

        • Visietekst Vlaamse Ardennen 2050 - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Matthijs Verschraegen, burgemeester 

          Voorwerp en motivering

          In 2024 zijn de 14 steden en gemeenten van de referentieregio Vlaamse Ardennen op initiatief van het Burgemeestersoverleg gestart met een traject om een gezamenlijke toekomstvisie te ontwikkelen voor een onze regio.

          De regiovorming beoogt de opzet van strategische gebiedscoalities rond maatschappelijke uitdagingen die sectoren en bestuurslagen overschrijden, waarbij de burgemeesters worden opgeroepen te komen tot transversale en bovenlokale beleidsafstemming. De opstart van de nieuwe regio Vlaamse Ardennen en het begin van een nieuwe legislatuur vormt een ideaal momentum.

          Met deze toekomstvisie wil de regio komen tot een gemeenschappelijk referentiekader met gedeelde uitdagingen, kansen, doelstellingen en prioriteiten. Zo kan men beter inspelen op grote maatschappelijke veranderingen, toekomstbestendig beleid voeren en de belangen van de Vlaamse Ardennen proactief behartigen.

          Vanuit een gedeelde visie op 2050 koppelen we lokale eigenheid aan regionale uitvoeringskracht: wat we alleen niet kunnen, doen we samen beter. Door expertise en capaciteit te delen, synergiën te realiseren en middelen te bundelen, vergroten we onze impact voor meer dan 200.000 inwoners, ondernemers en organisaties in onze regio.

          De Visie Vlaamse Ardennen 2050 schetst een toekomstbeeld voor de regio, opgebouwd vanuit het eigen DNA en een cijfermatige omgevingsanalyse. De tekst organiseert de inhoud in vijf beleidsdomeinen (Wonen & Ruimte, Ondernemen & Werken, Landschap & Landbouw, Vrije Tijd & Toerisme, Zorg & Welzijn) en formuleert per domein uitdagingen en concrete hefbomen. Daarnaast benoemt de visie transversale rode draden (innovatie, samenwerking, balans in ruimtegebruik, kernversterking, duurzame mobiliteit, inclusie, draagvlak, digitalisering en permanente visieontwikkeling). De uitvoering vergt samenwerking tussen lokale besturen, bovenlokale overheden en regionale partners.

          Het Burgemeestersoverleg keurde deze visietekst goed als kader voor regionale samenwerking, met behoud van de beslissingsbevoegdheid van elk lokaal bestuur per concreet dossier.

          De visietekst wordt nu ter kennisname en goedkeuring voorgelegd aan alle colleges en gemeenteraden in de regio. Na de formele validatie volgt een regionaal lanceringsevent op 14 januari 2026, waar de visie in aanwezigheid van alle besturen en stakeholders wordt toegelicht aan hogere beleidsniveaus en de pers.

          De tekst die voorligt is de uitgebreide basistekst waar experten mee aan de slag kunnen. Op basis hiervan worden kortere afgeleiden opgemaakt voor diverse doeleinden en doelgroepen. Onder meer een memorandum met concrete beleidsvoorstellen en standpunten met belangenbehartiging richting hogere overheden (geënt op relevante wetgeving en beleidsnota’s), een wervend toekomstverhaal door de ogen van een inwoner in 2050 en visuele afgeleiden (presentatie, brochure, cijfers). Parallel worden voor deze legislatuur prioriteiten en acties bepaald zodat de visie niet op papier blijft. De realisatie en opvolging worden na formele validatie geïnitieerd en gemonitord door het Burgemeestersoverleg, met rapportering naar de lokale besturen.

          De visie werd ontwikkeld tussen mei 2024 en oktober 2025. Het traject werd opgestart op initiatief van het Burgemeestersoverleg in samenwerking met de lokale besturen Brakel, Herzele, Horebeke, Kluisbergen, Kruisem, Lierde, Maarkedal, Oosterzele, Oudenaarde, Ronse, Sint-Lievens-Houtem, Wortegem-Petegem, Zottegem en Zwalm en ondersteund door SOLVA en Scopernia. De tekst kwam tot stand op basis van een cijfermatige analyse en een interactief proces met beleidsmakers, experten, stakeholders, sectoren, departementen en middenveldorganisaties uit diverse domeinen.

          Er zijn geen rechtstreekse financiële verbintenissen; de visie is een kaderdocument. Eventuele toekomstige budgettaire implicaties worden project per project aan college/raad voorgelegd met afzonderlijke financiële raming of engagementen.

          Met regionale samenwerking wordt bedoeld: samenwerking in de referentieregio Vlaamse Ardennen met het oog op efficiëntie- en schaalvoordelen, versterking van bestuurskracht, aanpak van bovenlokale uitdagingen, meer subsidies en grotere invloed op hogere beleidsniveaus.

          Regelgeving

          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
          Regiodecreet van 3.02.2023.

          Tussenkomsten

          Tom Van Canneyt, Louis Ide, Matthijs Verschraegen, Eric De Vriendt, Francia Neirinck

           

          Amendement ingediend namens Tom Van Canneyt voor Open Vld Samen Sterk dat luidt als volgt:

          Het vervangen van artikel 1 door volgende tekst:

          “Art. 1 - De gemeenteraad neemt kennis van de “Visie Vlaamse Ardennen 2050” en keurt deze goed als kader voor regionale samenwerking, met behoud van de beslissingsbevoegdheid van het lokaal bestuur per concreet dossier, en met de algemene opmerkingen zoals hierna nader uiteengezet. Voor concrete projecten of engagementen worden afzonderlijke besluiten voorgelegd.

          ALGEMEEN

          De visietekst mist een objectief-wetenschappelijke achtergrond; een literatuurlijst of bronnenvermelding ontbreken. De probleemstellingen en de aangereikte oplossingen blijven hierdoor voorwerp van schijnbaar subjectieve stellingname. Een cijfermatige onderbouw mag als een minimum aanzien worden om de situatie in 2025 af te spiegelen tegenover meetbare ambities in 2050.

          KERN: definitie van KPI’s en transparantie rond noden of einddoelen ontbreken

          De integratie van de vijf grote domeinen (Landschap en Landbouw, Ondernemen en Werken, Wonen en Ruimte, Zorg en Welzijn, Vrije Tijd en Toerisme) biedt kansen om ruimtelijke versnippering tegen te gaan en om het streektoerisme de nodige impulsen te geven. De visietekst biedt echter geen antwoord op de vraag of en hoe het huidig en toekomstig vergunningenkader zullen beïnvloed worden door deze integratie. Bijkomende lagen en afwegingscriteria kunnen ten koste gaan van een ondersteunend vergunningenbeleid, motor voor economische duurzaamheid en woongelegenheid.

          KERN: het effect op toekomstige vergunningsbeoordelingen in functie van economische ontwikkeling en leefbaarheid is onduidelijk

          De open ruimte in de Vlaamse Ardennen moet worden gekoesterd. De visietekst onderlijnt de doelstelling van het bestuur. Echter, de verleiding mag er niet in bestaan om de Vlaamse Ardennen te beschouwen als ruimtelijk compensatiegebied voor andere, dichtbebouwde en/of geïndustrialiseerde gebieden. Het vrij ondernemerschap in de Vlaamse Ardennen – dat sterk verankerd is in het DNA van de streek en in het verleden de streek mee vorm gaf – dient te worden gevrijwaard.

          KERN: werkgelegenheid in de Vlaamse Ardennen mag niet verengd worden tot tewerkstelling in landbouwverbreding of toerisme. Er is bijkomend visie nodig rond de strategisch-landschappelijke inplanting van KMO-zones, economische groeipolen en/of optimale invulling  van bedrijfsgebouwen of terreinen.

          LANDBOUW

          De aangereikte oplossingen van (1) landschapsbouw en (2) korte keten met investeringen in eigen verwerking bieden geen garanties voor de rendabiliteit van de meerderheid van de landbouwbedrijven in de Vlaamse Ardennen.

          Landschapsbouw: de landbouwer moet vervellen van zelfstandig voedselproducent tot gesubsidieerd landschapsbouwer. GLB-middelen worden dan ingeruild voor (boven)lokale publieke middelen, te bekostigen door (boven)lokale overheden. Naast een huidig gebrek aan draagvlak binnen de sector zijn er ook ernstige vragen rond rendabiliteit. Goed uitgeruste loonwerkers en overige spelers binnen het landschapsonderhoud zijn vrij om ook deze marktvraag in te vullen. Performante machines zullen het aantal actieve spelers en benodigde werkkrachten beperken. 

          Het korte-keten verhaal met eigen verwerking biedt slechts voor een minderheid aan bedrijven met een goede ligging en een specifiek aanbod de beste kansen.

          Toename van het aantal aanbieders in de korte keten zet de prijszetting onder druk en staat niet garant voor toenemende vraag. De visietekst gaat voorbij aan de aanwezigheid van grootwarenhuizen, een geglobaliseerde markt, prijsbewuste consumenten en de inefficiëntie van talloze kleine verwerkingseenheden tegenover het huidige centrale verwerkingsmodel.

          KERN: de vooropgestelde transitie van landbouw richting 2050 is voor het grootste deel van de actieve landbouwbedrijven bedreigend omdat de alternatieven niet of beperkt toepasbaar zijn als volwaardige rendabele bedrijfstakken. Verwacht wordt dat deze visie niet bijdraagt aan het behoud van het landbouwweefsel in de Vlaamse Ardennen, noch van het landbouwlandschap anno 2025.  Binnen de huidige landbouweconomische context is het niet ondenkbeeldig dat de uitstroom in de sector juist versnelt bij gebrek aan visie/perspectieven. De landbouw in de Vlaamse Ardennen – bij uitstek familiale landbouw – heeft in de eerste plaats op korte termijn nood aan een bovenlokaal ondersteunend beleid op vlak van rechtszekerheid en vergunningen.”

           

          Stemming over dit amendement:

          Met 11 stemmen voor (Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Werner Baudewijn, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie), 5 stemmen tegen (Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Francia Neirinck, Lieven De Pessemier, Koen Vlassenroot), 2 onthoudingen (Louis Ide, Carine Melkebeke)

           

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 4 u 14 min 50 sec - 4 u 33 min 23 sec

          amendement
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Werner Baudewijn, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie
          Tegenstanders: Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Francia Neirinck, Lieven De Pessemier, Koen Vlassenroot
          Onthouders: Louis Ide, Carine Melkebeke
          Resultaat: Met 11 stemmen voor, 5 stemmen tegen, 2 onthoudingen
          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Werner Baudewijn, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie
          Tegenstanders: Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Francia Neirinck, Louis Ide, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Met 11 stemmen voor, 7 stemmen tegen
          Besluit

          Art. 1 - De gemeenteraad neemt kennis van de “Visie Vlaamse Ardennen 2050” en keurt deze goed als kader voor regionale samenwerking, met behoud van de beslissingsbevoegdheid van het lokaal bestuur per concreet dossier, en met de algemene opmerkingen zoals hierna nader uiteengezet. Voor concrete projecten of engagementen worden afzonderlijke besluiten voorgelegd.

          ALGEMEEN

          De visietekst mist een objectief-wetenschappelijke achtergrond; een literatuurlijst of bronnenvermelding ontbreken. De probleemstellingen en de aangereikte oplossingen blijven hierdoor voorwerp van schijnbaar subjectieve stellingname. Een cijfermatige onderbouw mag als een minimum aanzien worden om de situatie in 2025 af te spiegelen tegenover meetbare ambities in 2050.

          KERN: definitie van KPI’s en transparantie rond noden of einddoelen ontbreken

          De integratie van de vijf grote domeinen (Landschap en Landbouw, Ondernemen en Werken, Wonen en Ruimte, Zorg en Welzijn, Vrije Tijd en Toerisme) biedt kansen om ruimtelijke versnippering tegen te gaan en om het streektoerisme de nodige impulsen te geven. De visietekst biedt echter geen antwoord op de vraag of en hoe het huidig en toekomstig vergunningenkader zullen beïnvloed worden door deze integratie. Bijkomende lagen en afwegingscriteria kunnen ten koste gaan van een ondersteunend vergunningenbeleid, motor voor economische duurzaamheid en woongelegenheid.

          KERN: het effect op toekomstige vergunningsbeoordelingen in functie van economische ontwikkeling en leefbaarheid is onduidelijk

          De open ruimte in de Vlaamse Ardennen moet worden gekoesterd. De visietekst onderlijnt de doelstelling van het bestuur. Echter, de verleiding mag er niet in bestaan om de Vlaamse Ardennen te beschouwen als ruimtelijk compensatiegebied voor andere, dichtbebouwde en/of geïndustrialiseerde gebieden. Het vrij ondernemerschap in de Vlaamse Ardennen – dat sterk verankerd is in het DNA van de streek en in het verleden de streek mee vorm gaf – dient te worden gevrijwaard.

          KERN: werkgelegenheid in de Vlaamse Ardennen mag niet verengd worden tot tewerkstelling in landbouwverbreding of toerisme. Er is bijkomend visie nodig rond de strategisch-landschappelijke inplanting van KMO-zones, economische groeipolen en/of optimale invulling  van bedrijfsgebouwen of terreinen.

          LANDBOUW

          De aangereikte oplossingen van (1) landschapsbouw en (2) korte keten met investeringen in eigen verwerking bieden geen garanties voor de rendabiliteit van de meerderheid van de landbouwbedrijven in de Vlaamse Ardennen.

          Landschapsbouw: de landbouwer moet vervellen van zelfstandig voedselproducent tot gesubsidieerd landschapsbouwer. GLB-middelen worden dan ingeruild voor (boven)lokale publieke middelen, te bekostigen door (boven)lokale overheden. Naast een huidig gebrek aan draagvlak binnen de sector zijn er ook ernstige vragen rond rendabiliteit. Goed uitgeruste loonwerkers en overige spelers binnen het landschapsonderhoud zijn vrij om ook deze marktvraag in te vullen. Performante machines zullen het aantal actieve spelers en benodigde werkkrachten beperken. 

          Het korte-keten verhaal met eigen verwerking biedt slechts voor een minderheid aan bedrijven met een goede ligging en een specifiek aanbod de beste kansen.

          Toename van het aantal aanbieders in de korte keten zet de prijszetting onder druk en staat niet garant voor toenemende vraag. De visietekst gaat voorbij aan de aanwezigheid van grootwarenhuizen, een geglobaliseerde markt, prijsbewuste consumenten en de inefficiëntie van talloze kleine verwerkingseenheden tegenover het huidige centrale verwerkingsmodel.

          KERN: de vooropgestelde transitie van landbouw richting 2050 is voor het grootste deel van de actieve landbouwbedrijven bedreigend omdat de alternatieven niet of beperkt toepasbaar zijn als volwaardige rendabele bedrijfstakken. Verwacht wordt dat deze visie niet bijdraagt aan het behoud van het landbouwweefsel in de Vlaamse Ardennen, noch van het landbouwlandschap anno 2025.  Binnen de huidige landbouweconomische context is het niet ondenkbeeldig dat de uitstroom in de sector juist versnelt bij gebrek aan visie/perspectieven. De landbouw in de Vlaamse Ardennen – bij uitstek familiale landbouw – heeft in de eerste plaats op korte termijn nood aan een bovenlokaal ondersteunend beleid op vlak van rechtszekerheid en vergunningen.

          Art. 2 - Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan burgemeestersoverleg@regiovlaamseardennen.be

    • 3. Mobiliteit, wegen en infrastructuur

      • Normaal

        • Aanneming voorstel Farys/Aquario inzake de afkoppeling van regenwater en afvalwater bij rioleringswerken

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Johan De Bleecker, schepen

          Voorwerp en motivering

          De Europese ‘kaderrichtlijn water’ stelt tot doel om de watervoorraden, de waterbeheersing en de kwaliteit van de leefomgeving tegen 2015 veilig te stellen. Sinds 2005 is de saneringsverplichting in handen van de drinkwaterbedrijven.
          Het zoneringsplan van gemeente Zwalm is definitief van kracht geworden vanaf 07.09.2008 door publicatie van het ministerieel besluit betreffende de vaststelling van het zoneringsplan in het Belgisch Staatsblad op 28.08.2008. Bij de opmaak van de zoneringsplannen wordt een verbetering van de huidige waterkwaliteit vooropgesteld. Deze verbetering dient onder andere gerealiseerd te worden door de volledige scheiding van de riolering: dit impliceert dat de afvoer van regen- en afvalwater gescheiden dient te gebeuren ook op het particulier domein. Sinds augustus 2008 moeten alle aangelegde riolen, in uitbouw of vervanging, van het gescheiden type zijn.
          Het gebiedsdekkend uitvoeringsplan is in voorbereiding. Dit plan zal de projecten oplijsten die zowel op gemeentelijk als op bovengemeentelijk niveau moeten worden uitgevoerd om het definitieve zoneringsplan te realiseren. Er dienen een aantal beleidsopties te worden genomen met betrekking tot de wijze waarop en de middelen waarmee het GUP zal worden gerealiseerd. In het kader van de rioleringsprojecten in opmaak wordt door de VMM een engagement van de gemeente gevraagd met betrekking tot de praktische realisatie van de afkoppelingswerken op het private domein en de wijze waarop de inwoner hiertoe zal aangezet worden.
          Farys stelt de gemeente voor om de afkoppeling op perceelsniveau collectief aan te bieden, zowel wat betreft de afkoppelingsstudie, de afkoppelingswerken als de nazorg. Farys zal via marktconsultatie een raamovereenkomst afsluiten voor de afkoppelingsstudies. Farys stelt eveneens afkoppelingsmanagers ter beschikking om de werken te begeleiden. De afkoppelingsmanager staat in voor de begeleiding en controle. De kost van de afkoppelingsmanager wordt ten laste genomen via de AquaRio-budgetten en dit bedraagt gemiddeld 500 euro per dossier.
          De afkoppelingswerken zelf zijn ten laste van de betrokken inwoners. Ter ondersteuning wordt een tussenkomst van maximaal 900 euro aangeboden, de kost ervan is ten laste van de AquaRio-budgetten. De subsidie kan nooit meer bedragen dan het bedrag op de voorgelegde factuur.
          De ondersteuningen gelden voor die inwoners die bouwden of verbouwingswerken uitvoerden waarbij waterhuishouding bij betrokken was en dit voor het in werking treden van Vlarem II (sinds 1 juni 1995). Sinds 1995 moet er bij (ver)bouwingswerken voldaan worden aan Hoofdstuk 6.2 Beheersing van oppervlaktewaterverontreiniging van Vlarem II. Zo is ondermeer de afkoppeling van hemelwater en afvalwater verplicht en geldt de aansluitingsplicht wanneer de openbare weg voorzien is van riolering.
          Dit sluit volledig aan bij de zienswijze van het bestuur, zoals voorzien in de meerjarenplanning.

          Verwijzingen

          Besluit van de gemeenteraad van 22.01.2008 betreffende de aanneming van het ontwerp van het zoneringsplan van Zwalm en latere wijzigingen.

          Regelgeving

          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
          Besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen
          VLAREM II

          Tussenkomsten

          Geen

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 4 u 33 min 24 sec - 4 u 33 min 52 sec

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Art. 1 – De gemeente gaat in op het voorstel van rioolbeheerder Farys om de afkoppeling op perceelsniveau collectief aan te bieden, zowel wat betreft de afkoppelingsstudie, de afkoppelingswerken als de nazorg.
          Art. 2 - Farys stelt vrijblijvend afkoppelingsmanagers ter beschikking, de kost per dossier wordt geraamd op € 500,00 per dossier en wordt ten laste genomen van de Aquario-budgetten.
          Art. 3 – De afkoppelingswerken op het private terrein vallen ten laste van de betrokken inwoners. Er wordt een tussenkomst van € 900,00 aangeboden, ten laste van de AquaRio-budgetten. De tussenkomst kan nooit meer bedragen dan het bedrag op de voorgelegde factuur.
          Art. 4 – De tussenkomsten voor de afkoppelingsstudie door de manager en de afkoppelingswerken gelden voor die inwoners die bouwden of verbouwden en waarvan de stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd voor 1 juni 1995. (Ver)bouwingen na het inwerken treden van de Vlarem II dienen te voldoen aan Hoofdstuk 6.2 beheersing van oppervlaktewaterverontreiniging.
          Art. 5 – Een afschrift van deze beslissing zal worden overgemaakt aan Farys.

        • Bijzonder waterverkoopreglement - huisaansluitingen Farys - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Johan De Bleecker, schepen

          Voorwerp en motivering

          De gemeente trad bij gemeenteraadsbesluit van 21.12.2004 toe tot de zuiveringsdivisie van Farys.
          Dit houdt in dat Farys o.a. instaat voor het rioolbeheer op ons grondgebied en de sanering van het gemeentelijk afvalwater.
          Overeenkomstig artikel 2.5.3.1, §2 van het decreet van 18.07.2003 betreffende het integraal waterbeleid, kan het Algemeen Waterverkoopreglement door de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk worden aangevuld met een Bijzonder Waterverkoopreglement (BWVR), voor zover dat niet strijdig is met het Algemeen Waterverkoopreglement en met de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten.
          Farys wenst in uitvoering van bovenvermeld artikel een aanvullend bijzonder Waterverkoopreglement inzake sanering op te stellen. Hiervoor is de inbreng van de gemeente noodzakelijk.

          Het BWVR van Farys biedt de mogelijkheid om een gemeentespecifiek beleid te voeren rond huisaansluitingen en hierbij speelt tarifering een belangrijke rol.

          De huidige tariefzetting is gebaseerd op ons gemeenteraadsbesluit van 12.05.2022 waarin de huisaansluitkost voor een DWA aansluiting op € 1.300,00, voor een RWA aansluiting op € 2.000,00 en voor een DWA-RWA aansluiting op € 2.400,00 werden vastgelegd.

          Door de voorziene jaarlijkse indexatie zijn deze bedragen momenteel respectievelijk € 1.375,00 (DWA) , € 2.115,72 (RWA) en € 2.538,38 (DWA-RWA). Deze bedragen zijn ook steeds te raadplegen op de website van Farys.

          Deze bedragen zijn vergelijkbaar met de omliggende gemeenten in het werkingsgebied van Farys.

          We wensen hierbij het voorstel van Farys te volgen om zo RWA aansluitingen te ontmoedigen gezien regenwater best op het terrein zelf wordt opgevangen en hergebruik voor bijvoorbeeld spoeling van de toiletten, tuinkraan, ...

          Onze keuzes zullen worden geïnventariseerd en als bijlage bij het BWVR gevoegd. Dit BWVR mét bijlage wordt aansluitend ter goedkeuring voorgelegd aan de Minister van Leefmilieu en Natuur. De Minister beschikt over een periode van 90 dagen om dit BWVR goed te keuren.

          Verwijzingen

          Gemeenteraadsbesluit van 12.05.2022 tot goedkeuring van het reglement inzake de huisaansluitingen RWA en DWA

          Regelgeving

          Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017
          De Nieuwe Gemeentewet inz. artikel 135, §2
          Het Besluit van de Vlaamse Regering van 08.04.2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het algemeen waterverkoopreglement, hoofdstuk 3 sanering (AWVR)
          Ministerieel besluit over de keuring van de binneninstallatie, de niet-aangesloten binneninstallatie, de installatie voor tweede circuitwater en de privé waterafvoer;
          Besluit van de Vlaamse regering van 1.06.1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II), hoofdstukken 2.3.; 4.2.; 5.3. en 6.2.
          Besluit van de Vlaamse regering van 5.07.2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratie-voorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater

           

          Tussenkomsten

          Geen

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 4 u 33 min 53 sec - 4 u 34 min 07 sec

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Art. 1 - Aansluiting op open gracht grenzend aan perceel

          De huisaansluiting op een open gracht grenzend aan een perceel dient uitgevoerd te worden door Farys. De afvoerbuis dient afgeschuind te worden en de uitstroomconstructie dient uit 1m² kasseien of gelijkwaardig materiaal te bestaan.

          Art. 2 - Huisaansluitputjes

          2.1 Er dienen twee gescheiden huisaansluitputjes (DWA en RWA) voorzien te worden, ongeacht het stelsel op openbaar domein.

          2.2 Plaats
          De huisaansluitputjes dienen op openbaar domein geplaatst te worden.

          2.3 Type DWA
          Het DWA huisaansluitputje dient uitgerust te zijn met een stankslot.

          2.4 Type RWA
          Het RWA huisaansluitputje dient niet uitgerust te zijn met een stankslot.

          2.5 Materiaal DWA
          Het DWA huisaansluitputje dient uit kunststof (PP) te bestaan.

          2.6 Materiaal RWA
          Het RWA huisaansluitputje dient uit kunststof (PP) te bestaan.

          Art. 3 - Storing huisaansluiting

          Ingeval van storing van de huisaansluiting op openbaar domein dient de burger Farys te contacteren.

          Art. 4 - Tarieven

          4.1 Algemeen
          De realisatie van werken aan de huisaansluiting op vraag van de burger gebeurt aan kostende prijs. In uitzondering op bovenstaande regel gebeurt de aanrekening aan forfaitair tarief voor:
          · De eerste huisaansluiting van eengezinswoningen (met uitzondering van verkavelingen).
          · De eerste huisaansluiting van 'andere dan eengezinswoningen' (met uitzondering van verkavelingen).
          Het bovenvermelde forfaitair bedrag voor een eerste huisaansluiting voor zowel eengezinswoningen als andere dan eengezinswoningen bedraagt:
          · Voor de DWA aansluiting € 1.375,00.
          · Voor de RWA aansluiting € 2.115,72.
          · Voor DWA-RWA aansluiting € 2.538,86.

          De plaatsing van een IBA door Farys gebeurt aan hetzelfde tarief als een eerste huisaansluiting voor DWA. De hierboven vermelde forfaitaire bedragen worden jaarlijks geïndexeerd volgens de index vermeld in het “Besluit van de Vlaamse Regering houdende tariefregulering van de integrale drinkwaterfactuur van 05/02/2016.”

          4.2 Tarief ingebruikname huisaansluiting
          Geprefinancierde huisaansluitingen (wachtaansluitingen) worden op het ogenblik van indienstneming verhaald op de burger. Het bedrag voor de indienstneming van geprefinancierde huisaansluitingen bedraagt hetzelfde als voor een eerste huisaansluiting.

          4.3 Tarief buitendienststelling huisaansluiting
          Indien de burger bij buitendienststelling nalaat het nodige te doen overeenkomstig artikel 3.1.5 van het BWVR van Farys doet Farys zelf het nodige. De kosten die hieraan verbonden zijn worden doorgerekend aan de burger.

          Art. 5 - Voorbehandelingsinstallatie centraal en collectief geoptimaliseerd gebied
          Een septische put in centraal en collectief geoptimaliseerd gebied is verplicht. Een vetvanger voor horecazaken in centraal en collectief geoptimaliseerd gebied is verplicht.

          Art. 6 - Het gemeenteraadsbesluit van 12.05.2022 tot goedkeuring van het reglement inzake de huisaansluitingen RWA en DWA wordt opgeheven. 

          Art. 7 - Dit besluit treedt in werking en wordt bekendgemaakt conform het decreet lokaal bestuur.

          Art. 8 - Afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan Farys.

    • 4. Vrije tijd en Welzijn

      • Normaal

        • Addendum Overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Matthijs Verschraegen, burgemeester

          Voorwerp en motivering

          Tussen Cultuurconnect vzw en de gemeenten werd in 2019 een overeenkomst afgesloten aangaande de Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek. Dit omvat:

          • het Eengemaakt Bibliotheeksysteem (EBS)
          • de nieuwe Bibliotheekwebsite (inclusief de website, catalogus en Mijn Bibliotheek)
          • de Vlaamse Centrale Catalogus (Open Vlacc)
          • het basispakket verrijkende content (covers, samenvattingen, recensies,...).

          De overeenkomst van 2019 loopt tot 31.12.2025. Met dit Addendum wordt de overeenkomst met één jaar verlengd, nadien kan deze maximaal 2 keer stilzwijgend verlengd worden met een jaar.

          In het Addendum zit ook een wijziging i.v.m. de prijszetting van het Interbibliothecair Leenverkeer, die aan de index wordt aangepast.

          Verwijzingen

          Gemeenteraadsbesluit van 26.09.2019 houdende goedkeuring van de Overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek

          Regelgeving

          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017

          Tussenkomsten

          Geen

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 4 u 34 min 08 sec - 4 u 34 min 20 sec

          Bijlage

          Addendum bij de Overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek tussen vzw Cultuurconnect en het Gemeentebestuur Zwalm

          De ondergetekende partijen:

          ENERZIJDS:

          De vzw Cultuurconnect, met maatschappelijke zetel te 9000 Gent, Miriam Makebaplein 1,
          ingeschreven in de Kruispuntbank voor ondernemingen onder het nummer 0629.858.909, hierbij
          rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer Herman Lauwers, voorzitter van de Raad van Bestuur,
          en mevrouw Ilke Froyen, algemeen directeur,

          hierna genoemd ‘Cultuurconnect’,

          EN ANDERZIJDS:

          Gemeentebestuur Zwalm,
          gevestigd te
          Zuidlaan 36, 9630 ZWALM,
          hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen, voor
          wie optreden Matthijs Verschraegen, de burgemeester en
          Philip Lefever, de algemeen directeur;

          hierna genoemd ‘de Gemeente’,

          Ook wel gezamenlijk genoemd ‘de Partijen’.

          Na het volgende uiteengezet te hebben:

          Cultuurconnect werd opgericht op 1 juli 2016 en heeft tot doel, met uitsluiting van enig
          winstoogmerk, cultuurorganisaties, met de klemtoon op openbare bibliotheken en cultuur- en
          gemeenschapscentra, te ondersteunen bij hun digitale transformatie om op die manier bij te dragen
          aan de ontwikkeling van een toekomstgerichte cultuurpraktijk. Met dat doel wordt Cultuurconnect
          door de Vlaamse overheid gesubsidieerd. Ingevolge het Decreet van 23 juni 2023 tot structurele
          subsidiëring van kernorganisaties om de digitale transformatie van de cultuursector aan te sturen
          zorgt Cultuurconnect voor een kwalitatieve exploitatie van de digitale bibliotheek en de via
          proefprojecten bekomen bovenlokale dienstverlening in een coöperatief beslissings- en beheersmodel
          met deelnemende cultuurorganisaties.”

          Cultuurconnect beheert in een coöperatief model met de openbare bibliotheken meerdere
          platformen die samen de digitale basisinfrastructuur van de openbare bibliotheken vormen. Alle
          Vlaamse en Brusselse Nederlandstalige bibliotheken zijn aangesloten op deze basisinfrastructuur.
          Partijen sloten hiertoe de Overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek (hierna genoemd
          “de Overeenkomst” die afloopt op 31 december 2025. Met dit Addendum wensen Partijen deze
          overeenkomst te verlengen en op een aantal punten te wijzigen en/of te actualiseren.

          Cultuurconnect biedt de Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek aan onder voorbehoud van het
          voorzien van de nodige middelen door de Vlaamse overheid voor de continuering van het beheer en
          de doorontwikkeling van de Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek in de Beheersovereenkomst
          2026-2030 tussen Cultuurconnect en de Vlaamse overheid.

          komen partijen overeen als volgt:

          Art. 1. Verlenging van de Overeenkomst

          § 1. De Overeenkomst wordt verlengd met één jaar waardoor deze afloopt op 31 december 2026.
          Nadien kan deze maximaal 2 keer stilzwijgend verlengd worden met een jaar (de uiterlijke
          einddatum is dus 31 december 2028), tenzij een van de partijen de Overeenkomst opzegt. Deze
          opzegging dient ten minste 6 maanden voor het einde van het kalenderjaar van het desbetreffende
          verlengingsjaar meegedeeld te worden.

          § 2. Benevens de specifieke opzegging ingeval van niet-verlenging van de Overeenkomst, vermeld in
          §1, hebben partijen ten allen tijde de mogelijkheid om de Overeenkomst op te zeggen, mits naleving
          van een opzeggingstermijn van 6 maanden.

          § 3. Een opzegging dient steeds bij aangetekende brief te worden betekend. De datum van
          verzending geldt hierbij als datum van opzegging.

          Art. 2. Wijziging aan de Overeenkomst

          Er wordt een artikel 14bis toegevoegd aan hoofdstuk 2 van de Overeenkomst:
          “Art. 14bis Interbibliothecair leenverkeer (IBL)
          § 1. Het bibliotheeksysteem maakt interbibliothecair leenverkeer (IBL) mogelijk. Met
          interbibliothecair leenverkeer (IBL) kan een lener een exemplaar tegen betaling laten overkomen uit
          een andere openbare bibliotheek. De lener kan zelf een IBL-aanvraag plaatsen via de
          publiekscatalogus op de bibliotheekwebsite.

          § 2. IBL is gebaseerd op solidariteit. De ontvangende bibliotheek betaalt een kost aan de leverende
          bibliotheek. Idealiter bereikt elke bib een evenwicht waarbinnen ze evenveel leveren als de eigen
          leners aanvragen.

          § 3. De ontvangende bibliotheek zal per levering 8 euro betalen aan de leverende bibliotheek.
          Bovenstaande principes en dit bedrag werd samen met alle deelnemende bibliotheken vastgelegd
          volgens artikel 2. Inspraakmodel in de Overeenkomst. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op
          basis van volgende formule: P1=P0*(I1/I0),

          waarbij: P0 = 8 euro;

          P1 = Herziene prijs;

          I0 = Gezondheidsindex op 1 april 2022;

          I1 = Gezondheidsindex van de maand december voorafgaand aan de indexaanpassing.

          De jaarlijkse indexaanpassing gebeurt zo telkens op 1 januari, op basis van het indexcijfer van de
          maand december voorafgaand aan de indexaanpassing. De eerste indexaanpassing gebeurt op 1
          januari 2026.”

          § 4. Cultuurconnect fungeert als clearing house voor de administratief-financiële afwikkeling van de
          IBL transacties, en zal aldus enerzijds een saldo factureren aan bibliotheken die volgens
          bovenstaande principes minder IBL leveren dan ontvangen en anderzijds een saldo crediteren aan
          bibliotheken die volgens bovenstaande principes meer IBL leveren dan ontvangen. De facturatie en
          creditering van het saldo gebeurt op jaarbasis.”

          Artikel 3. Overige bepalingen en bijlagen
          Alle voorwaarden en modaliteiten uit de Overeenkomst, inclusief de eventuele bijlagen en addenda,
          blijven, in zoverre relevant, van toepassing gedurende de looptijd van de verlenging.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Art. 1 – De gemeenteraad keurt het addendum bij de Overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek tussen vzw Cultuurconnect en het Gemeentebestuur Zwalm goed. Met dit Addendum wordt de overeenkomst met één jaar verlengd, nadien kan deze maximaal 2 keer stilzwijgend verlengd worden met een jaar (uiterlijke einddatum: 31.12.2028).

          Art. 2 - De burgemeester en algemeen directeur worden gemachtigd tot ondertekening van de overeenkomst.

        • Toetreding tot projectvereniging Route42 voor wat betreft Regiobib - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Matthijs Verschraegen, burgemeester

          Voorwerp en motivering

          Het Vlaams parlement keurde op 1.02.2023 het regiodecreet goed. Zwalm wordt ingedeeld bij de referentieregio Vlaamse Ardennen. Alle intergemeentelijke samenwerkingsverbanden moeten vanaf 2027 conform de referentieregio's georganiseerd worden.

          Het lokaal bestuur Zwalm is momenteel nog lid van de projectvereniging Cultuurregio Leie Schelde voor wat betreft de deelwerking bovenlokaal cultuurbeleid en dit tot 31.12.206. Het regiodecreet heeft echter nu al gevolgen voor de bovenlokale cultuurwerking. Zo kon Zwalm niet aansluiten bij UiTPAS Leie Schelde en Regiobib Leie Schelde.

          In 2023 sloot Zwalm aan bij UiTPAS Vlaamse Ardennen en nu wensen we ook aan te sluiten bij Route42 voor de werking van Regiobib. Regiobib Route 42 is een samenwerking 3B. Het bibliotheeksysteem Wise moet hieraan aangepast worden en daar is een eenmalige omzettingskost van € 7.260,00 verbonden. Cultuurregio Leie Schelde zal deze instapkost betalen gezien wij momenteel een jaarlijkse bijdrage betalen aan Cultuurregio Leie Schelde maar geen gebruik kunnen maken van de dienstverlening van Regiobib Leie Schelde.

          Door aan te sluiten bij Regiobib Route 42 zullen leners van de bibliotheek Zwalm voortaan automatisch ook lid zijn van de bibliotheken van Herzele, Lierde, Oosterzele, Sint-Lievens-Houtem, Zottegem en Geraardsbergen (Geraardsbergen verhuist vanaf 2027 naar regio Dender). Alle bibliotheken hebben een eengemaakt reglement. Leners kunnen materialen ophalen, reserveren en terugbrengen in alle bibliotheken van de samenwerking. Via regiotransport gaan alle materialen terug naar de juiste bibliotheek. Dit zal de interbibliothecaire aanvragen in de bib van Zwalm sterk verminderen. De raad van bestuur van Route 42 gaf alvast een positief advies over de aansluiting van Zwalm.

          Vanaf 2027 start een nieuwe beleidsperiode voor de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Vanaf dan stopt ons lidmaatschap van Cultuurregio Leie Schelde en kunnen we wellicht voor de volledige bovenlokale cultuurwerking aansluiten bij een samenwerkingsverband in de Vlaamse Ardennen. Momenteel onderzoekt een consultancy bureau op vraag van het burgemeestersoverleg in de regio hoe een structurele samenwerking voor het volledig domein Vrije Tijd in de Vlaamse Ardennen best georganiseerd kan worden.

          Verwijzingen

          Verslag Raad van Bestuur van Route 42 van 28.03.2025

          Regelgeving

          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
          Decreet over de bovenlokale cultuurwerking van 15.06.2018
          Regiodecreet van 3.02.2023

           

          Tussenkomsten

          Geen

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 4 u 34 min 21 sec - 4 u 34 min 35 sec

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Art. 1 - De gemeenteraad beslist toe te treden tot de projectvereniging Route 42 voor wat betreft de werking van Regiobib voor het werkjaar 2026.

          Art. 2 - Het lokaal bestuur Zwalm blijft lid van Cultuurregio Leie Schelde t.e.m. 31.12.2026 voor wat betreft het overige bovenlokale cultuurbeleid.

          Art. 3 - Een afschrift van dit besluit zal overgemaakt worden aan de regiocoördinator van Route 42.

        • Samenwerking Huis van het kind - Regio Oudenaarde (Horebeke, Oudenaarde, Wortegem-Petegem, Zwalm) - 2026-2031 - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Karen De Colfmacker, schepen

          Voorwerp en motivering

          Het lokaal bestuur werkt inzake opvoedingsondersteuning samen met 3 andere gemeenten (Horebeke, Oudenaarde, Wortegem-Petegem) in het samenwerkingsverband Huis van het Kind - Regio Oudenaarde. Zwalm trad toe tot de bestaande samenwerking Regio Oudenaarde in 2018.

          Een intergemeentelijk samenwerkingsverband zorgt ervoor dat de verschillende antennepunten per lokaal bestuur de dienstverlening lokaal toegankelijk maakt voor zijn burgers, maar zorgt anderzijds ook voor een gecoördineerde aanpak en versterkt het centraal de samenwerking met verschillende diensten en organisaties die regio dekkend rond gezinsondersteuning en opvoeding werken.

          In Oudenaarde is er één medewerker (0,5 VTE) die de taken van Huis van het Kind actief opneemt. In de andere gemeenten wordt dit luikje opgenomen door medewerkers met hoofdzakelijk andere kerntaken.
          Door enkele onvoorziene personeelswissels bij stad Oudenaarde, wenste het samenwerkingsverband in 2024 een nieuwe doorstart te maken. Hiervoor werd op 23.04.2024 een start genomen met de organisatie van een bouwdag. Er kwamen maar liefst meer dan 25 partners, die werken rond opvoeding en gezinsondersteuning, naar deze dag. We keken samen met hen kritisch naar de afgelopen jaren, de signalen en noden waar we op heden nog geen antwoord op bieden en de mogelijkheden om samen te werken waar mogelijk. 

          Enkele aandachtspunten die partners aanhaalden waren o.a.: 

          - aanbod van elkaar kenbaar maken en samenwerking versterken

          - nood aan 1 centraal aanspreekpunt voor de partnerorganisaties 

          - aanbod afstemmen

          - fungeren als doorverwijspunt voor ouders.

          Doordat Oudenaarde een medewerker heeft die Huis van het Kind actief opneemt, is het logisch dat zij hierin een centrale rol/aanspreekpunt voor partners opnemen. Bovendien zijn veel van de partnerorganisaties ook gelokaliseerd in het Sociaal Huis Oudenaarde of elders in Oudenaarde waardoor het makkelijk is om via daar de samenwerkingen te versterken. Ook naar de uitbouw van een opvoedkundig aanbod toe, lijkt het ons aangewezen om meer centraal en dus bovenlokaal te werken. Bepaalde thema's vragen een doorgedreven expertise en belangen ook maar een deel van de bevolking aan waardoor het efficiënter is om deze voor de 4 gemeenten samen en centraal te organiseren. Daarnaast zorgt elk antennepunt voor enkele kleine, laagdrempelige acties die lokaal toegankelijk zijn (bv. de tuutjesboom, workshop leren fietsen, ...). Elke gemeente legt dus ook apart zijn accenten lokaal. Uitwisseling van ervaringen tussen onze gemeenten zorgen uiteraard wel voor kennisdeling als het over gelijkaardige projecten gaat. Indien mogelijk wordt bij gelijkaardige projecten ook steeds nagegaan of samenaankoop geen kostenefficiëntie kan opleveren. Daarnaast wensen we in de toekomst ook al eens meer in te zetten op bv. een lezing met een grotere naam waar een ruimer aandeel van de bevolking op zal afkomen. Door hiervoor de kosten te delen, ontstaat er toch een breder en gevarieerder aanbod aan ondersteuning in de regio. 
          Tot slot beschikt Oudenaarde momenteel als enigste van de aangesloten gemeenten over een fysiek Huis van het Kind op een centrale ligging, waar cliënten van de sociale dienst nu al regelmatig naartoe komen, onder andere voor de sociale kruidenier. 

          Vlaanderen werkt momenteel ook nog aan een vernieuwing van het decreet waar o.a. meer aandacht zal gaan naar:

          - een opvoedingsloket 

          - een fysieke locatie

          - doorgedreven samenwerking met partnerorganisaties. 

          Deze aandachtspunten lijken ons best aan te pakken bovenlokaal zoals nu ook voorzien in de samenwerkingsovereenkomst, aangevuld met lokale acties. 

          Verwijzingen

          Samenwerkingsovereenkomst Huis van het Kind - Regio Oudenaarde (Horebeke, Oudenaarde, Wortegem-Petegem, Zwalm) 2026-2031

          Regelgeving

          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017

          Decreet houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning van 29.11.2013

          Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning van 28.03.2014

          Tussenkomsten

          Geen

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 4 u 34 min 36 sec - 4 u 34 min 45 sec

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Art. 1 - De gemeenteraad keurt de verdere samenwerking van Huis van het Kind - Regio Oudenaarde (Horebeke, Oudenaarde, Wortegem-Petegem, Zwalm) 2026-2031 goed.

          Art. 2 - De beslissing wordt overgemaakt aan de andere deelnemende gemeenten. 

    • 5. Wonen en duurzame leefomgeving

      • Normaal

        • Gemeentelijk subsidiereglement groenbedekkers - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Tom Van Canneyt, schepen

          Voorwerp en motivering

          Het inzaaien van groenbedekkers door landbouwers is vanuit verschillende oogpunten interessant voor de bodemtoestand in de gemeente. Door het onderwerken van groenbedekkers vindt een verrijking plaats van het organische stofgehalte in de bodem. Een goede humustoestand is bevorderlijk voor de bodemvruchtbaarheid en de wateropslagcapaciteit. Groenbedekkers dragen eveneens bij tot het beperken van afstroming en bodemerosie. Bovendien hebben groenbedekkers een beschermende werking op de bodemstructuur en voorkomen ze het dichtslempen.

          Aangezien het gemeentebestuur wil blijven inzetten op erosiebestrijding, willen we het subsidiereglement vernieuwen voor de jaren 2026 tot en met 2031.

          Het nieuwe subsidiereglement werd voorgelegd aan de milieuraad en aan de land- en tuinbouwadviesraad. Beide brachten een gunstig advies uit.

          Verwijzingen

          Gemeenteraadsbesluit van 17.12.2012 houdende goedkeuring gemeentelijk subsidiereglement groenbedekkers
          Advies land- en tuinbouwadviesraad van 29.10.2025
          Advies milieuraad van 05.11.2025


          Regelgeving

          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
          Wet van 14.11.1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen

          Tussenkomsten

          Francia Neirinck, Tom Aelbrecht, Tom Van Canneyt

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 4 u 34 min 46 sec - 4 u 38 min 59 sec

          Bijlage

          Gemeentelijk subsidiereglement groenbedekkers

          Art. 1 - Ter voorkoming van erosie op het gemeentelijk grondgebied en om de humustoestand van de landbouwgrond te verbeteren wordt een premie toegekend voor het inzaaien van groenbedekkers in de land- en tuinbouw.

          Art. 2 - Elke land- en tuinbouwer, die een verzamelaanvraag indient, komt in aanmerking voor de premie voor zover het bewerkte percelen betreft, gelegen op het grondgebied van de gemeente Zwalm.

          Art. 3 - De toelage is jaarlijks hernieuwbaar, mits jaarlijks voldaan wordt aan de formaliteiten vermeld onder artikel 8.

          Art. 4 - Om in aanmerking te komen voor de subsidie dient aan volgende voorwaarden te worden voldaan:

          Na alle teelten, met uitzondering van permanent en tijdelijk grasland, kan er een groenbedekker of een mengsel van groenbedekkers ingezaaid worden die in aanmerking komt voor de premie.

          De gekozen groenbedekker of het mengsel dient voor te komen in de lijst met mogelijke groenbedekkers, zijnde Beemdlangbloem, Bladkool, Bladrammenas, Boekweit, Festulolium, Japanse haver, Klaver (Alexanderijnse, rode, witte, andere), Komkommerkruid, lupinen, Luzerne, Mosterd (gele, Sarepta, Ethiopische), Raapzaad, Facelia, Raaigras (Engels, Italiaans/Westerwolds, hybride), Rietzwenkgras, snijrogge, Soedangras, Tagetes, Timothee, Veldbonen, Wikken, Zomerhaver, Zonnebloem, Zwaardherik.

          De groenbedekker of het mengsel moet gezaaid worden vóór 1 november en dient minstens behouden te worden tot 15 februari van het daaropvolgende jaar. Bij gemotiveerde beslissing van het college van burgemeester en schepenen kan afgeweken worden van de datum van inzaai.  De groenbedekker dient nadien bij voorkeur ingeploegd te worden zonder gebruik van bestrijdingsmiddelen.

          Nadat de gronden zijn ingezaaid levert de landbouwer daartoe het bewijs door het voorleggen van een kopie van de factuur van de aankoop van de groenbemesters.

          Art. 5 - De premie bedraagt € 32 /ha ingezaaid met groenbedekker en maximaal 20 ha per bedrijf. Gedeelten van een hectare worden in verhouding betoelaagd. De premie is enkel van toepassing voor de landbouwers die landbouwgronden bewerken op het grondgebied van Zwalm. Het totale subsidiebedrag kan niet hoger zijn dan de factuur voor de aankoop van de groenbedekkers en zal in voorkomend geval beperkt worden tot de aankoopprijs zoals vermeld op de factuur.

          Art. 6 - Door de bevoegde gemeentelijk ambtenaar kan controle van de aanvraag gebeuren zonder voorafgaande verwittiging.

          Art. 7 - Bij het vaststellen van misbruiken, verkeerde aangiften of verklaringen wordt aan de betrokken land- en tuinbouwers de toelagen ontzegd voor het jaar van de aangifte en de 5 daarop volgende jaren van aanvraag.

          Art. 8 - Het bekomen van de aanmoedigingspremie is afhankelijk van de hierna opgesomde formaliteiten:

          • Een schriftelijk verzoek tot het bekomen van de premie dient ingediend te worden bij het college van burgemeester en schepenen van Zwalm, via het daartoe voorziene formulier.
          • De percelen waarvoor de premie wordt aangevraagd, moeten nader worden omschreven d.m.v. de kopie van verzamelaanvraag en orthofotoplan van het desbetreffende jaar met aanduiding van al de percelen die met groenbedekking zijn ingezaaid.

          De aanvraag dient te gebeuren en volledig te zijn uiterlijk 31 december van het jaar dat het jaar van uitbetaling vooraf gaat.

          Art. 9 - De uitbetaling van deze gemeentelijke toelage geschiedt binnen de perken van het meerjarenplan en zal gebeuren vóór 1 april van het jaar volgende op het jaar van de aanvraag.

          Art. 10 - Dit subsidiereglement geldt voor de aanvragen die ingediend worden in de jaren 2026 tot en met 2031.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Art. 1 - Het subsidiereglement groenbedekkers wordt goedgekeurd zoals opgenomen in bijlage.

          Art. 2 - Dit reglement treedt in werking en wordt bekendgemaakt overeenkomstig het decreet lokaal bestuur van 22.12.2017.

          Art. 3 - Dit reglement geldt voor de aanvragen die ingediend worden in de jaren 2026 tot en met 2031.

          Art. 4 - Het gemeenteraadsbesluit van 17.12.2012 houdende goedkeuring van het gemeentelijk subsidiereglement groenbedekkers wordt opgeheven per 31.12.2025.

        • Gemeentelijk subsidiereglement voor grondontleding voor land- en tuinbouwers - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Tom Van Canneyt, schepen

          Voorwerp en motivering

          Een beredeneerde én milieuvriendelijke bemesting start bij een correcte en regelmatig uitgevoerde bodemanalyse. Land- en tuinbouwers kunnen hiervoor analyses aanvragen om met objectieve gegevens hun bemesting aan te passen en zo te vermijden dat er overbemest wordt.

          Het bestaande reglement loopt nog tot 31.12.2025.

          Het nieuwe subsidiereglement werd voorgelegd aan de milieuraad en aan de land- en tuinbouwadviesraad. Beide brachten een gunstig advies uit.

          Verwijzingen

          Gemeenteraadsbesluit van 16.12.2021 houdende de goedkeuring van het gemeentelijk subsidiereglement voor grondontleding voor land- en tuinbouwers.
          Advies land- en tuinbouwadviesraad van 29.10.2025
          Advies milieuraad van 05.11.2025


          Regelgeving

          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
          Wet van 14.11.1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen

          Tussenkomsten

          Geen

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 4 u 39 min 0 sec - 4 u 39 min 10 sec

          Bijlage

          Gemeentelijk subsidiereglement voor grondontleding voor land- en tuinbouwers.

          Art. 1 - Een aanmoedigingspremie wordt toegekend aan land- en tuinbouwers die een grondontleding laten uitvoeren in kader van een op objectieve gegevens gebaseerde bemesting op gronden gelegen in de gemeente Zwalm.

          Art. 2 - Dit gemeentelijk subsidiereglement voor grondontleding treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

          Art. 3 - Elke land- en tuinbouwer, die een verzamelvraag indient, komt in aanmerking voor de premie voor zover het bewerkte percelen betreft, gelegen op het grondgebied van de gemeente Zwalm.

          Art. 4 - De toelage is jaarlijks hernieuwbaar, mits jaarlijks voldaan wordt aan de voorwaarden zoals opgenomen in dit reglement.

          Art. 5 - Om in aanmerking te komen voor de subsidie dient aan volgende voorwaarden te worden voldaan:

          • De grondontleding moet uitgevoerd worden door de Bodemkundige Dienst van België of een gelijkwaardige erkend laboratorium.
          • De aanvraag dient te gebeuren en volledig te zijn uiterlijk 31 december van het jaar dat de grondontleding werd uitgevoerd.
          • De aanvraag dient te gebeuren via het daartoe voorziene formulier. Bij de aanvraag moeten volgende documenten en informatie worden toegevoegd:
            • een kopie van de factuur van de grondontleding
            • een kopie van de analyseresultaten
            • een kopie van het betalingsbewijs
            • de betrokken percelen moeten nader worden omschreven d.m.v. de kopie van verzamelaanvraag en orthofotoplan van het desbetreffende jaar met aanduiding van al de percelen en hun perceelnummers.

          Art. 6 - De premie bedraagt maximaal € 25,00 per staal. De premie wordt beperkt tot 10 stalen per jaar per bedrijf. Indien de analyses gratis werden uitgevoerd, wordt geen subsidie toegestaan. Indien de analyse minder kost dan de mogelijk toelaatbare subsidie wordt enkel de kostprijs terugbetaald. De premie kan slechts 1 keer per jaar voor hetzelfde perceel toegekend worden.

          Art. 7 - De bevoegde gemeentelijk ambtenaar controleert de aanvraag. Bij het vaststellen van misbruiken, verkeerde aangiften of verklaringen wordt aan de betrokken land- en tuinbouwers de toelagen ontzegd voor het jaar van de aangifte en de 5 daarop volgende jaren van aanvraag.

          Art. 8 - De uitbetaling van deze gemeentelijke toelage geschiedt binnen de perken van het meerjarenplan en gebeurt in het jaar volgend op het jaar van de aanvraag. Deze subsidie is niet cumuleerbaar met andere subsidies voor een zelfde maatregel.

          Art. 9 - Dit subsidiereglement geldt voor de aanvragen die ingediend worden in de jaren 2026 tot en met 2031.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Art. 1 - Het subsidiereglement grondontledingen wordt goedgekeurd zoals opgenomen in bijlage.

          Art. 2 - Dit subsidiereglement treedt in werking en wordt bekendgemaakt overeenkomstig het decreet lokaal bestuur van 22.12.2017.

          Art. 3 – Dit subsidiereglement geldt voor de aanvragen die ingediend worden in de jaren 2026 tot en met 2031.


        • Gemeentelijk subsidiereglement voor de aanleg en het onderhoud van kleine landschapselementen (KLE’s) - aanpassing en hercoördinatie - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Tom Van Canneyt, schepen

          Voorwerp en motivering

          Kleine landschapselementen (zoals hagen, poelen, knotbomenrijen, hoogstamboomgaarden,…) bepalen uitermate het landschap van de Vlaamse Ardennen, dat gekenmerkt wordt door kleinschaligheid en een grote diversiteit. Van oorsprong hadden deze landschapselementen allemaal een functioneel doel. Na verloop van tijd ging het doel verloren en veel KLE’s verdwenen. De gemeente wil een toelage uitkeren voor de aanleg en het onderhoud van landschappelijk waardevolle punt- en lijnvormige landschapselementen om zo de aantrekkelijkheid van de omgeving te verhogen en de diversiteit van fauna en flora te stimuleren.
          De gemeente wil het reglement zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 27.09.2011 herzien en aanpassen met hieronder een opsomming van de belangrijkste wijzigingen:

          • De uitgaven worden geplafonneerd op € 1.500,00 per kalenderjaar.
          • Geschoren hagen komen niet langer in aanmerking voor subsidies.
          • Mogelijkheid tot subsidie voor aanplant en onderhoud van solitaire bomen.
          • Onderhoud van fruitbomen en boomgaarden worden niet langer betoelaagd.
          • Algemeen wordt gesteld dat kleine landschapselementen pas voor subsidie in aanmerking komen wanneer ze vrijstaand en beeldbepalend zijn in het landschap en ruimte heeft om zich rondom volledig te ontwikkelen en/of een bepaalde erfgoedwaarde hebben.
          • Niet behorend tot bebouwde omgeving of erfbeplantingen rond woningen.
          • De plantafstanden werden in overeenstemming gebracht met de recente wetgeving terzake.

          Het nieuwe subsidiereglement werd voorgelegd aan de milieuraad en aan de land- en tuinbouwadviesraad. Beide brachten een gunstig advies uit.

          Verwijzingen

          Gemeenteraadsbesluit van 27.09.2011 houdende de goedkeuring van het gemeentelijk subsidiereglement voor de aanleg en het onderhoud van kleine landschapselementen.
          Advies land- en tuinbouwadviesraad van 29.10.2025
          Advies milieuraad van 05.11.2025

          Regelgeving

          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
          Wet van 14.11.1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen

          Tussenkomsten

          Eric De Vriendt, Tom Van Canneyt, Angélique De Clercq, Louis Ide
          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 4 u 39 min 11 sec - 4 u 41 min 34 sec

          Bijlage

          Gemeentelijk subsidiereglement voor aanleg en onderhoud van kleine landschapselementen (KLE’s) 2026 - 2031

          Art. 1 - Het gemeentebestuur van Zwalm zal voor de periode 01.01.2026 tot en met 31.12.2031 een toelage uitkeren, binnen de perken van de daartoe voorziene middelen in het meerjarenplan, voor de aanleg en het onderhoud van landschappelijk waardevolle punt- en lijnvormige landschapselementen, bepaald in artikel 2, om zo de aantrekkelijkheid van de landelijke omgeving te verhogen. Binnen het subsidiestelsel wordt jaarlijks een maximaal budget van € 1.500,00 voorzien voor de uitbetaling van premies aan aanvragers. Wanneer het totaalbedrag van de aangevraagde subsidies dit budget niet overschrijdt, ontvangen alle aanvragers hun volledige premie. Wanneer het totaalbedrag hoger ligt dan het jaarbudget, wordt het beschikbare budget proportioneel verdeeld over alle goedgekeurde aanvragen.

          Art. 2 - Definities:

          1.     Lijnvormig landschapselement: een langwerpig, niet perceelsvormend landschapselement dat een landschapsstructurerende invloed heeft en voor een groot deel bestaat uit houtige gewassen
          2.     Puntvormig landschapselement: solitaire (alleenstaande) knot- en hoogstambomen, amfibieënpoelen
          3.     Haag: een lijnvormige aanplanting van houtige gewassen die onderaan zodanig aaneensluiten dat visuele en fysieke penetratie moeilijk is. In de Vlaamse Ardennen zijn drie types enkelvoudige hagen aanwezig:

          a.     Geschoren haag: haag die in vorm wordt gehouden met een snoeischaar, de haag wordt geschoren en/of geknipt.
          b.     Heg: dit is een haag die al dan niet door verwaarlozing breder en/of hoger uitgegroeid is
          c.     Kaphaag: haag die bestaat uit lage, dicht op elkaar staande knotbomen van vooral gewone es of haagbeuk. De kaphoogte bedraagt slechts 150 à 200 cm en de plantafstand slechts 30 à 150 cm. Kaphagen worden gebruikt als afsluiting van erven, tuinen, boomgaarden en weiden in de onmiddellijke buurt van erven.

          4.     Houtkant: dit is hakhout (houtige gewassen die periodiek bij de grond worden gekapt en terug uitschieten). Houtkanten komen vooral in de volgende situaties voor: gelijkgrondse houtkanten langs beken of grachten en houtkanten op talud. Houtkanten kunnen meerdere meters breed zijn en worden daarom in oppervlakte (m²) uitgedrukt.
          5.     Solitaire boom: een solitaire boom is een vrijstaande boom die afzonderlijk in het landschap voorkomt en niet deel uitmaakt van een bomenrij, houtkant of bos.
          6.     Bomenrij: lijnvormig landschapselement bestaande uit opgaande bomen en/of knotbomen, die zo ver uit elkaar staan dat visuele en/of fysieke penetratie amper wordt gehinderd. Er zijn twee enkelvoudige types van bomenrijen: opgaande bomenrijen en knotbomenrijen:

          a) opgaande bomenrij: bomenrij die bestaat uit opgaande bomen
          b) knotbomenrij: bomenrij die bestaat uit knotbomen met een knothoogte groter dan 200 cm en een plantafstand groter dan 150 cm

          7.     Hoogstammige fruitbomen en boomgaard: groepering van minstens 3 hoogstammige fruitbomen met een stamhoogte van minstens 2 meter en met een minimale stamomtrek van 8 cm
          8.     Mengvorm: lijnvormig landschapselement dat een mengvorm is tussen verschillende hierboven gedefinieerde types. Als gevolg van de drievoudige gelaagdheid zijn geschoren hagen en houtkanten, ingeplant met opgaande bomen en knotbomen, vanuit ecologisch standpunt de interessantste
          9.     Vellen of rooien: vellen is het omhakken of omzagen; rooien is vellen met verwijdering van het wortelgestel. Hieronder wordt ook verstaan het schade toebrengen of verminken of vernietigen door ondermeer ringen,ontschorsen, verschroeien, gebruik van chemische middelen, inkervingen en benagelen; rooien of vellen is niet het langs weiden of akkers bevestigen van afsluitdraden aan lijnvormige landschapselementen door middel van krammen en dergelijke, om percelen af te bakenen, voor zover deze landschapselementen effectief deel uitmaken van de afsluiting.

          10.  Amfibieënpoel:

          • grootte: 30 m² < x < 150 m² wateroppervlakte
          • diepte: 0.5 m < x < 1.50 m
          • bezonde oever: een ondiepe waterzone NO/NW gelegen met een wateroppervlakte van minstens 20% van de totale oppervlakte
          • bescherming tegen vee: een degelijke afsluiting op 1,5 m afstand van de poel; 25% van de poel mag vrij blijven als drinkplaats voor het vee.
          • watervoorziening: bestaat uit kwel- en bronwater met inachtname van natuurlijke moerasvegetaties; contact met de sloot is mogelijk en toegestaan
          • bodem: bestaat liefst uit een ondoordringbare kleilaag; folies zijn niet toegestaan

          11.  Landelijk gebied: gebieden die op het gewestplan staan aangeduid als agrarisch gebied (met inbegrip van het ecologisch en het landschappelijk waardevol agrarisch gebied), bosgebied, natuurgebieden, natuurreservaten, parkgebieden.

          Aanplant en aanleg van punt- en lijnvormige landschapselementen

          Art. 3 - De toelage heeft betrekking op punt- en lijnvormige landschapselementen die gelegen zijn binnen of grenzend aan het landelijk gebied of grenzend aan percelen met een agrarisch bodemgebruik (akkers, weiland, boomgaarden) met uitzondering van de vijftig meterzone bij bebouwde percelen en de vijftig meterzone van aansluitende percelen horende bij het bebouwde perceel.

          Voor de geschoren haag kunnen in principe geen subsidies bekomen worden tenzij op last van de aanvrager kan aangetoond worden dat de haag voldoet aan minimaal drie van onderstaande kenmerkende elementen. Geschoren hagen die via een punt, hoek of lijn deel uitmaken van of verbinding maken met bebouwde kavels komen niet in aanmerking voor deze subsidie, ongeacht het feit of voldaan werd aan minimaal drie kenmerkende elementen. De objectieve eindbeoordeling van het aanvraagdossier gebeurt door de administratie.

          In de context van subsidiëring worden dus enkel kleine landschapselementen die zich in open ruimte bevinden zoals weiden, akkers of andere landbouwpercelen beschouwd als subsidieerbaar.

          Kenmerkende elementen:

          • Vrijstaand en beeldbepalend in het landschap: het kleine landschapselement heeft ruimte om zich rondom volledig te ontwikkelen
          • Niet behorend tot bebouwde omgeving of erfbeplanting rond woningen.
          • Landschappelijke waarde: markeert open ruimte en vormt een herkenningspunt in het landschap.
          • Ecologische waarde: biedt schuil-, nest- en voedselgelegenheid voor tal van dier- en plantensoorten.
          • Erfgoedwaarde: oude monumentale of historisch waardevolle kleine landschapselementen die een culturele, historische of symbolische betekenis hebben binnen het landschap of de lokale gemeenschap.

          Art. 4 - Enkel streekeigen beplantingen opgenomen in bijlage 1 komen in aanmerking voor betoelaging.

          Art. 5 - De betoelaagde aanplanting dient minimum gedurende 10 jaar integraal en intact op dezelfde plaats te blijven staan. Het verplaatsen, vellen, rooien of definitief verwijderen van het betoelaagde plantsoen is niet toegestaan.

          Art. 6 - Het plantsoen dat gebruikt wordt moet de volgende minimale afmetingen hebben:

          • 40 tot 60 cm hoogte voor bosplantsoen en heesters
          • minimaal 8 cm stamomtrek bij hoogstammige bomen, gemeten op 1 m hoogte.

          Art. 7 - De aanplanting dient uitgevoerd te worden conform alle bestaande wetten, reglementen en gebruiken op dergelijke aanplantingen (vaste en erkende gebruiken, veldwetboek, pachtwet, reglement op de buurtwegen). De plantafstand (zoals gehanteerd door het vredegerecht kanton Oudenaarde-Kruishoutem) tot de perceelsgrens tussen twee erven bedraagt voor een hoogstam of kaphaag 2 m en voor een haag 0,5 m. Er wordt aanbevolen om grotere plantafstanden te gebruiken om gemakkelijk in onderhoud en dergelijke te kunnen voorzien.

          Art. 8 - De toelage kan enkel worden gebruikt voor het plantsoen. Steunpalen, meststoffen, uurlonen,... komen niet in aanmerking. Enkel het aangeslagen plantsoen kan worden betoelaagd; het afgestorven plantsoen komt niet in aanmerking.

          Art. 9 - Na toekenning dient de aanvrager zijn plantgoed of zijn amfibieënpoel goed te onderhouden en in stand te houden. Hij zal daartoe zorg dragen bij eventuele stoornissen in het groeipatroon, op straffe van terugvordering van de toelage. De poot moet vervangen worden tot hij aanslaat.

          Art. 10 - Het is de aanvrager niet toegestaan handelingen te verrichten of door derden te laten verrichten die kunnen leiden tot de aantasting van het karakter en de structuur van de landschappelijke waardevolle elementen. Als schadelijke handelingen worden in ieder geval aangemerkt:

          1.     Het opslaan, storten of bergen van voorwerpen, stoffen of producten in het landschapselement.
          2.     Het geheel of gedeeltelijk afgraven van het landschapselement.
          3.     Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen langsheen het landschapselement.
          4.     Het verbranden van bermen langs de hagen en het hakhout in de nabijheid van de overige in bijlage vermelde landschapselementen.

          Bij inbreuk dient alle in de loop der jaren uitgekeerde subsidie terugbetaald te worden.

          Art. 11 - De aanvrager zal, eens de aanplant voldoet aan de voorwaarden, beroep kunnen doen op de toelage voor het onderhoud van landschappelijk waardevolle landschapselementen.

          Art. 12 - Volgende plantvoorschriften en minimale lengtes moeten gevolgd worden:

          1.     Geschoren haag:

          • Onderlinge plantafstand: 20 tot 33cm
          • Plantverband: zo nodig in een dubbele rij, afhankelijk van de gewenste breedte
          • Minimale lengte: 25 m

          2.    Heg:

          • Onderlinge plantafstand: maximaal 200 cm
          • Minimale lengte: 25 m

          3.     Kaphaag:

          • Onderlinge plantafstand: 30 tot 150 cm
          • Minimale lengte: 25 m

          4.     Knotbomenrij:

          • Onderlinge plantafstand: 1,5 tot 10 meter
          • Minimale lengte: 25 m

          5.     Opgaande bomenrij:

          • Onderlinge plantafstand: 5 tot 10 meter
          • Minimale lengte: 50 m

          6.     Houtkant (gelijkgrondse of op talud):

          • Onderlinge plantafstand: 50 tot 150 cm
          • Plantverband: in driehoeksverband, het aantal rijen is afhankelijk van de breedte van de:
            • berm, maar steeds minimum 2
            • minimale lengte: 25 m
            • minimale oppervlakte: 150 m²

          7.     Solitaire boom:

          • In een omtrek van 20 m rondom de boom zijn er geen andere bomen aanwezig.

          8.     Hoogstamfruitboomgaard:

          • Onderlinge plantafstand: afhankelijk van de soort (zie bijlage 2)
          • Minimum aantal: 3 hoogstamfruitbomen

          9.     Mengvorm:

          • Afhankelijk van de gekozen menging, bvb een dichte haag met plantafstand zoals
          • Hierboven, om de 5 à 10 meter ingeplant met afwisselend een opgaande boom en/of
          • Een knotboom.

          Art. 13 - De vergoedingen voor de aanplant/aanleg bedragen:

          1.     Hagen: € 1,00/m
          2.     Heggen en kaphagen: € 1,00/m
          3.     Houtkanten: bosplantsoen € 1,00/m²
          4.     Wilgepoot: € 3,00/stuk
          5.     Opgaande bomen: € 10,00/stuk
          6.     Solitaire bomen: € 20,00/stuk
          7.     Knotbomen en hoogstammige fruitbomen: € 6,00/stuk
          8.     Aanleg van een amfibieënpoel: € 2,00/m².

          De toelage voor aanplant kan maximaal € 300 per aanvrager per locatie per jaar bedragen.

          Onderhoud van punt- en lijnvormige kleine landschapselementen

          Art. 14 - De landschapselementen komen slechts in aanmerking voor een onderhoudssubsidie als ze aan de volgende voorwaarden voldoen:

          1.     Geschoren hagen:

          a.     Minimale lengte: 25 m
          b.     Minimale hoogte: 1,25 m
          c.     Minimale breedte: 50 cm
          d.     Ouderdom: minstens 3 jaar

          2.     Heggen:

          a.     Minimale lengte: 25 m
          b.     Minimale hoogte: 2,00 m
          c.     Minimale breedte: 100 cm
          d.     Ouderdom: minstens 5 jaar

          3.     Kaphagen:

          a.     Minimale lengte: 25 m
          b.     Minimale hoogte: 1,50 m
          c.     Ouderdom: minstens 5 jaar

          4.     Knotbomen(rij):

          a.     Minimale lengte: 25 m (bij knotbomenrijen)
          b.     Tussenafstand knotbomen: 1,5 tot 10 m (bij knotbomenrijen)
          c.     Ouderdom: minstens 15 jaar

          5.     Houtkanten:

          a.     Minimale lengte: 25 m
          b.     Minimale oppervlakte: 150 m²
          c.     Ouderdom: minstens 9 jaar

          6.     Amfibieënpoelen:

          a.     Ouderdom: minstens 5 jaar.

          7.     Solitaire bomen:

          a.     Eenmalige vormsnoei vanaf 3 jaar na aanplant
          b.     Eenmalige onderhoudssnoei vanaf 7 jaar na aanplant

          Art. 15 - Het onderhoud zal bestaan uit:

          1.     Geschoren hagen: (twee)jaarlijks in de periode tussen oktober en maart de hagen snoeien, scheren of knippen. Er zal bij het ontstaan van gaten in de hagen zorg gedragen worden dat deze gaten opgevuld worden met soorten waaruit de haag is opgebouwd.
          2.     Kaphagen en heggen: om de 3 tot 20 jaar tussen november en maart.
          3.     Houtkanten: om de 3 tot 20 jaar in de periode tussen 1 november en 1 maart hakhoutbeheer toepassen en het afkomende hakhout afvoeren.
          4.     Knotbomen(rij): om de 7 jaar in de periode tussen 1 november en 1 maart knotten en het afkomende hakhout afvoeren.
          5.     Solitaire bomen: eenmalige vormsnoei vanaf 3 jaar na aanplant en een eenmalige onderhoudssnoei vanaf 7 jaar na aanplant
          6.     Hoogstammige fruitbomen en hoogstamfruitboomgaarden: deze worden niet betoelaagd, omdat de bomen weinig tot geen onderhoud nodig hebben.
          7.     Amfibieënpoelen: om dichtgroeiing en verlanding van de poel te vermijden, dient het overtollige slib te worden geruimd in de maanden september/oktober. Een periodieke herhaalde maar beperkte ruiming (bijvoorbeeld jaarlijks) is te verkiezen boven een éénmalige drastische ingreep om de 5 jaar.

          Art. 16 - De subsidies voor onderhoud bedragen voor:

          1.     Hagen: € 2,00/lopende meter
          2.     Heggen en kaphagen: € 2,00/lopende meter
          3.     Houtkanten: € 2,00/m²
          4.     Eerste knotbeurt wilgepoot: € 5,00/boom
          5.     Knotbomen: € 15,00/boom
          6.     Solitaire bomen: vormsnoei: € 10,00/boom, onderhoudssnoei € 20,00/boom
          7.     Mengvormen van heggen of houtkanten met knotbomen of opgaande bomen: cumulatie van de twee
          8.     Onderhoud van amfibieënpoelen: € 1,25/m²

          De toelage voor onderhoud kan maximaal € 300 per aanvrager per locatie per jaar bedragen.

          Art. 17 - De toelagen voor het onderhoud kunnen slechts uitgekeerd worden met de volgende tussentijd:

          1.     Heggen en kaphagen: 3 jaar
          2.     Houtkanten: 3 jaar
          3.     Knotbomen: 7 jaar
          4.     Poelen: 5 jaar

          Gemeenschappelijke bepalingen

          Art. 18 - De subsidieaanvraag voor aanplant en/of onderhoud moet ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen, Zuidlaan 36 - 9630 Zwalm.

          Art. 19 - Het schepencollege beslist, na het advies van de bevoegde gemeentelijke ambtenaar, of de aanvrager voor de betreffende toelage in aanmerking kan komen.

          Art. 20 - De aanplantingen, het aanleggen van poelen en onderhoudswerken dienen uitgevoerd te worden tussen 1 november van het jaar van de aanvraag en 31 maart van het daarop volgende jaar. De aanvraag moet minimaal 1 maand voor de aanvang van de uitvoering van de werken ingediend. (bij slechte weersomstandigheden, bijvoorbeeld bij strenge vorst, kan de termijn met een maand verlengd worden)

          Art. 21 - Bij de aanvraag wordt gevoegd:

          1.     Kaart met de ligging van het perceel met vermelding van het kadastraal nummer.
          2.     Schematische aanduiding van de beplantingen op het (de) perce(l)e(l)(n) met aanduiding van de afstanden tot de perceelsgrenzen.
          3.     Minstens 3 kleurenfoto’s van de toestand voor de uitvoering van het onderhoud.

          Art. 22 - De aanvrager dient dadelijk na de aanplanting schriftelijk aan de gemeente te verklaren dat voldaan is aan de genoemde voorwaarden. Daartoe ontvangt de aanvrager een formulier van controleaanvraag dat volledig moet ingevuld en teruggezonden worden naar bovenstaand adres. Bij deze aanvraag moeten minstens 3 kleurenfoto’s gevoegd worden van de toestand na de uitvoering van het onderhoud.

          Art. 23 - Na het indienen van de controleaanvraag zal de gemeentelijke overheid controleren of de werken uitgevoerd zijn.

          Art. 24 - De toelagen voor het onderhoud van punt- en lijnvormige kleine landschapselementen kunnen jaarlijks bekomen worden.

          Art. 25 - Cumulatie van subsidies wordt niet toegestaan; aanleg en/of onderhoud van KLE’s worden niet betoelaagd door dit gemeentelijk subsidiereglement als een hoger bestuursorgaan een subsidie toekent voor dezelfde werken. Onderstaande lijst somt enkele voorbeelden op, is niet limitatief en kan te allen tijde wijzigen.

          1.     De provincie Oost-Vlaanderen; ‘Beplant het landschap’.
          2.     Vlaamse Landmaatschappij (VLM): beheerovereenkomsten voor landbouwers die inspanningen leveren op het vlak van natuur, milieu en landschapselementen (kleine landschapselementen) onder het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB).
          3.     ‘Terreinprojecten’ via Regionale Landschappen.
          4.     ‘Advies en financiële steun bij het graven en ruimen van poelen van Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen tot Dender.

          Bijlage 1: Lijst van streekeigen beplantingen waarvoor een toelage kan bekomen worden

          Nederlandse naam

          Wetenschappelijke naam

          Beuk

          Fagus sylvatica

          Bitterzoet

          Solanum dulcamara

          Bosaalbes

          Ribes rubrum

          Bosrank

          Clematis vitalba

          Bosroos

          Rosa arvensis

          Boswilg

          Salix carprea

          Brem

          Cytisus scoparius

          Eenstijlige meidoorn

          Crataegus monogyna

          Egelantier

          Rosa rubiginosa

          Es

          Fraxinus excelsior

          Fladderiep of steeliep

          Ulmus laevis

          Framboos

          Rubus idaeus

          Gelderse roos

          Viburnum opulus

          Gele kornoelje

          Cornus mas

          Geoorde wilg

          Salix aurita

          Gewone esdoorn

          Acer pseudoplatanus

          Gewone vlier

          Sambucus nigra

          Gewone vogelkers

          Prunus padus

          Gladde iep

          Ulmus minor / Ulmus carpinifolia

          Grauwe abeel

          Populus canescens

          Grauwe wilg

          Salix cinerea

          Haagbeuk

          Carpinus betulus

          Hazelaar

          Corylus avellana

          Heggenroos

          Rosa corymbifera

          Hollandse linde

          Tilia vulgaris

          Hondsroos

          Rosa canina

          Hulst

          Ilex aquifolium

          Jeneverbes

          Juperinus communis

          Klimop

          Hedera helix

          Kraakwilg

          Salix fragilis

          Kruipwilg

          Salix repens

          Kruisbes

          Ribes uva-crispa

          Laurierwilg

          Salix pentandra

          Okkernoot

          Juglans regia

          Plataan

          Platanus oriëntalis

          Populier 'Marilandica'

          Populus × canadensis 'Marilandica'

          Populier 'regenerata'

          Populus× canadensis 'regenerata'

          Populier 'blauwe van Eksaarde'

          Populus × canadensis 'blauwe van Eksaarde'

          Populier (Zeeuwse blauwe, Betuwse blauwe)

          Populus × canadensis 'Serotina'

          Ratelpopulier

          Populus tremula

          Rode kornoelje

          Cornus sanguinea

          Ruwe berk

          Betula pendula

          Ruwe iep

          Ulmus glabra

          Schietwilg

          Salix alba

          Sleedoorn

          Prunus spinosa

          Spaanse aak of veldesdoorn

          Acer campestre

          Sporkehout of vuilboom

          Frangula alnus

          Tamme kastanje

          Castanea sativa

          Taxus

          Taxus baccata

          Tweestijlige meidoorn

          Crataegus laevigata

          Viltroos

          Rosa tomentosa

          Wegedoorn

          Rhamnus cathartica

          Wigbladige roos

          Rosa elliptica

          Wilde appel

          Malus sylvestris

          Wilde gagel

          Myrica gale

          Wilde kardinaalsmuts

          Euonymus europaeus

          Wilde liguster

          Ligustrum vulgare

          Wilde lijsterbes

          Sorbus aucuparia

          Wilde mispel

          Mespelius germanica

          Wilde peer

          Pyrus pyraster

          Wilg

          Salix sp.

          Wintereik

          Quercus petraea

          Winterlinde

          Tilia cordata

          Witte abeel

          Populus alba

          Witte Els

          Alnus incana

          Wollige sneeuwbal

          Viburnum lantana

          Zachte berk

          Betula pubescens

          Zoete kers of boskers

          Prunus avium

          Zomereik

          Quercus robur

          Zomerlinde

          Tilia platyphyllos

          Zuurbes

          Berberis vulgaris

          Zwarte bes

          Ribes nigrum

          Zwarte els

          Alnus glutinosa

          Zwarte moerbei

          Morus nigra

          Zwarte populier

          Populus nigra

          Bijlage 2: Plantafstand hoogstammige fruitbomen

          • Appel: 10 -12 m
          • Kers: 10 -12 m
          • Kriek: 8 -10 m
          • Notelaar: 12 -15 m
          • Peer: 8 -10 m
          • Pruim: 8 -10 m
          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Art. 1 - Het aangepaste en gehercoördineerde subsidiereglement voor aanleg en onderhoud van kleine landschapselementen wordt goedgekeurd zoals opgenomen in bijlage.

          Art. 2 - Dit reglement treedt in werking en wordt bekendgemaakt overeenkomstig het decreet lokaal bestuur van 22.11.2017.

          Art. 3 - Dit reglement geldt voor de aanvragen die ingediend worden in de jaren 2026 tot en met 2031.

        • Gemeentelijk subsidiereglement voor het opruimen van zwerfvuil - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Tom Van Canneyt, schepen

          Voorwerp en motivering

          Met het gemeenteraadsbesluit van 30.09.2021 werd het subsidiereglement voor het opruimen van zwerfvuil in het kader van Operatie Proper goedgekeurd.
          De gemeente ondersteunde de voorbije jaren op die manier verschillende scholen, verenigingen en groepen die een zwerfvuilactie organiseerden, door het toekennen van een toelage.

          De gemeente wil hiermee de netheid en het milieubewustzijn bij de inwoners verder stimuleren.
          Voor de periode 2026-2031 werd het subsidiereglement herbekeken. De gemeentelijke toelage, die gelijkgesteld was aan de toelage van Mooimakers in het kader van Operatie Proper, wordt stopgezet.

          De premie voor verenigingen, groepen en politieke partijen die niet in aanmerking komen voor een premie van Operatie Proper, blijft behouden.
          De gemeente blijft deze aanvragers ondersteunen door het ter beschikking stellen van materiaal (zoals grijpers, handschoenen en vuilzakken) en door het ophalen van het ingezamelde afval, onder de voorwaarden van dit reglement.

          Alle organisatoren, dus ook de scholen en jeugdverenigingen moeten een toelating vragen voor het organiseren van een zwerfvuilactie. Zo heeft de gemeente steeds een goed zicht op de verschillende acties die doorgaan en kan het ingezamelde afval tijdig opgehaald worden.

          Politieke partijen kunnen eveneens deelnemen, mits zij hun volledige vergoeding schenken aan een goed doel binnen Zwalm.

          Onder zwerfvuil wordt verstaan het afval dat wordt achtergelaten op het openbaar domein.

          Het opruimen van zwerfvuil langs gewestwegen is omwille van veiligheids- en bevoegdheidsredenen niet voorzien in dit reglement.

          Het nieuwe subsidiereglement werd voorgelegd aan de milieuraad, die een gunstig advies heeft uitgebracht.

          Verwijzingen

          Gemeenteraadsbesluit van 30.09.2021 houdende de goedkeuring van het subsidiereglement voor het opruimen van zwerfvuil.
          Advies milieuraad van 05.11.2025

          Regelgeving

          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
          Wet van 14.11.1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen

          Tussenkomsten

          Geen

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 4 u 41 min 35 sec - 4 u 41 min 42 sec

          Bijlage

          Gemeentelijk subsidiereglement voor het opruimen van zwerfvuil

          Art. 1 - Het gemeentebestuur van Zwalm zal, binnen de perken van de daartoe voorziene budgettaire middelen, een toelage uitkeren aan verenigingen, groepen of politieke partijen, hierna genoemd ‘de organisator’, voor het opruimen van zwerfvuil, mits zij voldoen aan de bepalingen van dit reglement.

          Art. 2 - De toelage kan worden uitgekeerd aan de organisator die een werking heeft op het grondgebied van de gemeente, onder de voorwaarden van dit reglement.

          Zwalmse scholen en jeugdverenigingen (zowel feitelijke verenigingen als vzw’s) die een werking hebben op het grondgebied van de gemeente, komen niet in aanmerking voor deze subsidie. Zij moeten wel vooraf een toelating vragen voor het organiseren van een zwerfvuilactie, overeenkomstig artikel 3, 1° en 5°.

          Art. 3 - De gemeentelijke toelage voor het opruimen van zwerfvuil door de organisator wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:

          1° De organisator organiseert een zwerfvuilactie op een terrein of langs een traject. Een traject bedraagt minstens 4 km (langs beide straatzijden); hierbij kan ook rekening worden gehouden met het opruimen op een eigen terrein. Bij voorkeur wordt gekozen voor een landelijk traject. De datum van de opruimactie en het traject worden in onderling overleg met het college van burgemeester en schepenen vastgelegd. De organisator vraagt minstens vijf weken op voorhand toelating tot het organiseren van een zwerfvuilactie.
          Om veiligheids- en bevoegdheidsredenen komen gewestwegen niet in aanmerking om te worden opgenomen in het traject. De gewestwegen zijn: Beerlegemsebaan, Boekelbaan, Hoofd, Hooglaan, Hoogstraat, Hundelgemsebaan, Latemdreef, Noordlaan, Schoolstraat, Zottegemsesteenweg en Zuidlaan.

          2° De deelnemers van de actie zijn verplicht een reflecterend hesje en handschoenen te dragen. Hesjes, handschoenen en grijptangen kunnen in bruikleen worden ontleend bij de milieudienst. Voor elk ontbrekend of sterk beschadigd stuk wordt het toe te kennen subsidiebedrag verminderd met € 3,00.

          3° De deelnemers aan een opruimactie handelen niet in opdracht of onder toezicht van het gemeentebestuur of haar aangestelden. Het gemeentebestuur wijst elke aansprakelijkheid af voor eventuele schade of ongevallen. Er wordt verondersteld dat de organisator zelf een ongevallen- en aansprakelijkheidsverzekering afsluit voor de deelnemers.

          4° Politieke partijen komen slechts in aanmerking mits zij hun volledige vergoeding schenken aan een goed doel binnen Zwalm. Na ontvangst van de toelage van de gemeente bezorgt de politieke partij een bewijs van storting aan het gekozen goede doel aan de gemeente.

          5° De organisator dient uiterlijk vijf weken vóór de geplande datum van de inzameling een aanvraag in bij het college van burgemeester en schepenen, op een formulier dat beschikbaar is bij de milieudienst.
          De aanvraag bevat ten minste:

          • naam en contactadres van de verantwoordelijke, inclusief contactgegevens;
          • rekeningnummer (IBAN);
          • datum van de actie;
          • het traject waarlangs zwerfvuil zal worden ingezameld (aangeduid op een kaart);
          • het vermoedelijke aantal deelnemers;
          • de plaats waar het ingezamelde afval wordt verzameld;
          • een verklaring dat het ingezamelde afval wordt gescheiden in de volgende fracties:
            o PMD (plastic flessen, metalen deksels, blik en drankkartons);
            o papier en karton;
            o grof (brandbaar) vuil en restafval;
            o glas (gesorteerd per kleur).

          6° Het college van burgemeester en schepenen bezorgt uiterlijk drie weken vóór de geplande datum van de inzameling schriftelijk haar toelating of weigering, eventueel met bijkomende opmerkingen, aan de organisator.

          7° De organisator maakt een verslag op van de actie en bezorgt dit uiterlijk één week na de inzameling aan de milieudienst.
          Dit verslag bevat ten minste:

          • de (geschatte) ingezamelde hoeveelheid zwerfvuil (aantal zakken, volume, gewicht, enz.);
          • een beschrijving van het afgelegde en opgeruimde traject (met kaart);
          • een opgave van de knelpunten met groot en/of gevaarlijk afval dat niet kon worden opgeruimd;
          • een foto van de actie.

          8° Tijdens de week volgend op de inzameling wordt het traject door de milieudienst geïnspecteerd, waarbij wordt beoordeeld in welke mate het zwerfvuil werd ingezameld.

          9° Het bedrag van de toelage is afhankelijk van de lengte van het traject, de aard van de sortering en de mate waarin het zwerfvuil werd verwijderd.
          De toelage wordt berekend volgens de formule:
          a = b × c, waarbij:

          • a = bedrag van de toelage (maximaal € 400,00 per aanvrager per kalenderjaar);
          • b = basistoelage van € 0,05 per lopende meter (minimaal 4.000 meter, langs beide kanten van de weg);
          • c = coëfficiënt van de mate waarin het zwerfvuil werd verwijderd en gesorteerd per fractie (1 = minder goed, 2 = zeer goed).
            De coëfficiënt c wordt toegekend op basis van het verslag van de vereniging en de inspectie van de milieudienst.

          Art. 4 - De gemeentelijke toelage wordt uitbetaald na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen, na afloop van de opruimactie.

          Art. 5 - Dit reglement treedt in werking conform het decreet lokaal bestuur en blijft van kracht tot en met 31 december 2031. Het geldt voor aanvragen die binnen deze termijn werden ingediend.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Art. 1 - Het subsidiereglement voor het opruimen van zwerfvuil wordt goedgekeurd zoals opgenomen in bijlage.

          Art. 2 - Dit reglement treedt in werking en wordt bekendgemaakt overeenkomstig het decreet lokaal bestuur van 22.12.2017.

          Art. 3 - Dit reglement geldt voor de aanvragen die ingediend worden in de jaren 2026 tot en met 2031.

        • Gemeentelijk subsidiereglement voor de installatie van een hemelwaterput/infiltratievoorziening - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Tom Van Canneyt, schepen

          Voorwerp en motivering

          Water gebruikt om toiletten te spoelen, de tuin te sproeien, schoon te maken en andere laagwaardige toepassingen (zoals water voor wasmachine) hoeft niet de kwaliteit van drinkwater te hebben. Door hemelwater te hergebruiken wordt de mogelijkheid geschapen om minder water voor menselijke consumptie te verbruiken en op te pompen uit een hemelwaterput. Hiermee wordt een schaarse grondstof op een oordeelkundige en duurzame manier aangewend en worden verdrogingsverschijnselen tegengegaan.
          Hemelwaterputten dienen als bufferopvang en kunnen bij hevige regenval de druk op het gemeentelijk rioleringsstelsel en de kans op mogelijke overstromingen en overstorten verkleinen. Regenwater moet maximaal worden afgekoppeld van de openbare riolering en in de mate van het mogelijke worden hergebruikt, opdat dit een positieve invloed zou uitoefenen op de efficiëntie en het rendement van de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Ook door de aanleg van infiltratievoorzieningen wordt er minder water, trager naar de oppervlaktewateren afgevoerd en de grondwaterreserves worden aangevuld.
          Voor de afvoer van hemelwater moet conform art. 6.2.2.1.2§4 van Vlarem II de voorkeur worden gegeven aan de afvoerwijzen zoals hierna in afnemende graad van prioriteit vermeld:

          1. opvang voor hergebruik
          2. infiltratie op eigen terrein
          3. buffering met vertraagd lozen in oppervlaktewater of kunstmatige afvoerweg voor hemelwater
          4. lozing in de regenwaterafvoerleiding in de straat.

          Wanneer de best beschikbare technieken geen van de voornoemde afvoerwijzen toelaat, mag het hemelwater geloosd worden in de openbare riolering.

          De gemeente wil het reglement zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 25.03.2021 herzien en aanpassen waarbij we in de toekomst willen focussen op het bufferen van grote watervolumes.

          Het nieuwe subsidiereglement werd voorgelegd aan de milieuraad en aan de land- en tuinbouwadviesraad. Beide brachten een gunstig advies uit.

          Verwijzingen

          Gemeenteraadsbesluit van 25.03.2021 houdende de wijziging van het gemeentelijk subsidiereglement voor de installatie van een hemelwaterput/infiltratievoorziening.
          Advies land- en tuinbouwadviesraad van 29.10.2025
          Advies milieuraad van 05.11.2025

          Regelgeving

          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
          Wet van 14.11.1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen

          Tussenkomsten

          Geen

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 4 u 41 min 43 sec - 4 u 44 min 52 sec

          Bijlage

          Gemeentelijk subsidiereglement voor de installatie van hemelwaterputten/infiltratievoorzieningen

          Art. 1 - Vanaf 01.01.2026 en tot 31.12.2031 is dit subsidiereglement van toepassing op alle aanvragen die worden ingediend in die periode, met betrekking tot de plaatsing of levering van hemelwaterputten en/of infiltratievoorzieningen. De facturen dienen te dateren van na 1 januari 2026.

          Art. 2 - Definities

          horizontale dakoppervlakte

          de oppervlakte van de projectie van de buitenafmetingen van het dak op een horizontaal vlak

          aangesloten dakoppervlakte

          het deel van de horizontale dakoppervlakte dat werkelijk is aangesloten op de hemelwaterput en/of infiltratievoorziening

          hemelwater

          verzamelnaam voor regen, sneeuw en hagel, met inbegrip van dooiwater

          hemelwaterput/ hemelwaterreservoir

          reservoir voor het opvangen en opslaan van hemelwater

          hemelwaterinstallatie

          het geheel van hemelwaterput met eventueel bijhorend leiding- en pompsysteem, filters…, met het oog op het hergebruik van hemelwater

          infiltratie

          het doorsijpelen van hemelwater in de bodem

          Infiltratievoorziening

          een buffervoorziening waarbij de vertraagde afvoer gebeurt door infiltratie

          gewestelijke stedenbouwkundige verordening

          het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater en latere wijzigingen

          gebouw

          vergunde woning of vergund lokaal op het grondgebied van Zwalm

          lokaal

          vergund gebouw op het grondgebied van Zwalm waarvan een vereniging gebruik maakt voor haar activiteiten

          ‘bestaande’ woning

          woning op het grondgebied van Zwalm waarvoor een bouwvergunning werd verkregen vóór 22 juni 1999, dit wil zeggen voor het inwerking treden van de gemeentelijke verordening inzake hemelwaterputten

          ‘nieuwbouw’

          woning op het grondgebied van Zwalm waarvoor een bouwvergunning werd verkregen na 22 juni 1999

          verbouwing

          een bouwproject waarbij 60 % of meer van de buitenmuren wordt behouden op het grondgebied van Zwalm

          herbouw

          een bouwproject waarbij minder dan 60 % van de buitenmuren wordt behouden op het grondgebied van Zwalm

          keuring

          bij het plaatsen van een hemelwaterput in een bestaand gebouw of lokaal:

          • met een aansluiting op het drinkwaternet is een keuring van de binnen-installatie verplicht.
          • zonder aansluiting op het drinkwaternet is een keuring van de installatie voor het tweedecircuitwater verplicht.

          Art. 3 - Subsidies

          §1. Binnen de perken van de jaarlijks op het meerjarenplan voorziene en goedgekeurde kredieten verleent het college van burgemeester en schepenen een subsidie voor de aanleg van een hemelwaterinstallatie, aangelegd na 1 januari 2026, bij een bestaand gebouw of bij verbouwing of herbouw van een bestaand gebouw. De subsidie wordt enkel toegekend als de aanleg niet verplicht is volgens de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten en andere, of indien de aanleg verplicht is, wanneer minstens het dubbele volume werd geplaatst van wat wettelijk verplicht is. De hemelwaterinstallatie moet voldoen aan de voorwaarden in art. 4 §1. 

          §2. Binnen de perken van de jaarlijkse op het meerjarenplan voorziene en goedgekeurde kredieten verleent het college van burgemeester en schepenen een subsidie voor de aanleg van een hemelwaterinstallatie bij nieuwbouw, aangelegd na 1 januari 2026, op voorwaarde minstens het dubbele volume werd geplaatst van wat wettelijk vereist is volgens de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten en andere. Deze hemelwaterinstallatie moet voldoen aan de voorwaarden in art. 4 §1.

          §3. Binnen de perken van de jaarlijks op het meerjarenplan voorziene en goedgekeurde kredieten verleent het college van burgemeester en schepenen een subsidie voor de aanleg van een infiltratievoorziening, aangelegd na 1 januari 2026,  indien de aanleg van die voorziening niet verplicht volgens de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten en andere. Deze infiltratievoorziening moet voldoen aan de voorwaarden in art. 4 §1. Deze subsidie kan worden gecumuleerd met de subsidie voorzien in art. 3 §1 en §2.

          Art. 4 - Toekenningsvoorwaarden voor subsidie

          §1. De hemelwaterinstallatie en de infiltratievoorziening zoals bedoeld in artikel 3 dienen te voldoen aan de richtlijnen zoals deze bepaald zijn in ‘Krachtlijnen voor een geïntegreerd rioleringsbeleid in Vlaanderen’, meer bepaald in de ‘code van goede praktijk voor hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen’ en in tweede instantie aan de technische voorwaarden van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten en andere. De belangrijkste voorwaarden zijn:

          voor hemelwaterinstallaties

          1. Het volume bedraagt 100 liter per vierkante meter horizontale dakoppervlakte afgerond naar het hoger duizendtal, met een minimum van 5.000 liter.
          2. De volledige dakoppervlakte moet zijn aangesloten op de hemelwaterput. Indien een gedeelte van de dakoppervlakte niet is aangesloten op de hemelwaterput dient dit op het terrein geïnfiltreerd te worden en mag het in geen geval worden afgevoerd naar het openbaar saneringsnetwerk. Een subsidie bij een onvolledig aangesloten dakoppervlakte kan enkel worden toegestaan mits grondige motivering.
          3. Het hergebruik van het in de hemelwaterput opgevangen water is verplicht via een aangesloten pompinstallatie met een minimale aansluiting op 1 toilet of wasmachine. Een pompinstallatie is niet verplicht indien de verschillende aftappunten gravitair (op natuurlijke stroming) kunnen worden gevoed.
          4. Er mag geen directe verbinding worden gemaakt tussen het drinkwaternet en het leidingennet dat is aangesloten op de hemelwaterput.
            Een eventuele bijvulling van de hemelwaterput met drinkwater moet gebeuren via een vrije uitstort, dat wil zeggen een kraan boven een trechter of buis waarbij de uitloop van de kraan minstens 2 cm hoger is geplaatst dan de rand van de trechter of buis.
            Er kan ook gewerkt worden met een Belgaqua-goedgekeurd omschakelsysteem voor stadswater/regenwater.
          5. De overloop van de hemelwaterput wordt bij voorkeur aangesloten op een infiltratievoorziening op eigen terrein.
          6. De overloop kan ook worden aangesloten op een openbare infiltratievoorziening, een waterloop, gracht of ander oppervlaktewater.
            Wanneer deze afvoermogelijkheden niet aanwezig of niet haalbaar zijn, mag de overloop worden aangesloten op het deel van de openbare riolering bestemd voor de afvoer van hemelwater.
            Als er geen afzonderlijke riolering voor hemelwater aanwezig is, mag het hemelwater worden aangesloten op de gemengde openbare riolering, op voorwaarde dat hemelwater en afvalwater tot aan het lozingspunt gescheiden blijven.

          voor infiltratievoorzieningen

          1. De infiltratieoppervlakte van de infiltratievoorziening bedraagt minimaal 4 m² per 100 m² afwaterende oppervlakte.
          2. Het buffervolume van de infiltratievoorziening bedraagt minimaal 25 l per m² afwaterende oppervlakte.
          3. Wanneer een hemelwaterinstallatie voorafgaat aan de infiltratievoorziening, mag de afwaterende oppervlakte verminderd worden met 60 m².

          §2. Een afschrift van de facturen dient door de bouwheer te worden voorgelegd. De factuur moet voldoende gedetailleerd zijn, met minstens een opsplitsing tussen de gebruikte materialen (zoals hemelwaterput, buizen, …) en de werkuren. Bij gebrek aan een gedetailleerde factuur zal de aanvraag worden geweigerd.

          §3. Er kunnen enkel subsidies verleend worden voor infiltratievoorzieningen wanneer de aanvrager kan aantonen dat het hemelwater effectief kan infiltreren in de eigen bodem.

          Art. 5 - Subsidiebedrag

          §1. De subsidie voor de aanleg van een hemelwaterinstallatie is vastgelegd als volgt:

          • Wanneer minstens het dubbele volume wordt geplaatst ten opzichte van het wettelijk verplichte minimumvolume en de geplaatste putinhoud minder dan 20.000 liter bedraagt, bedraagt de subsidie € 300,00.
          • Wanneer een put wordt geplaatst met een totale inhoud van 20.000 liter of meer, komt enkel het volume dat wordt geplaatst bovenop het wettelijk verplichte minimumvolume in aanmerking voor subsidie. Het bedrag van de subsidie wordt bepaald volgens onderstaande tabel, op basis van dit bijkomende volume:

          Extra volume
          (Liter bovenop het wettelijk minimum)

          Premie

          20.000

          € 300

          25.000

          € 400

          30.000

          € 600

          35.000

          € 900

          40.000

          € 1.200

          45.000

          € 1.450

          50.000

          € 1.800

          60.000

          € 2.200

          80.000

          € 2.650

          90.000

          € 3.100

          100.000 of hoger

          € 3.600

          §2. De subsidie voor de aanleg van een infiltratievoorziening bedraagt € 500,00.

          §3. De subsidies voor een hemelwaterput en voor een infiltratievoorziening kunnen worden gecumuleerd, maar de totale subsidie mag nooit meer bedragen dan € 4.100,00 per adres.
          De te bekomen premie kan niet hoger zijn dan het factuurbedrag; in dat geval wordt de premie beperkt tot het factuurbedrag. Voor btw-plichtigen wordt onder factuurbedrag verstaan: het bedrag exclusief btw.

          §4. De subsidie wordt per adres slechts éénmalig toegekend.

          Art. 6 - De premie wordt toegekend aan de aanvrager.
          Deze persoon moet gerechtigd zijn om de installatie te plaatsen waarvoor de aanvraag wordt ingediend, en kan zijn:

          - de eigenaar van het gebouw gelegen op het grondgebied van de gemeente Zwalm;

          - de gebruiker of huurder van het gebouw gelegen op het grondgebied van de gemeente Zwalm, mits de eigenaar het aanvraagformulier voor akkoord heeft ondertekend.

          Art. 7 - Aanvraag

          §1. De aanvraag tot het bekomen van een subsidie wordt ingediend bij de gemeente en omvat:

          - het aanvraagformulier;

          - de facturen (van de hemelwaterputten, de plaatsing…)

          - een kopie van het positief attest van keuring van de binneninstallatie door de drinkwatermaatschappij.

          §2. Een keuring is verplicht bij het plaatsen van een hemelwaterput in combinatie met het gebruik van het hemelwater:

          1. In bestaande woningen met een aansluiting op het drinkwaternet:
            - zowel de binneninstallatie als de installatie voor tweedecircuitwater (hemelwater = tweedecircuitwater) moeten worden gekeurd;
            - de keuring dient te worden uitgevoerd door een door AquaFlanders gecertificeerd keurder;
            - de kosten van deze keuring zijn ten laste van de aanvrager.
          2. In bestaande woningen zonder aansluiting op het drinkwaternet:
            - enkel de installatie voor tweedecircuitwater (hemelwater = tweedecircuitwater) moet worden gekeurd;
            - de keuring dient te worden uitgevoerd door een door AquaFlanders gecertificeerd keurder;
            - de kosten van deze keuring zijn ten laste van de klant.

          Art. 8 - Controle

          Vooraleer over te gaan tot de uitbetaling van de subsidie zal een door de gemeente gemachtigde instantie of ambtenaar nagaan of aan de voorwaarden van dit subsidiereglement is voldaan.

          Indien blijkt dat deze voorwaarden niet werden nageleefd, wordt de subsidie niet uitgekeerd.

          De eigenaar heeft te allen tijde het recht om de nodige aanpassingen door te voeren om alsnog voor de subsidie in aanmerking te komen.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Art. 1 - Het subsidiereglement voor de installatie van een hemelwaterput/infiltratievoorziening wordt goedgekeurd zoals opgenomen in bijlage.

          Art. 2 - Dit reglement treedt in werking en wordt bekendgemaakt overeenkomstig het decreet lokaal bestuur van 22.12.2017.

          Art. 3 - Dit reglement geldt voor de aanvragen die ingediend worden in de jaren 2026 tot en met 2031.

          Art. 4 - Het gemeenteraadsbesluit van 25.03.2021 houdende de wijziging van het gemeentelijk subsidiereglement voor de installatie van een hemelwaterput/infiltratievoorziening wordt opgeheven per 31.12.2025.

        • Belastingreglement op het niet optimaal afkoppelen van hemelwater en huishoudelijk afvalwater en het illegaal aansluiten op de openbare riolering en het niet tijdig plaatsen van IBA's - aanslagjaar 2026 tot en met 2031 - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Johan De Bleecker, schepen

          Voorwerp en motivering

          Sinds 1.07.2011 is een keuring van de privéwaterafvoer van woningen en gebouwen verplicht. Deze verplichting van keuring van private riolering wordt opgelegd via het Algemeen Waterverkoopreglement. Dit reglement bepaalt de rechten en de plichten van de drinkwaterleverancier, de rioolbeheerder en de klant. Met betrekking tot de keuring van de riolering is er een ministerieel besluit betreffende de keuring van de binneninstallatie en de privéwaterafvoer van 20.03.2023. Hierin worden een aantal zaken verduidelijkt wat betreft de uitvoering van de keuring van de private riolering.

          De rioolbeheerder is verantwoordelijk voor de organisatie en kwaliteitsborging van de keuring privériolering op zijn grondgebied.

          Bij (her)aanleg van een openbare gescheiden rioleringsstelsel wordt aan aangelanden conform Vlarem-wetgeving, opgelegd de private riolering maximaal af
          te koppelen, zijnde het hemelwater en huishoudelijk afvalwater te scheiden tot aan de openbare riolering. Dit heeft tot doel het openbare rioleringssysteem en de rioolwaterzuiveringsinstallatie optimaal te laten functioneren.

          Bij de start van het ontwerp van rioleringswerken worden aangelanden van deze verplichting in kennis gesteld, waarna de rioolbeheerder en het gemeentebestuur de
          private afkoppeling begeleiden, middels opmaak van afkoppelingsstudie, opvolging door afkoppelingsmanager en keuring door geaccrediteerd bureau.

          De subsidiërende overheid VMM, verplicht bovendien dat na uitvoering van de werken ten opzichte van aangelanden die de afkoppeling niet optimaal realiseerden, een proces-verbaal wordt opgemaakt wegens inbreuk op de Vlarem-wetgeving of de opmaak van een belastingkohier wegens niet optimaal afkoppelen, op straffe van verlies van subsidies.

          Teneinde optimaal afkoppelingsresultaat van het privaat rioleringsstelsel bij openbare afkoppelingsprojecten te bekomen, is de opmaak van een proces-verbaal en navolgende vervolging door parket en rechtbank, niet het meest efficiënte middel.
          Aan gemeentebesturen wordt geadviseerd een belastingreglement op te maken betreffende "niet optimaal afkoppelen van private riolering".

          Doel van dergelijk reglement is de onbereidwillige aangelande van een afkoppelingsproject, jaarlijks te belasten tot men middels een keuringsattest kan aantonen dat de private afkoppeling conform de afkoppelingsstudie werd uitgevoerd.
          Om een extra aansporing te geven om deze afkoppeling binnen de kortst mogelijk termijn na het verstrijken van de 'normale' uitvoering alsnog te realiseren, wordt de belasting per maand berekend.

          De belastingbasis neemt een aanvang 6 maanden na de voorlopige oplevering van de betreffende openbare rioleringswerken of 6 maanden na goedkeuring van
          betreffend besluit voor aangelanden van die werken waarbij reeds een private afkoppelingsverplichting geldt, teneinde eenieder de mogelijkheid te bieden.

          De verplichte regenwaterrecuperatie, -infiltratie en/of -buffering zijn noodzakelijk om waterschaarste en verdroging te bestrijden. De controle en het toezicht erop is aan
          de gemeente opgedragen.

          Om maximaal resultaat te halen en de wetgeving te laten respecteren is het belasten op de niet-maximale-afkoppeling noodzakelijk naar analogie met afkoppelingen van private rioleringen naar aanleiding van openbare afkoppelingsprojecten.

          De belastingbasis neemt een aanvang na de domiciliëring of ingebruikname van de vergunde werken, meer bepaald 6 maanden na vaststelling en aanmaning.

          Op 22.06.2020 werd daartoe een belastingsreglement ingevoerd maar dit werd aangepast op 23.10.2023 om ook het niet plaatsen van IBA's in daartoe voorziene zonering te kunnen vatten met dit reglement. Tegelijkertijd kreeg het belastingreglement een aanpassing om volledig in overeenstemming te zijn met het ministerieel besluit van 20.03.2023 betreffende de keuring van de binneninstallatie en de privéwaterafvoer. Dit reglement vervalt op 31.12.2025 en dient te worden vervangen.

          Verwijzingen

          Gemeenteraadsbesluit van 23.10.2023 inzake goedkeuring van een belastingreglement op het niet optimaal afkoppelen van hemelwater en huishoudelijk afvalwater en het illegaal aansluiten op de openbare riolering en het niet tijdig plaatsen van IBA's - aanslagjaar 2020 tot en met 2025 - aanpassing en hercoördinatie

          Regelgeving

          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
          Het Wetboek van inkomstenbelastingen van 10.04.1992 zoals van toepassing inzake provincie- en gemeentebelastingen.
          Het Wetboek minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13.04.2019.
          Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
          De omzendbrief van 15.02.2019 KB/ABB 2019/2 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
          De Europese Kaderrichtlijn Water van 22 december 2000 welke tot doel stelt om de watervoorraden, de waterbeheersing en de kwaliteit van de leefomgeving veilig te
          stellen.
          Het decreet van 18.07.2003 betreffende het integraal waterbeleid.
          Het besluit van de Vlaamse Regering van 6.02.1991 houdende de vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende de milieuvergunning (VLAREM I) en latere
          wijzigingen.
          Het besluit van de Vlaamse Regering van 1.06.1995 houdende de algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en latere wijzigingen.
          De Vlarem-wijziging ten gevolge van de implementatie van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende vaststelling van de regels voor de
          scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichtingen en de vaststelling van de zoneringsplannen waarbij nieuwe eisen opgelegd worden
          welke vertaald worden in het begrip ‘optimale afkoppeling’.
          Besluit van de Vlaamse Regering van 8.04.2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting [de niet-aangesloten binneninstallatie en installaties voor tweedecircuitwater in onroerende goederen die niet aangesloten zijn of worden op het openbaar waterdistributienetwerk,] en het algemeen waterverkoopreglement, met de wijzigingen.
          Ministerieel besluit van 20.03.2023 over de keuring van de binneninstallatie, de niet-aangesloten binneninstallatie, de installatie voor tweedecircuitwater en de privéwaterafvoer
          Het ministerieel besluit van 20.08.2012 tot vaststelling van de code van goede praktijk voor het ontwerp en de aanleg van rioleringssystemen.
          Algemeen waterverkoopreglement, opgemaakt in uitvoering van het ministerieel besluit van 8 april 2011 en de daarna volgende wijzigingen.

          Tussenkomsten

          Geen

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 4 u 44 min 53 sec - 4 u 45 min 10 sec

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Art. 1 - Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op het niet optimaal afkoppelen van hemelwater op privéterrein n.a.v. de realisatie van een gescheiden rioleringsstelsel in door de gemeente goedgekeurde afkoppelingsprojecten of het niet (tijdig) plaatsen van een IBA conform het GUP (gemeentelijk uitvoeringsplan), en op het illegaal aansluiten op de openbare riolering.

          Art. 2 -  Definities:
          Onder ‘afkoppelingsproject’ wordt verstaan ‘elk door het college van burgemeester en schepenen of door de gemeenteraad goedgekeurd project met realisatie van een gescheiden afvoer van hemelwater en huishoudelijk afvalwater sinds invoering van de verplichte keuring van de privéwaterafvoer van woningen en gebouwen (1 juli 2011)'.
          Met ‘entiteit’ wordt bedoeld: ‘elke woongelegenheid, gebouw, parking,... waar art. 4 §5 van dit besluit op van toepassing is'.

          Art. 3 - De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de entiteit:
          1. waarvan de entiteit gelegen is binnen een afkoppelingsproject dat voorlopig opgeleverd werd voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit- die uiterlijk 6 maanden na de inwerkingtreding van dit besluit, niet beschikt over een conform keuringsattest van de privéwaterafvoer,
          2. waarvan de entiteit gelegen is binnen een afkoppelingsproject dat voorlopig opgeleverd wordt na inwerkingtreding van dit besluit- die uiterlijk 6 maanden na de
          datum van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering van de wegenis- en rioleringswerken op het openbaar domein, niet beschikt over een conform keuringsattest van de privéwaterafvoer,
          3. waarvan wordt vastgesteld dat de nieuwe/gewijzigde rioolaansluiting niet werd aangevraagd bij en uitgevoerd in opdracht van de rioolbeheerder en "eigenhandig"
          (zelf of door een eigen aangestelde aannemer) werd gerealiseerd, en waarvan 6 maanden na aanmaning door het gemeentebestuur/rioolbeheerder de aansluiting niet werd geregulariseerd,
          4. waarvan de rioolbeheerder, noch het gemeentebestuur beschikt -na ingebruikname van de entiteit- over een conform keuringsattest van de privéwaterafvoer, binnen
          een termijn van 6 maanden na aanmaning door het gemeentebestuur/rioolbeheerder.
          5. gelegen binnen het individueel te optimaliseren buitengebied, waar, 6 maand na de uiterste datum zoals vastgesteld in het uitvoeringsplan van het gemeentelijk zoneringsplan, niet voorzien is in een goed werkende individuele waterzuiveringsinstallatie (IBA)

          De belasting is verschuldigd indien één van de bovenstaande voorwaarden is vervuld.

          Art. 4 -  Keuring privéwaterafvoer
          §1. De keuring van de privéwaterafvoer in de gemeente moet gebeuren door keurders die beschikken over de vereiste technische vaardigheid om de keuring uit te voeren. De keurders mogen niet betrokken zijn in activiteiten die hun onafhankelijkheid en integriteit in relatie met de keuringsactiviteiten kunnen beïnvloeden. De keurder mag niet betrokken zijn bij de technische uitvoering van de binneninstallatie en/of privéwaterafvoer.
          §2. De keurder levert na controle en goedkeuring een keuringsattest af aan de klant of titularis. Een kopie van het keuringsattest wordt overgemaakt aan de gemeente en rioolbeheerder.
          §3. De privéwaterafvoer moet conform de gangbare wettelijke en technische voorschriften zijn.
          De keuring heeft als doel na te gaan of de privéwaterafvoer conform is voor een aansluiting op de huisaansluiting of het openbaar saneringsnetwerk, waarbij wordt nagegaan of de scheiding van hemelwater en afvalwater wordt nageleefd op het private domein, de afvoer van afvalwater conform is met de wettelijke voorschriften die opgenomen zijn in de milieuwetgeving, en de opvang, de mogelijkheid tot gebruik en de afvoer van hemelwater conform is met de verordeningen inzake hemelwater, naargelang welke verordening van toepassing is op de situatie in kwestie die moet worden gekeurd, en rekening houdend met eventuele vergunningsaanvragen.
          De klant/titularis vraagt de keuring aan bij een keurder aangesloten bij een geaccrediteerde keuringsinstelling. In het kader van een afkoppelingsproject dient de klant/titularis de keuring aan te vragen bij de rioolbeheerder Farys.
          §4. De kosten van de keuring zijn - voor zover ze niet binnen de uitvoeringstermijn van een afkoppelingsproject vallen (uiterlijk tot voorlopige oplevering) - ten laste van de klant of titularis.
          §5. De privéwaterafvoer wordt geacht niet conform de geldende reglementaire en wettelijke voorschriften te zijn in volgende gevallen, zoals beschreven in bijlage 3 bij het ministerieel besluit van 20 maart 2023 over de keuring van de binneninstallatie, de niet-aangesloten binneninstallatie, de installatie voor tweedecircuitwater en de privéwaterafvoer :
          ● Niet correct scheiden van regenwater en afvalwater.

          ● Niet voldoen aan de aansluitplicht afvalwater en/of voorbehandeling volgens de zoneringsplannen.
          ● Afwezigheid regenwaterput, infiltratievoorziening en/of buffervoorziening, indien verplicht volgens de omgevingsvergunning.
          ● Afwezigheid septische put voor zwart water in centraal gebied of collectief geoptimaliseerd buitengebied.
          ● Afwezigheid septische put voor zwart water en grijs water in collectief te optimaliseren buitengebied.
          Gezien er in de milieuwetgeving nog meer vereisten zijn die opgelegd worden aan de privéwaterafvoer, wil een positieve keuring niet per se zeggen dat voldaan is aan alle geldende reglementen.
          §6. Een nieuwe aansluiting of heraansluiting op de riool kan niet opengesteld worden als de klant/titularis geen positief keuringsattest kan voorleggen.

          Art. 5 - Belastingplichtige:
          §1. De belasting slaat op de eigendom en is verschuldigd door wie op 1 januari van het belastingjaar eigenaar, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is van het belastbaar goed.
          §2. Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, zijn respectievelijk de opstalgever, de erfpachtgever en naakte eigenaar hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
          §3. Indien het belastbaar goed in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende personen, wordt de belasting op naam van de onverdeeldheid gevestigd, terwijl de leden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de volledige belasting.

          Art. 6 - Vrijstellingen:
          Volgende eigenaars worden vrijgesteld van deze belasting:
          1. Een nieuwe eigenaar: de nieuwe eigenaar, die op 1 januari minder dan één jaar eigenaar is, wordt vrijgesteld van deze belasting. Deze vrijstelling geldt voor één
          belastingjaar volgend op de datum van de notariële akte.
          2. Entiteiten volledig gelegen binnen een onteigeningsplan: de eigenaar zoals bedoeld in artikel 5 §1, van entiteiten die op 1 januari van het belastingjaar binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan liggen of waarvoor geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigening wordt voorbereid.
          3. Entiteiten waarvan het technisch onmogelijk is om af te koppelen: de eigenaar dient in dit geval een dossier voor te leggen waaruit blijkt dat het technisch onmogelijk is.


          Art. 7 - Procedure:
          Een door de gemeente gemachtigd ambtenaar stelt per 1 januari van elk aanslagjaar vast:
          -ofwel het ontbreken van een positief keuringsattest van de private riolering (artikel 3, situatie 1,2 & 4),
          -ofwel de ontvangst van een melding van de rioolbeheerder dat een nieuwe/gewijzigde rioolaansluiting illegaal werd uitgevoerd (artikel 3, situatie 3).
          -ofwel de vaststelling dat er geen goed werkende individuele waterzuiveringsinstallatie is voorzien (artikel 3, situatie 5)
          De belasting wordt als volgt berekend:
          -Voor de eerste 12 maand na de dag waarop men de belasting verschuldigd is: een forfaitair bedrag van €100,00 per begonnen maand,
          -Vanaf de 13de maand na de dag waarop men de belasting verschuldigd is: een forfaitair bedrag van €200,00 per begonnen maand.
          De belasting blijft verschuldigd zolang de eigenaar geen conform keuringsattest bezorgt aan het gemeentebestuur, dan wel de rioolbeheerder betaling ontvangt van de rioolaansluitingsbijdrage.
          De belasting wordt berekend a rato van het aantal maanden dat de belastingplichtige niet in overeenstemming is/was met het verplichte positief keuringsattest, dan wel met de verplichte rioolaansluitingsbijdrage.


          Art. 8 - De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

          Art. 9 - De belasting dient betaald te worden binnen de 2 maanden na verzending van het aanslagbiljet.

          Art. 10 - De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
          Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 3 maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
          Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend zijn door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en gemotiveerd zijn. Het moet de naam, de hoedanigheid en het adres of de zetel van de belastingschuldige vermelden. Het moet ook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen vermelden.
          Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.
          Binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding gestuurd.

          Art. 11 - Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt conform het decreet lokaal bestuur.

        • Retributiereglement inzake de verkoopprijs van PMD-zakken, luierzakken, papieren GFT-zakken en restafvalzakken/GFT bakken met sticker - aanpassing en hercoördinatie - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Tom Van Canneyt, schepen

          Voorwerp en motivering

          De gemeente voorziet voor haar inwoners ruime mogelijkheden om afval selectief in te zamelen.

          Ook bij evenementen/activiteiten georganiseerd door de gemeente of door verenigingen wil de gemeente de bevolking extra sensibiliseren om afval te sorteren. Verenigingen of organisatoren kunnen bij de gemeente gratis containers aanvragen om op hun activiteit de volgende afvalstromen selectief in te zamelen: papier en karton, glas en PMD.

          Ook voor het restafval op evenementen/activiteiten is er een regeling uitgewerkt. Zo kan je voor activiteiten grijze zakken, voorzien van een speciale sticker, aankopen op het gemeentehuis. De zak met sticker kostte € 2,25.

          GFT wordt apart ingezameld vanaf 2026. De gemeente wil ook hier haar verenigingen de mogelijkheid bieden selectief in te zamelen tijdens evenementen/activiteiten. De gemeente stelt daarvoor bruine GFT-bakken ter beschikking, zoals de GFT ophaling aan huis. Deze regeling zal ook gebruik maken van de speciale stickers, die kunnen aangekocht worden op het gemeentehuis. Ze worden echter wel niet geplakt op de GFT bak. De eerste bak per evenement wensen we gratis aan te bieden om de gescheiden inzameling te stimuleren.

          Dit is de enige aanpassing ten opzichte van het lopende reglement.

          Verwijzingen

          Gemeenteraadsbesluit van 25.11.2025 houdende "Retributiereglement inzake de verkoopprijs van PMD-zakken, luierzakken, papieren GFT-zakken en restafvalzakken met sticker - aanpassing en hercoördinatie - goedkeuring"

          Regelgeving

          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017

          Tussenkomsten

          Carine Melkebeke, Philip Lefever, Tom Van Canneyt

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 4 u 45 min 11 sec - 4 u 46 min 21 sec

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Art. 1 - Het gemeenteraadsbesluit van 25.11.2025 houdende aanpassing en coördinatie retributiereglement voor het ter beschikking stellen van PMD-zakken, luierzakken en restafvalzakken met sticker wordt aangepast en gehercoördineerd.

          Art. 2 – § 1. Volgende tarieven worden bepaald voor de verkoop van diverse afvalzakken:
          - voor de blauwe PMD-zakken (60l) : € 0,15 per zak of € 1,80 per rol van 12 zakken
          - voor de blauwe PMD-zakken (90l) : € 0,20 per zak of € 4,00 per rol van 20 zakken
          - voor de witte luierzakken: € 0,60 per zak ofwel € 6,00 per rol van 10 zakken
          - voor de grijze restafvalzakken met bijhorende stickers: € 2,25 per sticker en zak
          - voor het gebruik per GFT-bak met bijhorende stickers: € 2,25 per sticker en bak
          - voor de papieren GFT-zakjes: € 0,10 per zak ofwel € 2,00 per rol van 20 zakken.

          De grijze restafvalzakken kunnen aangekocht worden door verenigingen die een activiteit organiseren op een andere locatie (dan hun vast lokaal) of door verenigingen die geen eigen lokaal hebben. 

          Het gebruik van een eerste GFT-bak is gratis bij elke aanvraag.

          § 2. Bij de minimale gelijktijdige afname door handelaars die optreden als lasthebber voor doorverkoop van PMD, luierzakken of andere, wordt op hun in paragraaf 1 vermelde prijs een korting toegestaan van 15% per doos.

          Art. 3 - De verschuldigde bedragen worden op basis van een factuur of elektronisch betaald.

          Art. 4 - Bij niet-betaling wordt toepassing gemaakt van art. 177 van het decreet over het lokaal bestuur waarbij een dwangbevel wordt uitgevaardigd voor de onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen. Voor betwiste niet-fiscale ontvangsten gebeurt de invordering overeenkomstig de regels betreffende de burgerlijke rechtsprocedure. Bij de procedure via dwangbevel vallen de kosten ten laste van diegene ten aanzien van wie het dwangbevel wordt uitgevaardigd.

          Art. 5 - Dit besluit zal worden bekendgemaakt zoals voorzien in het decreet lokaal bestuur en treedt in werking op 01.01.2026.

          Art. 6 - De verkopende handelaren zullen van de nieuwe tarieven in kennis worden gesteld.

        • Retributiereglement voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek op aanvraag - opheffing bestaande reglementen inzake conformiteitsattesten - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Karen De Colfmacker, schepen

          Voorwerp en motivering

          De Vlaamse Codex Wonen voorziet een gestandaardiseerd conformiteitsattest waarmee gegarandeerd wordt dat de woning voldoet aan de minimale veiligheids- en kwaliteitsnormen. Een conformiteitsattest biedt aan de verhuurder het voordeel dat de woning die hij wil verhuren voldeed aan de minimumnormen op het ogenblik dat het attest is afgeleverd. Voor de huurder biedt de maatregel het voordeel dat de woning die te huur wordt aangeboden vooraf gecontroleerd is op de wettelijke minimumnormen.

          Iedereen die eigenaar, mede-eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter, opstalhouder of (onder)verhuurder van een woning is, kan op vrijwillige basis een conformiteitsattest aanvragen voor:

          • een woning die hij verhuurt, te huur stelt of ter beschikking stelt
          • of voor de huisvesting van een of meer studenten.

          Iedereen kan ook een conformiteitsattest aanvragen om een besluit ongeschikt- en onbewoonbaarheid op te heffen.

          Conformiteitsattesten zijn in principe 10 jaar geldig, ook als de woning ondertussen van eigenaar verandert.

          Volgens het gemeenteraadsbesluit van 18.11.2021 houdende "Verordening verplicht conformiteitsattest voor verhuurde, te huur aangeboden of ter beschikking gestelde woningen – aanpassing en hercoördinatie" geldt er in onze gemeente een verplichting tot het hebben van een positief conformiteitsattest bij verhuur van woningen die vanaf 01.01.2026 zou gelden voor alle verhuur van woningen ongeacht het bouwjaar. De gemeente wenst dit echter niet langer te verplichten aan haar burgers maar eerder stimulerend te werken door aan niet-professionele verhuurders geen retributie aan te rekenen bij aanvragen als deze een positief attest opleveren (kost: circa € 200,00 per dossier). 

          Verwijzingen

          Gemeenteraadsbesluit van 18.11.2021 houdende "Verordening verplicht conformiteitsattest voor verhuurde, te huur aangeboden of ter beschikking gestelde woningen – aanpassing en hercoördinatie"
          Gemeenteraadsbesluit van 17.12.2020 houdende de beperking van de geldigheidsduur van het verplichte conformiteitsattest
          Conformiteitsattest huurwoningen | Vlaanderen.be

          Regelgeving

          Grondwet, artikel 170, § 4
          Decreet over het Lokaal Bestuur van 22.12.2017
          Vlaamse Codex Wonen van 2021
          Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021

          Tussenkomsten

          Francia Neirinck, Karen De Colfmacker, Marleen Mornie, Louis Ide, Lieven De Pessemier, Delfine Verbruggen, Emmy Herregodts

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 4 u 46 min 22 sec - 5 u 0 min 04 sec

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Werner Baudewijn, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Carine Melkebeke
          Tegenstanders: Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Francia Neirinck, Lieven De Pessemier, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Met 13 stemmen voor, 5 stemmen tegen
          Besluit

          Art. 1 - Volgende besluiten en verordening worden opgeheven per 31.12.2025:

          -Gemeenteraadsbesluit van 18.11.2021 houdende "Verordening verplicht conformiteitsattest voor verhuurde, te huur aangeboden of ter beschikking gestelde woningen – aanpassing en hercoördinatie"
          -Gemeenteraadsbesluit van 17.12.2020 houdende de beperking van de geldigheidsduur van het verplichte conformiteitsattest.

          Art. 2 - Met ingang van 1.01.2026 tot en met 31.12.2031 wordt er een gemeentelijke retributie geheven voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek, op verzoek, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen. 

          Er wordt een vergoeding gevraagd voor conformiteitsonderzoeken in volgende gevallen:
          - in het kader van een procedure tot afgifte van een conformiteitsattest, vermeld in artikel 3.7§1, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen
          - in het kader van een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de  loop van een procedure ongeschikt-en onbewoonbaar te verklaren, met toepassing van artikel 3.12 van de Vlaamse Codex Wonen.
          - in het kader van een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure als vermeld in artikel 3.10, derde lid van de Vlaamse Codex Wonen.

          Deze retributie is verschuldigd door de aanvrager/vruchtgebruiker.

          Art. 3De bedragen van de retributie worden als volgt vastgesteld :
          • € 200,00 voor een zelfstandige woning
          • € 200,00  voor een kamerwoning, verhoogd met € 12,50 per kamer, met een maximum van € 1.250,00 per gebouw.

          Deze tarieven worden jaarlijks aangepast telkens op 1 januari volgens volgende formule : startbedrag x index consumptieprijzen december jaar voor aanpassing / index consumptieprijzen december 2025 met afronding de naar boven- of onderliggende euro al naargelang het resultaat groter dan of gelijk is aan of kleiner is dan 50 cent.

          Art. 4Worden van de retributie vrijgesteld:
          1. het rijk, de gewesten, de provincies, de steden, de gemeenten en hun resp. instellingen;
          2. de woonmaatschappijen werkzaam in de gemeente;
          3. de aanvragers van een conformiteitsattest voor kamerwoningen die onder de toepassing vallen van het artikel 2, §3, laatste lid van het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013;
          4. het eerste conformiteitsonderzoek in een waarschuwingsprocedure of een procedure tot ongeschikt- en onbewoonbaar verklaring van een woning;
          5. de aanvragers/vruchtgebruikers natuurlijke personen van een conformiteitsattest indien dit een positief attest oplevert. 

          Art. 5De retributie dient contant betaald te worden na ontvangst van de factuur.

          Art. 6De verschuldigde bedragen worden betaald via overschrijving op zicht van een factuur van het lokaal bestuur.

          Art. 7 - Bij niet-betaling wordt toepassing gemaakt van art. 177, 2° van het decreet over het lokaal bestuur waarbij een dwangbevel wordt uitgevaardigd voor de onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen. Voor betwiste niet-fiscale ontvangsten gebeurt de invordering overeenkomstig de regels betreffende de burgerlijke rechtsprocedure. Bij de procedure via dwangbevel vallen de kosten ten laste van diegene ten aanzien van wie het dwangbevel wordt uitgevaardigd

          Art. 8Dit reglement wordt bekendgemaakt conform het decreet lokaal bestuur en treedt in werking op 01.01.2026

        • Samenwerkingsovereenkomst met SOLVA betreffende het verlenen van ondersteuning van het woonbeleid - goedkeuring

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Karen De Colfmacker, schepen

          Voorwerp en motivering

          De verantwoordelijkheden van een lokaal bestuur op het vlak van wonen zijn de voorbije jaren sterk toegenomen en de complexiteit ervan stijgt. Door interne herschikking inzake de opvolging van het woonbeleid en het niet langer lid zijn van de IGS-wonen is het wenselijk te voorzien in wat externe expertise inzake het beleidsdomein wonen in de ruime zin.

          Solva wenst ons hierin te ondersteunen en daartoe is een samenwerkingsovereenkomst nodig.

          De ondersteuning bedraagt naar onze inschatting gemiddeld één werkdag per maand (max. 2) en de kostprijs wordt geraamd op € 13.000,00 (max. circa € 26.000,00) per jaar.

          Verwijzingen

          Samenwerkingsovereenkomst tussen Solva en de gemeente Zwalm betreffende het verlenen van ondersteuning voor het beleidsdomein wonen

          Regelgeving

          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
          Wet op de overheidsopdrachten van 17.06.2016 inzonderheid art. 30 inzake de in-house-opdrachten

          Tussenkomsten

          Francia Neirinck, Karen De Colfmacker

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 5 u 0 min 05 sec - 5 u 2 min 12 sec

          Na de behandeling van dit punt wordt de gemeenteraad geschorst en wordt de raad voor maatschappelijk welzijn aangevat.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Werner Baudewijn, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Carine Melkebeke
          Onthouders: Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Francia Neirinck, Lieven De Pessemier, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Met 13 stemmen voor, 5 onthoudingen
          Besluit

          Art. 1 - De samenwerkingsovereenkomst betreffende het verlenen van ondersteuning inzake woonbeleid met IGS Solva wordt goedgekeurd.

          Art. 2 - De burgemeester en algemeen directeur worden gemachtigd tot ondertekening.

          Art. 3 - Solva zal van deze beslissing in kennis gesteld worden.

          Art. 4 - Het college wordt belast met de verdere uitvoering.

    • 9. Varia

      • Normaal

        • Meerjarenplan 2026-2031: deel OCMW - goedkeuring / gecoördineerd - vaststelling

          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Verontschuldigd: Peter Van Den Haute
          Inleiding

          Guido De Temmerman, schepen

          Voorwerp en motivering

          Het bestuur dient voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen een meerjarenplan vast te stellen voor de komende 6 jaren, nl 2026-2031. Dat meerjarenplan bestaat uit o.a. een beleidsverklaring, een strategische nota, een financiële nota en een toelichting. De opmaak is gebaseerd op een analyse van de omgeving, het partijprogramma van de besturende partij en de input van adviesraden.

          Gemeente en OCMW voeren één geïntegreerd beleid met als thema “Samen bouwen we aan de toekomst van Zwalm”  uitgaande van de 10 volgende doelstellingen:

          BD 1 - Zwalm is veilig

          BD 2 - Zwalm communiceert

          BD 3 - Zwalm is er voor je

          BD 4 - Zwalm ontwikkelt

          BD 5 - Zwalm werkt

          BD 6 - Zwalm verbindt en laat je genieten

          BD 7 - Zwalm draagt zorg

          BD 8 - Zwalm beweegt veilig

          BD 9 - Zwalm onderneemt 

          BD 10 - Zwalm werkt samen

          Het meerjarenplan van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vormen één geïntegreerd geheel.

          In de strategische nota van het meerjarenplan worden de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties voor het extern en intern te voeren beleid geïntegreerd weergegeven.

          In de financiële nota van het meerjarenplan wordt de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd.

          De bundel van het meerjarenplan bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen.

          Het ontwerp van beleidsrapport werd veertien dagen voor de vergadering waarop het wordt besproken aan ieder lid van de gemeenteraad/de raad voor maatschappelijk welzijn bezorgd.

          De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen over hun deel van elk beleidsrapport. Nadat de raden zo het beleidsrapport elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed.  De gemeenteraad stelt dan ook het geïntegreerde meerjarenplan 2026-2031 - gemeente en OCMW definitief vast. 

          In kader van organisatiebeheersing wordt ook voorgesteld om wijzigingen die niet vallen onder de uitdrukkelijk bevoegdheid van de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn te delegeren.  Vroeger bevatte het gemeente- en OCMW-decreet daar regels over maar nu wordt dit overgelaten aan de autonomie van het lokaal bestuur in kader van haar organisatiebeheersing.

          Verwijzingen

          Het meerjarenplan 2026 - 2031 bestaande uit o.a. een strategische nota en financiële nota met bijhorende toelichting en documentatie
          Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van heden houdende vaststelling van het meerjarenplan 2026 - 2031 - deel OCMW

          Regelgeving

          Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017
          Besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 over de beleids-en beheerscyclus van de lokale besturen
          Ministerieel besluit van 26.06.2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen
          Omzendbrief KBB/ABB 2025/1 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus

          Tussenkomsten

          Geen

          https://www.youtube.com/live/aCU1eJROIY4 - tijdsblok audio: 5 u 3 min 15 sec - 5 u 4 min 10 sec

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Werner Baudewijn, Francia Neirinck, Louis Ide, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot, Philip Lefever
          Voorstanders: Tom Aelbrecht, Matthijs Verschraegen, Karen De Colfmacker, Johan De Bleecker, Guido De Temmerman, Tom Van Canneyt, Werner Baudewijn, Angélique De Clercq, Delfine Verbruggen, Marleen Mornie
          Tegenstanders: Eric De Vriendt, Patrick Moreels, Emmy Herregodts, Francia Neirinck, Louis Ide, Lieven De Pessemier, Carine Melkebeke, Koen Vlassenroot
          Resultaat: Met 10 stemmen voor, 8 stemmen tegen
          Besluit

          Art. 1 - Het meerjarenplan 2026-2031 - deel OCMW - bestaande uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting wordt goedgekeurd.

          Art. 2 - Het geïntegreerde meerjarenplan 2026-2031 - gemeente en OCMW - bestaande uit o.a. een beleidsverklaring, een strategische nota, een financiële nota en een toelichting  - en zoals opgenomen in bijlage - wordt vastgesteld. Het meerjarenplan is sluitend en voldoet aan de twee evenwichtsvereisten zijnde een positief beschikbaar budgettair resultaat van € 6.365 in 2031 en een positieve autofinancieringsmarge in 2031 van 197.675 € 

          Art. 3 - Het meerjarenplan 2026-2031 zal binnen de wettelijke termijnen worden overgemaakt aan het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Agentschap Binnenlandse Bestuur en dit in de voorgeschreven vorm via het digitaal loket.

Namens de gemeenteraad,

Philip Lefever
Algemeen directeur

Tom Aelbrecht
Voorzitter Gemeenteraad